Hoge officier en orangist, die in 1813 als militair gouverneur van de residentie Van Hogendorp en Van der Duyn van Maasdam vroeg voorlopig het bewind op zich te nemen, in afwachting van terugkeer van de prins van Oranje. Was in 1813 (tevens) korte tijd waarnemend commissaris-generaal van Oorlog en militair gouverneur van Holland. Had enige jaren zitting in Provinciale Staten en werd in 1833 tot Eerste Kamerlid benoemd.