Rotterdamse verzekeringsman, zoon van een hervormde theoloog en predikant, die korte tijd Tweede Kamerlid was. Behoorde tot het patriciërsgeslacht waartoe ook de koffie- en tabakskoopman Theodorus Niemeijer behoorde. Werd in 1918 dankzij de steun van de Rotterdamse zakenwereld voor de Vrije Liberalen in de Kamer gekozen, maar nam al na anderhalf jaar ontslag.