Jhr.Mr. P. van Akerlaken

P. van Akerlaken
bron: RKD

Lid van een Hoorns regentengeslacht, die na zijn rechtenstudie in Hoorn advocaat, gemeenteontvanger en raadslid was. In 1838 burgemeester van twee kleine gemeenten in de Zeevang en tevens tot Tweede Kamerlid gekozen. Behoorde tot de conservatieve getrouwen van de koning en werd in 1844 Kamervoorzitter. In dat jaar volgde ook zijn benoeming tot burgemeester van Hoorn. Weigerde twee jaar later een benoeming tot minister, maar werd in 1847 wel Eerste Kamerlid. In 1848 tegenstander van de staatkundige hervormingen.

regeringsgezinden ten tijde van Willem I en Willem II
functie(s) in de periode 1838-1849: lid Tweede Kamer, voorzitter Tweede Kamer, lid Eerste Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Pieter

titulatuur en naam

Jhr.Mr. P. van Akerlaken Pieter

geboorteplaats en -datum

Hoorn, 12 augustus 1792

overlijdensplaats en -datum

Hoorn, 20 september 1862

levensbeschouwing

Gereformeerd (Ned. Hervormd)

Partij/stroming

stroming(en)

  • regeringsgezind (ten tijde van Willem I en Willem II)
  • conservatief

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat te Hoorn, vanaf 1813
  • gemeenteontvanger van Hoorn, omstreeks 1817 tot 1845
  • lid stedelijke raad (1851: gemeenteraad) van Hoorn, tot september 1862
  • lid Provinciale Staten van Holland, van 16 oktober 1827 tot 16 oktober 1838 (voor de landelijke stand, district Blokker)
  • burgemeester van Beets, van 2 januari 1838 tot juni 1842
  • burgemeester van Schardam, van 2 januari 1838 tot juni 1842
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 oktober 1838 tot 17 oktober 1847 (1838-1840 voor Holland, 1840-1847 voor Noord-Holland)
  • voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 oktober 1844 tot 20 oktober 1845
  • burgemeester van Hoorn, van 1 januari 1845 tot 20 september 1862 (benoemd bij K.B. van 18 december 1844)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 19 oktober 1847 tot 13 februari 1849
  • lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 10 juli 1849 tot 20 september 1862 (1849-1850 voor de steden, 1850-1862 voor het kiesdistrict Hoorn)
  • dijkgraaf waterschap Drechterland, van 1 maart 1852 tot 20 september 1862

Nevenfuncties

  • waarschap van Drechterland, van 1814 tot 1821
  • hoofdingeland van Drechterland, van 1821 tot 1 maart 1852
  • heemraad Heerhugowaard, vanaf 1827
  • hoofdingeland Etershemmer Keukendijk, vanaf 1830
  • vicepresident Commissie van administratie over de Gevangenissen te Hoorn, van 14 augustus 1830 tot 1862
  • regent Oude Mannen- en Vrouwenhuis "Sint Pietershof" te Hoorn, van 1837 tot 1862
  • lid commissie voor de landbouw in Noord-Holland, van 1838 tot 1851
  • lid commissie van advies over het aantal leden der Provinciale Staten, 1840
  • lid commissie voor maatregelen Maatschappij van Weldadigheid, tot 1843
  • auditeur schutterijraad van Hoorn, tot 1845
  • lid Commissie van Toezicht Provinciaal Krankzinnigengesticht, vanaf 1848
  • voorzitter bestuur banne Hoorn, tot september 1862
  • voorzitter bestuur Oosterpolder, tot september 1862

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van augustus 1841 tot februari 1842
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van mei 1842 tot december 1842
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van februari 1843 tot mei 1843
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van december 1843 tot mei 1844
  • voorzitter Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 22 oktober 1844 tot 20 oktober 1845

Opleiding

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Utrecht, van 18 september 1809 tot 24 december 1810

Activiteiten

als parlementariër

  • Stemde in 1840 tegen de invoering van periodieke verkiezingen voor de stedelijke raden
  • Behoorde in 1843 tot de 24 leden die vóór het (verworpen) wetsvoorstel tot regeling van 's Rijks openbare schuld stemden
  • Stemde in 1847 voor het regeringsvoorstel tot afschaffing van het Recht van Placet
  • Stemde in 1848 bij de eerste lezing tegen hoofdstuk III (Staten-Generaal) van de nieuwe Grondwet

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Werd in 1838 gekozen als opvolger van J.H. van Reenen, nadat P. Huidekoper zijn benoeming niet had aanvaard
  • Trad in februari 1847 enkele keren op als waarnemend Kamervoorzitter, omdat Bruce wegens de toestand van zijn vader verhinderd was

uit de privésfeer

  • Zijn vader behoorde tot de Hoornse regentenklasse

verkiezingen

  • In december 1848 door de kiezers van het district Hoorn voorgedragen voor het Eerste Kamerlidmaatschap, maar niet benoemd door de koning

niet-aanvaarde politieke functies

  • minister van Binnenlandse Zaken, 1846 (geweigerd)

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen

"Piet Almachtig" (bijnaam in Hoorn)

woonplaats(en)/adres(sen)

Hoorn

ridderorden

  • Commandeur in de Orde van de Eikenkroon, 1843
  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 28 juni 1845

predicaten/adellijke titels

  • jonkheer, 2 oktober 1843

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • Jaap Raat, "Pieter van Akerlaken (1792-1862) 'almachtig' en veelzijdig", in: "Kleurrijke Westfriezen" (2000)
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel I, 52
  • H. van Felius en H.J. Metselaars, "Noordhollandse Statenleden 1840-1919"

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Hoorn, 23 maart 1815

echtgeno(o)t(e)/partner

M. van Stralen, Maria

vader

D. van Akerlaken, Dirk

geboorteplaats en/of -datum

Hoorn, 13 september 1753

moeder

G. Impeitat, Geertruij

geboorteplaats en/of -datum

Hoorn, juni 1773 (gedoopt 27 juni)

beroep grootvader (vaderskant)

regent (o.a. schepen) van Hoorn

familierelaties