Mr. J. Op den Hooff

Rechtsgeleerde uit een voorname Vianense familie, die tijdens het bewind van Willem I tot de meer onafhankelijke leden van de Tweede Kamer behoorde. Zoon van een arts en stadsbestuurder, maar na de vroege dood van zijn ouders opgevoed door voogden. Na zijn studie in Utrecht succesvol advocaat in Amsterdam. Werd op jonge leeftijd, hij was 34 jaar, tot Kamerlid gekozen. Gematigd voorstander van hervormingen, maar tegenstander van partijschap. Werd in 1838 raadsheer in de Hoge Raad en zeven jaar later vicepresident.

financiële oppositie
functie(s) in de periode 1829-1838: lid Tweede Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Johannes

titulatuur en naam

Mr. J. Op den Hooff Johannes

geboorteplaats en -datum

Vianen (Holland), 5 maart 1795

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 21 september 1855

Partij/stroming

stroming(en)

onafhankelijk, sloot zich vaak aan bij de "financiële oppositie" (ten tijde van Willem I en Willem II)

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat te Amsterdam, vanaf februari 1818 (gespecialiseerd in zeerecht)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 12 december 1829 tot 16 oktober 1838 (voor Holland)
  • raadsheer Hoge Raad der Nederlanden, van 1 oktober 1838 tot 30 april 1845
  • vicepresident Hoge Raad der Nederlanden, van 30 april 1845 tot 21 september 1855

Nevenfuncties

  • lid (later tevens secretaris) commissie van redactie van de nieuwe Wetboeken, van 21 februari 1831 tot 1831
  • lid commissie tot herziening van de militaire wetgeving, 2 oktober 1841
  • vicevoorzitter commissie voor de oprichting van een standbeeld voor koning Willem II in Den Haag

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1832 tot mei 1832
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1834 tot november 1834
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1835 tot oktober 1835
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1836 tot oktober 1837
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van december 1837 tot oktober 1838

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • Latijnse School te Utrecht

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Utrecht, van 2 november 1812 tot 18 december 1817

Activiteiten

als parlementariër

  • Beantwoordde in 1830 de vraag of tot scheiding van Noord en Zuid moest worden overgegaan met "ja"
  • Behoorde in 1831 tot de 20 leden die tegen een wetsvoorstel stemden over een vrijwillige en verplichte geldlening
  • Behoorde in 1833 tot de 16 leden die tegen de begroting 1834/1835 stemden. Stemde tevens tegen de ontwerp-Wet op de middelen.
  • Behoorde in 1835 tot de 15 leden die tegen de begroting 1836/1837 stemden. Stemde wel vóór de ontwerp-Wet op de middelen.
  • Behoorde in 1837 tot de 21 leden die tegen de begroting 1838/1839 stemden. Stemde tevens tegen de ontwerp-Wet op de middelen.

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Werd in 1829 tot Tweede Kamerlid gekozen nadat P.A. Brugmans niet als lid was toegelaten
  • Was op 3 september 1855 benoemd tot president van de Hoge Raad der Nederlanden, maar overleed voor zijn installatie

uit de privésfeer

  • Zijn vader was arts en secretaris van Vianen
  • Zijn ouders overleden toen hij nog zeer jong was. Hij werd opgevoed door voogden.

ridderorden

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 1840
  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 6 april 1849

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

  • lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, vanaf 1830
  • lid Utrechts Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen, vanaf 1832
  • lid Commissie ter oprichting van een standbeeld binnen de stad 's-Gravenhage voor Z.M. koning Willem II, vanaf april 1849

militaire dienst

  • vrijwilliger bij de Vijfde Compagnie Jagers te paard, van 1815 tot oktober 1816

Publicaties van/over

lijst van publicaties

  • "De damno injuria dato ad leges aequitatus exacta" (dissertatie, 1817)
  • "Iets over de vaart op den Rijn", (Amsterdam, 1826)
  • "Bedenkingen tegen het Duitsche werkje over Rijnvaart en Rijnhandel, voornamelijk met betrekking tot het Koningrijk der Nederlanden", (Amsterdam, 1827)

literatuur/documentatie

Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IX, 406

publicaties over en van letterkundigen

biografie

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Vianen (Z.H.), 1 augustus 1822

echtgeno(o)t(e)/partner

E.Ch. van Braam, Emilia Christina

kinderen

1 zoon en 1 dochter

vader

Dr. L. Op den Hooff, Lambertus

moeder

A.M. Schelkes, Anna Maria

broers en zusters

geen broers of zussen

familierelaties

  • Schoonvader van W. Wintgens, Tweede Kamerlid en minister