Jhr.Mr. O. van Swinderen van Rensuma

O. van Swinderen van Rensuma

Groningse edelman, die zijn bestuurlijke loopbaan in de Franse tijd begon als belastingambtenaar en in 1818 Statenlid in Groningen werd. In 1832 gekozen tot lid van de Tweede Kamer en daarvan in 1839/1840 voorzitter. Werd kort voor diens aftreden door koning Willem I tot Eerste Kamerlid benoemd en bleef dat tot het einde van het oude bewind in 1848. Groningse landjonker, van wie de grootvader en vader bestuursfuncties bekleedden. Een zoon en kleinzoon van hem hadden zitting in het parlement.

regeringsgezinden ten tijde van Willem I en Willem II
functie(s) in de periode 1832-1848: lid Tweede Kamer, voorzitter Tweede Kamer, lid Eerste Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Oncko

titulatuur en naam

Jhr.Mr. O. van Swinderen van Rensuma Oncko

geboorteplaats en -datum

Groningen, 23 juli 1775

overlijdensplaats en -datum

Groningen, 12 november 1850

levensbeschouwing

Gereformeerd (Ned. Hervormd)

Partij/stroming

stroming(en)

  • regeringsgezind (ten tijde van Willem I en Willem II)
  • conservatief

Hoofdfuncties/beroepen

  • inspecteur middelen te lande, departement Groningen, van 1806 tot 1811
  • directeur der belastingen, departement van de Wester-Eems, van 1811 tot 1812
  • lid algemene raad, departement van de Wester-Eems, van 1812 tot 1813
  • hypotheekbewaarder te Groningen, van 1812 tot 1813
  • lid Provinciale Staten van Groningen, van 19 september 1814 tot 14 oktober 1814 (voor de stad Groningen)
  • directeur der directe belastingen, in- en uitgaande rechten en accijnzen in Groningen en Drenthe, vanaf 1 november 1814
  • lid Provinciale Staten van Groningen, van 8 september 1818 tot 17 oktober 1831 (voor de Ridderschap)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 oktober 1831 tot 19 oktober 1840 (voor de provincie Groningen)
  • voorzitter Tweede Kamer der Staten-Generaal, van oktober 1839 tot 20 oktober 1840
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 19 oktober 1840 tot 12 april 1848

Nevenfuncties

  • lid College van Curatoren Hogeschool te Groningen
  • staatsraad in buitengewone dienst, Raad van State, vanaf 1840

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1833 tot oktober 1833
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1833 tot april 1834
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1834 tot maart 1835
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1835 tot november 1835
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1836 tot juli 1839
  • voorzitter Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1839 tot 20 oktober 1840

Opleiding

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Groningen, van 24 december 1790 tot 2 december 1795

Activiteiten

als parlementariër

  • Behoorde in 1833 tot de minderheid die vóór een wetsvoorstel tot verhoging van de accijns op steenkolen stemde. Het wetsvoorstel werd verworpen met 34 tegen 15 stemmen.
  • Behoorde in 1833 tot de 24 leden die tegen de ontwerp-Wet op de middelen stemden. Stemde wel vóór de begroting.
  • Behoorde in 1838 tot de 16 leden die vóór een (verworpen) wetsvoorstel over het tarief voor de rechten op in- en uit- en doorvoer stemden
  • Behoorde in 1839 tot de 12 leden die vóór de (verworpen) ontwerp-Leningwet voor Nederlands-Indië stemden. Na deze verwerping trad minister Van den Bosch af.
  • Behoorde in 1842 tot de elf Eerste Kamerleden die tegen het (verworpen) wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie stemden
  • Behoorde in 1844 tot de zes leden die tegen het wetsvoorstel inzake de vrijwillige geldlening stemden

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Nam in april 1848 ontslag als Eerste Kamerlid vanwege zijn slechte gezondheid

uit de privésfeer

  • Zijn moeder overleed in maart 1777, anderhalf jaar na zijn geboorte
  • Zijn oudste zoon Wicher was grietman van Gaasterland en van Wonseradeel
  • Zijn jongste zoon Theodorus was burgemeester van Uithuizermeeden

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Groningen
  • Uithuizermeeden, borg Rensuma

ridderorden

Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 17 oktober 1831

predicaten/adellijke titels

  • jonkheer, 27 december 1817

bezit van heerlijkheden

  • heer van Rensuma, 1829 (door koop)

Publicaties van/over

lijst van publicaties

"De Polygynia" (dissertatie, 1795)

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Groningen, 20 november 1796

echtgeno(o)t(e)/partner

Q.J.J. Gerlacius, Quirina Jacoba Johanna

kinderen

10 kinderen

vader

W. van Swinderen, Wicher

geboorteplaats en/of -datum

Groningen, 13 april 1745

moeder

O.C.S. von Rehden, Octavia Cornelia Susanna

geboorteplaats en/of -datum

Leer (O.Frl.), 24 februari 1756

stiefmoeder

J.M. de Beveren, Johanna Margaretha

beroep grootvader (vaderskant)

  • raadsheer van Groningen
  • gedeputeerde ter Staten-Generaal
  • lid Raad van State
  • burgemeester van Groningen

familierelaties