Mr. W. Wintgens

W. Wintgens
bron: Collectie-Van Eck (Nationaal Archief)

Bekend negentiende-eeuws politicus. Advocaat, die in 1849 als jongste lid in de nieuwe, rechtstreeks gekozen Tweede Kamer kwam en tot 1885 politiek actief bleef. Lange tijd afgevaardigde voor het district Delft en later voor Den Haag. Aanvankelijk gematigd liberaal, maar later één van de laatste conservatieven. Beschouwde zichzelf als onafhankelijk lid. Was korte tijd minister van Justitie in het kabinet-Van Zuylen van Nijevelt. Nam in 1885 ontslag om doorbreking van het evenwicht tussen liberalen en confessionelen mogelijk te maken. Spreekvaardig, al was hij vaak lang van stof en sprak hij op een ouderwetse retorische wijze.

'pragmatisch' liberaal, conservatief, conservatief-liberaal
functie(s) in de periode 1849-1885: lid Tweede Kamer, minister

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Willem

titulatuur en naam

Mr. W. Wintgens Willem

geboorteplaats en -datum

's-Gravenhage, 8 januari 1818

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 12 januari 1895

levensbeschouwing

Nederlands Hervormd

Partij/stroming

stroming(en)

  • 'pragmatisch' liberaal (ca. 1849-1864)
  • conservatief
  • lid Haagse kiesvereniging "Recht voor Allen", omstreeks 1879

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat te 's-Gravenhage, 29 september 1838 (op kantoor van vader, later eigen kantoor, ook tijdens Kamerlidmaatschap)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 13 februari 1849 tot 20 augustus 1850 (voor het kiesdistrict Delft)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 oktober 1850 tot 26 april 1853 (voor het kiesdistrict Delft)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juni 1853 tot 11 oktober 1866 (voor het kiesdistrict Delft)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 november 1866 tot 3 januari 1868 (voor het kiesdistrict Delft)
  • minister van Justitie, van 4 januari 1868 tot 4 juni 1868
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 september 1871 tot 11 oktober 1884 (voor het kiesdistrict 's-Gravenhage)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 14 maart 1885 (voor het kiesdistrict 's-Gravenhage)

Nevenfuncties

  • lid (later voorzitter) commissie voor de zaken betreffende de stichtingen van beurzen voor het onderwijs, van 1858 tot 1885
  • koninklijk commissaris NRS (Nederlandsche Rijnspoorwegmaatschappij), vanaf 1870
  • voorzitter bestuur Ambachtsschool te 's-Gravenhage, omstreeks 1875
  • lid Raad van Toezicht en Discipline der Advocaten, omstreeks 1885

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Commissie voor Huishoudelijke aangelegenheden (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 19 februari 1849 tot 3 januari 1868
  • lid Gemengde Commissie voor de Stenographie (namens de Tweede Kamer), van maart 1850 tot 3 januari 1868
  • voorzitter Gemengde Commissie voor de Stenographie (Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal), van december 1864 tot 3 januari 1868
  • lid parlementaire enquêtecommissie inzake de uitvoering van de concessie tot landaanwinning en verdieping van het vaarwater op het Zwolsche Diep (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 30 april 1856 tot 5 mei 1857
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1857 tot november 1857
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1866 tot oktober 1866
  • tijdelijk voorzitter van de ministerraad, van mei 1868 tot 4 juni 1868
  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor de hoofdstukken VIIa (Nationale Schuld) en X (Onvoorziene Uitgaven) en de Wet op de Middelen 1874 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • lid Commissie voor Huishoudelijke aangelegenheden (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 19 februari 1874 tot 20 september 1875
  • lid Gemengde Commissie voor de Stenographie (namens de Tweede Kamer), van 19 februari 1874 tot 20 september 1875
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1874 tot november 1874
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1875 tot november 1875
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1876 tot september 1876
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1877 tot maart 1878
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1878 tot januari 1879
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1879 tot november 1879
  • lid Commissie van Rapporteurs over een onderzoek naar een door het Indische Gouvernement gesloten contract met de Billitonmaatschappij (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1882 tot februari 1883

Opleiding

primair onderwijs

  • School van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen te 's-Gravenhage

voortgezet onderwijs

  • Latijnse School te 's-Gravenhage, van september 1830 tot 1834

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 31 augustus 1834 tot 18 september 1838

Activiteiten

als parlementariër

  • Voerde in de Tweede Kamer regelmatig het woord, onder meer over Indische aangelegenheden, kiesrecht, justitie en militaire zaken
  • Diende op 21 oktober 1852 een voorstel in tot het houden van een parlementaire enquête naar de toestand van de nationale visserij, maar trok dit voorstel in november 1852 in
  • Diende in 1854 een initiatiefwetsvoorstel in tot het instellen van plaatselijke raden van gezondheid; trok dit voorstel later in
  • Vroeg in mei 1860 in een (aangenomen) motie om wettelijke regeling van de uitgifte van suikercontracten in Nederlands-Indië. Toen minister Rochussen weigerde deze motie uit te voeren, verwierp de Tweede Kamer diens begroting (december 1860).
  • Behoorde in 1861 tot de meerderheid die vóór de ontwerp-Wet op de Raad van State stemden
  • Behoorde in 1861 tot de meerderheid die vóór een amendement-Ter Bruggen Hugenholtz stemde over het halveren van de begroting voor Onvoorziene Uitgaven

opvallend stemgedrag

  • Stemde in 1860 tegen de ontwerp-Wet aanleg van spoorwegen voor rekening van de staat
  • Behoorde in 1872 tot de vier leden die tegen een wetsontwerp stemden over het toekennen van een pensioen aan de beide dochters van Thorbecke
  • Was in 1873 met Van Reenen de enige conservatief die steun gaf aan het voorstel van de ministers Geertsema en Van Limburg Stirum tot afschaffing van de plaatsvervanging bij het leger
  • Stemde in 1883 vóór de conclusie van een commissie van rapporteurs, waarin een de handelwijze van het Indische Gouvernement bij het afsluiten van een contract met de Bilitonmaatschappij werd veroordeeld. Aanneming van deze conclusie was voor minister De Brauw reden om af te treden.
  • Behoorde in 1883 tot de 12 leden die vóór een (verworpen) ordevoorstel stemden om aan te vangen met de behandeling van een wetsvoorstel over kiesrechtuitbreiding. Verwerping van het voorstel was (mede) reden voor de ontslagaanvrage van het kabinet-Van Lynden van Sandenburg.

als bewindspersoon (beleidsmatig)

  • Diende als minister onder andere wetsvoorstellen in over verkorting van termijnen bij de rechtsvordering van vreemdelingen, over judiciële boetes, tot regeling van de makelaardij en over de bestraffing van ambtsmisdrijven. Deze wetsvoorstellen bleven onafgedaan.

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Allengs conservatiever, maar ook antiklerikaal
  • Nam in november 1885 ontslag als Tweede Kamerlid vanwege zijn positie tussen liberalen en confessionelen, die in sterkte gelijk waren (het 'dode' punt). Had bij de begrotingsbehandeling tegen amendementen van de rechterzijde om te bezuinigingen op uitgaven voor openbaar onderwijs gestemd, waardoor deze werden verworpen en werd hierover met name door De Savornin Lohman gekapitteld. Omdat hij deze verantwoordelijkheid niet wilde blijven dragen, legde hij zijn Kamerlidmaatschap neer.
  • Zijn politieke redevoeringen werden uitgegeven bij de Haagse uitgeverij en boekhandel Van Stockum

uit de privésfeer

  • Weigerde in juni 1857 een hoogleraarschap aan de Hogeschool te Groningen
  • Hij was één van de zeer weinigen in de Kamer in wie Multatuli wel vertrouwen had
  • Zijn vader was raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden (1844)

anekdotes en citaten

  • Karakteriseerde in 1861 het sinds 1853 gevoerde beleid als: "gemis van beginselen, verzaking van beginselen, vergissing omtrent beginselen, fusie van beginselen, goochelspel met beginselen, misverstanden omtrent beginselen"
  • Zei in december 1864 bij de behandeling van de begroting voor Koloniën over het batige saldo door het cultuurstelsel: "[Maar] neemt er uw hoed voor af: gij zult ze niet meer zien."
  • Nadat A. Schimmelpennick van der Oye enige tijd aandachtig een Kamerrede van Wintgens had aangehoord, verliet hij opzichtig de vergaderzaal en zei toen tegen in de koffiekamer aanwezige medeleden. "God, God, wat staat die Wintgens weer te zaniken"

verkiezingen

  • Werd in 1848 in het district Delft door de liberalen kandidaat gesteld tegenover Mr. H. van Berckel en bij herstemming gekozen met 419 van de 767 stemmen
  • Versloeg in 1850 H.A.A. van Berckel na herstemming
  • Werd in 1853 bij de algemene verkiezingen samen met C. Hoekwater in de eerste stemmingsronde gekozen. Tegenstanders waren K.A. Poortman en A.M. de Rouville.
  • Versloeg in 1854 K.A. Poortman (lib.) na herstemming
  • Werd in 1858 en 1862 bij enkelvoudige kandidaatstelling gekozen
  • Versloeg in juni 1866 jhr. W.Th. Gevers Deynoot (lib.) na herstemming
  • Versloeg in oktober 1866 bij de algemene verkiezingn na herstemming P.Ph. van Bosse en J.L. de Bruyn Kops (lib.)
  • Werd in februari 1869 bij een tussentijdse verkiezing in het district Haarlem verslagen door C.J.F. Mirandolle (lib.)
  • Werd in juni 1869 bij de periodieke verkiezing in het district Brielle verslagen door K.A. Rombach (lib.)
  • Versloeg in 1871 bij de periodieke verkiezing in het district 's-Gravenhage E.H. Karsten (lib.)
  • Werd in 1875 met ruim 90 procent van de stemmen gekozen. Tegenstander was J.W. Gefken (a.r.).
  • Versloeg in 1879 A. Haakma van Royen (lib.)
  • Versloeg in 1883 jhr. G.J.G. Klerck (lib.)
  • Versloeg in 1884 bij de algemene verkiezineg R.A.W. Sluiter (lib.) na herstemming. In de eerste ronde was onder anderen ook jhr. A.P.C. van Karenbeek tegenkandidaat.

niet-aanvaarde politieke functies

  • ministerschap, 1856 (geweigerd)

woonplaats(en)/adres(sen)

's-Gravenhage, Z.O. Buitensingel 232, omstreeks 1876 tot 12 januari 1895

ridderorden

Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 12 mei 1874

relevante buitenlandse reizen

  • Frankrijk, Spanje en Noord-Afrika, 1887
  • Italië, Griekenland en Turkije, 1888
  • Rusland, Duitsland, Oostenrijk en Scandinavië, 1889

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, vanaf juli 1875

Publicaties van/over

lijst van publicaties

  • "De praecipuis differentiis juris francici et neerlandici" (disseratie, 1838)
  • "Advies over de regterlijke organistaie" (1860)
  • "Conservatieve koloniale politiek" (1866)
  • "De regering tegenover de veepest" (1866)
  • "Politieke Nabetrachting. 1848-1885" (1887)
  • zie scriptie-Helsen

literatuur/documentatie

  • Lavater jr., "Politieke Photografien van de aftredende leden der Tweede Kamer" (1879)
  • J. Heemskerk Azn., Levensbericht van W. Wintgens, in: Handelingen en Mededelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1895/6, 181
  • H.W.J. Helsen, scriptie basisdoctoraal, staatkundige studierichting, vak geschiedenis der Nederlandse staatsinstellingen, RU Leiden (1981)
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IV, 1468
  • Ned. Patriciaat, 1914
  • Multatuli, Verzamelde Werken, deel VI, pp. 446-449 en deel XII, pp. 585-587 en 619-620

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

publicaties over en van letterkundigen

biografie

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

  • gehuwd te 's-Gravenhage, 12 april 1848 (echtgenote overleden 21 mei 1877)
  • gehuwd (tweede huwelijk) te Arnhem, 7 augustus 1879

echtgeno(o)t(e)/partner

A.M. Op den Hooff, Anna Maria

2e echtgeno(o)t(e)/partner

C.A.M. Schneither, Clementia Anna Maria

kinderen

1 zoon en 2 dochters

vader

Mr. W.C.B. Wintgens, Willem Carel Bernard

geboorteplaats en/of -datum

's-Gravenhage, 1 januari 1788

beroep vader

  • advocaat
  • rechter (raadsheer in het Provinciaal Gerechtshof van Zuid-Holland)

moeder

H.E.M. Schooneveld, Henriëtte Elisabeth Marie

geboorteplaats en/of -datum

Leiden, 1784

beroep grootvader (vaderskant)

  • notaris
  • ambtenaar Hof van Holland

familierelaties