Ouds opportunisme

De onlangs van de hand van Boris van Haastrecht verschenen gedegen biografie van VVD-oprichter P.J. Oud bevat interessante nieuwe inzichten1). Oud wordt uiteraard getypeerd als een liberaal politicus, maar ook als een pragmaticus (en zelfs opportunist). In dat licht is het jammer dat de gang van zaken bij de kabinetscrisis in 1935 onbeschreven bleef.

In 1933 trad Oud als minister van Financiën toe tot een centrumrechts kabinet (Colijn II), nadat de VDB eerder haar lang gekoesterde streven naar een brugfunctie tussen socialisten en katholieken had opgegeven. Partijleider Henri Marchant was daarvoor primair verantwoordelijk, maar Oud stemde ermee in. De VDB ging daarna een coalitie aan met de christendemocraten, die zij zo lang had bestreden. Twee jaar later strandde het kabinet evenwel, omdat de katholieken zich verzetten tegen het starre bezuinigingsbeleid van Colijn en Oud. RKSP-leider Aalberse, verantwoordelijk voor de breuk, trachtte toen een centrumlinks kabinet te vormen, waaraan SDAP en VDB moesten gaan deelnemen.

Het leek het moment voor de VDB om alsnog de altijd nagestreefde coalitie te realiseren. De katholieken wilden voor het eerst met de socialisten regeren, maar, zo was hun 'uiterste noodzaak' geformuleerd, alleen als zich nog een derde partij zou aansluiten. De VDB zette die stap evenwel niet en het was Oud die deze lijn bepaalde. In de beschrijving van de formaties tussen 1918 en 1939 valt te lezen dat minister Oud - na het gedwongen vertrek van Marchant inmiddels de partijleider - de fractievergadering over de formatie bijwoonde. Hij verzette zich tegen een andere combinatie en dat standpunt werd door de fractie en haar voorzitter Joekes overgenomen. In het licht van de eerdere VDB-koers was dat bepaald opvallend, want het was dé kans om eindelijk de christelijke coalitie te breken en sociaaldemocraten regeringsverantwoordelijkheid te geven.

Van Haastrecht beschrijft wel dat Oud in 1939, ondanks zijn benoeming een jaar eerder tot burgemeester van Rotterdam, moeilijk afscheid kon nemen van de landelijke politiek. In dat jaar overwoog hij - heimelijk - een terugkeer naar 'Den Haag', nadat Colijns vijfde kabinet roemloos ten onder was gegaan en er geen andere oplossing was dan een kabinet met 'rooms-rood' als kern. Oud was, ondanks zijn recent aangevangen burgemeesterschap, de door vrijwel alle partijen gewenste minister-president. Het was de koningin die dat verhinderde. Kort daarna bleek Oud alsnog bereid minister van Financiën te worden. Dat was dus in een kabinet met RKSP en SDAP, waar hij in 1935 nog zo tegen was. De posten waren toen echter al bezet en hij bleef burgemeester.

De biograaf merkt fijntjes op dat Oud zelf deze geschiedenis uit 1939 verhulde in zijn in 1969 door Henk Vonhoff opgetekende herinneringen.2) Hij deed het voorkomen alsof hij tegen het wegzenden van het kabinet-Colijn V was en verzweeg zijn bereidheid terug te keren naar Den Haag. De wisseling van strategie bleef zo ook onvermeld.

Doet dit alles af aan het beeld van Oud als groot staatsman of als parlementair geschiedschrijver? Zeker niet. Het laat wel zien dat enig opportunisme een politicus niet vreemd hoeft te zijn en vast van alle tijden is. Om bij de door Oud opgerichte VVD te blijven. Die ging vanaf 1952 onder zijn leiding een anti-PvdA-koers varen, maar stond in 1956 met één been in een kabinet mét diezelfde PvdA (inhoudelijk was er een akkoord; zij haakte af vanwege de aangeboden ministerspost van Verkeer en Waterstaat). De keuze om niet te regeren was primair strategisch of - zo u wilt - opportunistisch.

Recenter was er (in 2017) een streven van de VVD naar een kabinet mét GroenLinks. Partijleider Mark Rutte was er voorstander van, maar GroenLinks haakte af. In 2025 werd GroenLinks (in combinatie met de PvdA) plots als te radicaal afgeschilderd en een ongewenste partner genoemd. Om vervolgens recentelijk te constateren dat samenwerking best goed mogelijk is. Vraag is of bij het maken van strategische keuzes enig opportunisme erg is. Het blijkt in ieder geval niet altijd verstandig, zeker niet als alternatieven ontbreken.

Columns


  1. Boris van Haastrecht,  Strijdbaar democraat. Biografie P.J. Oud 1886-1968 (Boom, Amsterdam 2026)
  2. Bewegend verleden. Een biografische visie op prof.mr. P.J. Oud door H.J.L. Vonhoff (Alphen aan den Rijn, 1969)