Liberale Unie
functie(s) in de periode 1905-1956: lid Tweede Kamer, staatsraad in buitengewone dienst, secretaris-generaal
Personalia
voornamen (roepnaam)
Rudolf Johan Hendrik
titulatuur en naam
Mr. R.J.H. Patijn Rudolf Johan Hendrik
geboorteplaats en -datum
Maarssen, 9 december 1863
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 23 november 1956
levensbeschouwing
Hervormd: midden-orthodox
Partij/stroming
partij(en)
Liberale Unie
Hoofdfuncties/beroepen
- advocaat en procureur te 's-Gravenhage, van 1886 tot maart 1890
- commies-griffier Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 4 maart 1890 tot 1 juli 1898
- ambtenaar (rang: administrateur), administratie der Generale Thesaurie, ministerie van Financiën, van 1 juli 1898 tot 19 september 1905
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1905 tot 17 september 1918 (voor het kiesdistrict Zierikzee)
- lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 3 juli 1907 tot 1 juli 1919 (voor het kiesdistrict 's-Gravenhage)
- secretaris-generaal (titel: buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister), ministerie van Buitenlandse Zaken, van 1 juli 1919 tot 1 juli 1921
- vicevoorzitter bestuur N.V. Margarine Unie, van 1 januari 1928 tot 1 januari 1930
- staatsraad in buitengewone dienst, Raad van State, van 31 augustus 1928 tot 23 november 1956
- voorzitter Raad van Bestuur N.V. Unilever te Rotterdam, van 1 januari 1930 tot oktober 1941 (na fusie Margarine Union en Lever Bros Ltd.)
Partijpolitieke functies
overzicht
- lid hoofdbestuur Liberale Unie
- secretaris Kamerclub Liberale Unie, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 oktober 1905 tot 20 september 1909
Nevenfuncties
- secretaris Vereeniging tot bevordering van fabrieks- en handwerksnijverheid in Nederland, te 's-Gravenhage, omstreeks 1890
- secretaris-lid Staatscommissie onderzoek naar de financiële toestand van de gemeenten (Staatscommissie-Van Nierop), van januari 1906 tot juli 1906
- lid bestuur Weduwen- en Wezenfonds voor burgerlijke ambtenaren, vanaf 10 januari 1910 (nog in 1922)
- lid bestuur/secretaris-penningmeester Carnegie-Stichting, vanaf 1 juli 1911 (nog in 1922)
- adjunct-secretaris Staatscommissie tot herziening van het burgerlijk wetboek
- lid Staatscommissie ter voorbereiding van een belasting op oorlogswinst (Staatscommissie-Bos), van oktober 1915 tot 23 februari 1916
- lid Raad van Commissarissen N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, omstreeks 1915 (nog in 1922)
- lid Uitvoerend Comité tot hulpbetoon aan de noodlijdende Armeniërs, vanaf december 1918
- lid Nederlands-Duitse Commissie m.b.t. krediet en steenkolen, 1921
- lid Staatscommissie inzake de financiële verhouding tussen Rijk en Gemeente (Staatscommissie-Van Lynden van Sandenburg), van 1 september 1921 tot september 1927
- regeringsafgevaardigde naar conferentie over Rusland te Brussel, vanaf november 1921
- voorzitter Staatscommissie inzake de vlootbouw ("Vlootcommissie"), van 29 november 1922 tot 30 maart 1923 (onderzoek in welk tempo de vlootwet uitgevoerd moest worden)
- voorzitter college van commissarissen Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, vanaf 1 januari 1923
- lid Staatscommissie voor het vervoer, van mei 1923 tot mei 1936 (onderzoek economisch dienstbaar maken land-, water- en spoorwegen)
- lid Raad van Commissarissen "De Nederlandsche Bank", omstreeks 1926 tot november 1939
- voorzitter Centrale Beleggingsraad, vanaf januari 1929 (nog in 1936)
- lid Raad van Commissarissen N.V. Nederlandse Gist- en Spiritusfabriek
- lid Raad van Commissarissen Eerste Nederlandse Verzekeringsmaatschappij
- lid Raad van Commissarissen N.V. Nederlandsche Ford Automobile Factory, vanaf juni 1929
- lid Commissie van advies inzake aardolie-aangelegenheden, omstreeks 1930 en nog in 1938
- ondervoorzitter Raad van Commissarissen N.V. Hollandsche IJzeren-Spoorweg Maatschappij en N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, omstreeks 1931 tot 1938
- lid Staatscommissie inzake toezicht op particuliere banken (Staatscommissie-De Geer), vanaf 7 maart 1937
- ondervoorzitter Raad van Commissarissen N.V. Nederlandse Spoorwegen, vanaf 1938 (nog in 1953)
- voorzitter Raad van Commissarissen "De Nederlandsche Bank", vanaf november 1939
- lid Raad van Commissarissen Lever Bros & N.V. Unilever, vanaf 31 oktober 1941
afgeleide functies, presidia etc.
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk VIIb (Financiën) 1906 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1914 tot juni 1915
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van januari 1916 tot april 1916
Opleiding
academische studie
- rechtsgeleerdheid (gepromoveerd op dissertatie), Rijksuniversiteit Leiden, van 8 oktober 1880 tot 8 juli 1887
Activiteiten
als parlementariër
- Hield zich in de Tweede Kamer vooral bezig met financiën, sociale verzekeringen, ambtenarenzaken en handelsaangelegenheden
opvallend stemgedrag
- Behoorde in 1909 tot de minderheid van de Unie-liberalen die tegen een motie-Schaper stemde, waarin om wettelijke regeling van de arbeidsduur werd gevraagd
- Behoorde in 1910 tot de minderheid van de Unie-liberalen die vóór een motie-Duymaer van Twist stemde, waarin werd gevraagd niet alleen de officierstraktementen maar ook de pensioenen te verhogen. Aanneming van de motie was voor minister Cool reden om ontslag te nemen.
- Behoorde in 1915 met Dolk en Van Doorn tot de minderheid van de Unie-liberalen die vóór het (verworpen) wetsvoorstel stemde over de concessieverlening voor de ontginning van de olievelden in Djambi
- Behoorde in 1916 tot de minderheid van de Unie-liberalen die tegen een motie-Schaper stemde waarin koppeling van een pensioenbelasting en een ouderdomspensioen werd afgewezen. Aanneming van de motie was voor Treub reden om af te treden.
- Stemde in 1917 als enige Unie-liberaal vóór de motie-Marchant waarin het besluit van minister Bosboom om de landstormjaarklasse 1908 op te roepen, werd betreurd
Wetenswaardigheden
algemeen
- Werd in februari 1890 na vier stemmingsrondes gekozen tot commies-griffier. In de vierde ronde versloeg hij F.J.A. Vos de Wael met 44 tegen 40 stemmen.
- Werd tijdens verlof als secretaris-generaal van Buitenlandse Zaken tussen 1919 en 1921 enkele keren vervangen door jhr. F. Beelaerts van Blokland
- Werd in 1926 op verzoek van Koningin Wilhelmina door zijn broer J.A.N. Patijn benaderd voor een formatieopdracht, maar weigerde die.
uit de privésfeer
- Een broer van hem was gehuwd met een dochter van jhr. W.Th.C. van Doorn, Tweede Kamerlid
- Zijn schoonvader was raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden
verkiezingen
- Versloeg in 1905 in het district Zierikzee na herstemming jhr. J.J. Pompe van Meerdervoort (arp)
- Versloeg in 1909 H.Ch. Vegtel (arp)
- Versloeg in 1913 H.C. Hogerzeil (arp)
- Werd in 1917 bij enkelvoudige kandidaatstelling gekozen
- Was in 1918 geen kandidaat meer
niet-aanvaarde politieke functies
- minister van Financiën, december 1923 (tijdens formatie-Beelaerts van Blokland; weigerde)
woonplaats(en)/adres(sen)
- 's-Gravenhage, Bankastraat 143, omstreeks 1912
- 's-Gravenhage, Bankaplein 3
- Elspeet, Huize "Het Roode Koper", van 1928 tot 1946 (tweede huis)
- 's-Gravenhage, Ruijchrocklaan 102, van 1946 tot 23 november 1956
ridderorden
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 augustus 1902
- Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 28 augustus 1913 (t.g.v. de opening van het Vredespaleis)
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"Geschillen van bevoegdheid" (dissertatie, 1887)
literatuur/documentatie
- Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)
- Onze Afgevaardigden, 1905, 1909 en 1913
- Ned. Patriciaat, 1964
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Voorburg, 22 augustus 1893
echtgeno(o)t(e)/partner
Jkvr. E.H.M. de Jonge, Elisabeth Henriëtta Maria
kinderen
4 zoons en 1 dochter
vader
Mr. J.G. Patijn, Jacob Gerard
geboorteplaats en/of -datum
Wadenoijen (Gld.), 7 april 1836
moeder
A.J.C. Veeren, Adriana Jacoba Clazina
geboorteplaats en/of -datum
's-Gravenhage, 14 september 1836
broers en zusters
2 broers en 1 zus
beroep grootvader (vaderskant)
predikant
beroep grootvader (moederskant)
burgemeester van Zuilen
familierelaties
- Zoon van J.G. Patijn, Tweede Kamerlid en Commissaris van de Koningin
- Broer van J.A.N. Patijn, burgemeester van 's-Gravenhage en minister
- Zwager van jhr. B.C. de Jonge, minister en Gouverneur-Generaal
- Vader van C.L. Patijn, Tweede Kamerlid
- Grootvader van S. Patijn, Tweede Kamerlid, Commissaris van de Koningin en burgemeester van Amsterdam
- Grootvader van M. Patijn, staatssecretaris en Tweede Kamerlid