Mr. R.J.H. Patijn

R.J.H. Patijn
bron: Onze Afgevaardigden

Vooraanstaande liberale politicus uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Zoon van J.G. Patijn die onder meer Tweede Kamerlid, burgemeester van Den Haag en Commissaris van de Koningin was. Kwam in 1905 voor het district Zierikzee in de Tweede Kamer, waar hij zich met uiteenlopende zaken bezighield. Bekleedde diverse functies in het bedrijfsleven en was voorzitter van enkele staatscommissies. Na zijn Kamerlidmaatschap korte tijd secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken en in 1926 nog even in beeld als mogelijke formateur. Sloot zijn loopbaan af als topman van de Margarine Unie en Unilever in Nederland.

Liberale Unie
functie(s) in de periode 1905-1956: lid Tweede Kamer, staatsraad in buitengewone dienst, secretaris-generaal

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Partijpolitieke functies
  5. Nevenfuncties
  6. Opleiding
  7. Activiteiten
  8. Wetenswaardigheden
  9. Publicaties van/over
  10. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Rudolf Johan Hendrik

titulatuur en naam

Mr. R.J.H. Patijn Rudolf Johan Hendrik

geboorteplaats en -datum

Maarssen, 9 december 1863

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 23 november 1956

levensbeschouwing

Hervormd: midden-orthodox

Partij/stroming

partij(en)

Liberale Unie

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat en procureur te 's-Gravenhage, van 1886 tot maart 1890
  • commies-griffier Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 4 maart 1890 tot 1 juli 1898
  • ambtenaar (rang: administrateur), administratie der Generale Thesaurie, ministerie van Financiën, van 1 juli 1898 tot 19 september 1905
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1905 tot 17 september 1918 (voor het kiesdistrict Zierikzee)
  • lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 3 juli 1907 tot 1 juli 1919 (voor het kiesdistrict 's-Gravenhage)
  • secretaris-generaal (titel: buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister), ministerie van Buitenlandse Zaken, van 1 juli 1919 tot 1 juli 1921
  • vicevoorzitter bestuur N.V. Margarine Unie, van 1 januari 1928 tot 1 januari 1930
  • staatsraad in buitengewone dienst, Raad van State, van 31 augustus 1928 tot 23 november 1956
  • voorzitter Raad van Bestuur N.V. Unilever te Rotterdam, van 1 januari 1930 tot oktober 1941 (na fusie Margarine Union en Lever Bros Ltd.)

Partijpolitieke functies

overzicht

  • lid hoofdbestuur Liberale Unie
  • secretaris Kamerclub Liberale Unie, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 oktober 1905 tot 20 september 1909

Nevenfuncties

  • secretaris Vereeniging tot bevordering van fabrieks- en handwerksnijverheid in Nederland, te 's-Gravenhage, omstreeks 1890
  • secretaris-lid Staatscommissie onderzoek naar de financiële toestand van de gemeenten (Staatscommissie-Van Nierop), van januari 1906 tot juli 1906
  • lid bestuur Weduwen- en Wezenfonds voor burgerlijke ambtenaren, vanaf 10 januari 1910 (nog in 1922)
  • lid bestuur/secretaris-penningmeester Carnegie-Stichting, vanaf 1 juli 1911 (nog in 1922)
  • adjunct-secretaris Staatscommissie tot herziening van het burgerlijk wetboek
  • lid Staatscommissie ter voorbereiding van een belasting op oorlogswinst (Staatscommissie-Bos), van oktober 1915 tot 23 februari 1916
  • lid Raad van Commissarissen N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, omstreeks 1915 (nog in 1922)
  • lid Uitvoerend Comité tot hulpbetoon aan de noodlijdende Armeniërs, vanaf december 1918
  • lid Nederlands-Duitse Commissie m.b.t. krediet en steenkolen, 1921
  • lid Staatscommissie inzake de financiële verhouding tussen Rijk en Gemeente (Staatscommissie-Van Lynden van Sandenburg), van 1 september 1921 tot september 1927
  • regeringsafgevaardigde naar conferentie over Rusland te Brussel, vanaf november 1921
  • voorzitter Staatscommissie inzake de vlootbouw ("Vlootcommissie"), van 29 november 1922 tot 30 maart 1923 (onderzoek in welk tempo de vlootwet uitgevoerd moest worden)
  • voorzitter college van commissarissen Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, vanaf 1 januari 1923
  • lid Staatscommissie voor het vervoer, van mei 1923 tot mei 1936 (onderzoek economisch dienstbaar maken land-, water- en spoorwegen)
  • lid Raad van Commissarissen "De Nederlandsche Bank", omstreeks 1926 tot november 1939
  • voorzitter Centrale Beleggingsraad, vanaf januari 1929 (nog in 1936)
  • lid Raad van Commissarissen N.V. Nederlandse Gist- en Spiritusfabriek
  • lid Raad van Commissarissen Eerste Nederlandse Verzekeringsmaatschappij
  • lid Raad van Commissarissen N.V. Nederlandsche Ford Automobile Factory, vanaf juni 1929
  • lid Commissie van advies inzake aardolie-aangelegenheden, omstreeks 1930 en nog in 1938
  • ondervoorzitter Raad van Commissarissen N.V. Hollandsche IJzeren-Spoorweg Maatschappij en N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, omstreeks 1931 tot 1938
  • lid Staatscommissie inzake toezicht op particuliere banken (Staatscommissie-De Geer), vanaf 7 maart 1937
  • ondervoorzitter Raad van Commissarissen N.V. Nederlandse Spoorwegen, vanaf 1938 (nog in 1953)
  • voorzitter Raad van Commissarissen "De Nederlandsche Bank", vanaf november 1939
  • lid Raad van Commissarissen Lever Bros & N.V. Unilever, vanaf 31 oktober 1941

afgeleide functies, presidia etc.

  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk VIIb (Financiën) 1906 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1914 tot juni 1915
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1916 tot april 1916

Opleiding

academische studie

  • rechtsgeleerdheid (gepromoveerd op dissertatie), Rijksuniversiteit Leiden, van 8 oktober 1880 tot 8 juli 1887

Activiteiten

als parlementariër

  • Hield zich in de Tweede Kamer vooral bezig met financiën, sociale verzekeringen, ambtenarenzaken en handelsaangelegenheden

opvallend stemgedrag

  • Behoorde in 1909 tot de minderheid van de Unie-liberalen die tegen een motie-Schaper stemde, waarin om wettelijke regeling van de arbeidsduur werd gevraagd
  • Behoorde in 1910 tot de minderheid van de Unie-liberalen die vóór een motie-Duymaer van Twist stemde, waarin werd gevraagd niet alleen de officierstraktementen maar ook de pensioenen te verhogen. Aanneming van de motie was voor minister Cool reden om ontslag te nemen.
  • Behoorde in 1915 met Dolk en Van Doorn tot de minderheid van de Unie-liberalen die vóór het (verworpen) wetsvoorstel stemde over de concessieverlening voor de ontginning van de olievelden in Djambi
  • Behoorde in 1916 tot de minderheid van de Unie-liberalen die tegen een motie-Schaper stemde waarin koppeling van een pensioenbelasting en een ouderdomspensioen werd afgewezen. Aanneming van de motie was voor Treub reden om af te treden.
  • Stemde in 1917 als enige Unie-liberaal vóór de motie-Marchant waarin het besluit van minister Bosboom om de landstormjaarklasse 1908 op te roepen, werd betreurd

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Werd in februari 1890 na vier stemmingsrondes gekozen tot commies-griffier. In de vierde ronde versloeg hij F.J.A. Vos de Wael met 44 tegen 40 stemmen.
  • Werd tijdens verlof als secretaris-generaal van Buitenlandse Zaken tussen 1919 en 1921 enkele keren vervangen door jhr. F. Beelaerts van Blokland
  • Werd in 1926 op verzoek van Koningin Wilhelmina door zijn broer J.A.N. Patijn benaderd voor een formatieopdracht, maar weigerde die.

uit de privésfeer

  • Een broer van hem was gehuwd met een dochter van jhr. W.Th.C. van Doorn, Tweede Kamerlid
  • Zijn schoonvader was raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden

verkiezingen

  • Versloeg in 1905 in het district Zierikzee na herstemming jhr. J.J. Pompe van Meerdervoort (arp)
  • Versloeg in 1909 H.Ch. Vegtel (arp)
  • Versloeg in 1913 H.C. Hogerzeil (arp)
  • Werd in 1917 bij enkelvoudige kandidaatstelling gekozen
  • Was in 1918 geen kandidaat meer

niet-aanvaarde politieke functies

  • minister van Financiën, december 1923 (tijdens formatie-Beelaerts van Blokland; weigerde)

woonplaats(en)/adres(sen)

  • 's-Gravenhage, Bankastraat 143, omstreeks 1912
  • 's-Gravenhage, Bankaplein 3
  • Elspeet, Huize "Het Roode Koper", van 1928 tot 1946 (tweede huis)
  • 's-Gravenhage, Ruijchrocklaan 102, van 1946 tot 23 november 1956

ridderorden

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 augustus 1902
  • Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 28 augustus 1913 (t.g.v. de opening van het Vredespaleis)

Publicaties van/over

lijst van publicaties

"Geschillen van bevoegdheid" (dissertatie, 1887)

literatuur/documentatie

  • Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)
  • Onze Afgevaardigden, 1905, 1909 en 1913
  • Ned. Patriciaat, 1964

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Voorburg, 22 augustus 1893

echtgeno(o)t(e)/partner

Jkvr. E.H.M. de Jonge, Elisabeth Henriëtta Maria

kinderen

4 zoons en 1 dochter

vader

Mr. J.G. Patijn, Jacob Gerard

geboorteplaats en/of -datum

Wadenoijen (Gld.), 7 april 1836

moeder

A.J.C. Veeren, Adriana Jacoba Clazina

geboorteplaats en/of -datum

's-Gravenhage, 14 september 1836

broers en zusters

2 broers en 1 zus

beroep grootvader (vaderskant)

predikant

beroep grootvader (moederskant)

burgemeester van Zuilen

familierelaties

  • Zoon van J.G. Patijn, Tweede Kamerlid en Commissaris van de Koningin
  • Broer van J.A.N. Patijn, burgemeester van 's-Gravenhage en minister
  • Zwager van jhr. B.C. de Jonge, minister en Gouverneur-Generaal
  • Vader van C.L. Patijn, Tweede Kamerlid
  • Grootvader van S. Patijn, Tweede Kamerlid, Commissaris van de Koningin en burgemeester van Amsterdam
  • Grootvader van M. Patijn, staatssecretaris en Tweede Kamerlid