Jhr. G.R.G. van Swinderen

G.R.G. van Swinderen

Zelfstandig opererende liberaal in de Eerste Kamer in het midden van de negentiende eeuw. Telg uit een Gronings regentengeslacht, maar afgevaardigde namens Friesland. Was na een korte marineloopbaan sinds 1835 grietman (later burgemeester) van Gaasterland en woonde op een landgoed in Balk. Als grootgrondbezitter invloedrijk in de Zuidwesthoek van Friesland. Behoorde in 1868 tot de liberalen die de Eerste Kamer bijeenriepen om over de dreigende (derde) Kamerontbinding te spreken.

liberaal
functie(s) in de periode 1849-1879: lid Eerste Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Activiteiten
  6. Wetenswaardigheden
  7. Publicaties van/over
  8. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Gerard Regnier Gerlacius

titulatuur en naam

Jhr. G.R.G. van Swinderen Gerard Regnier Gerlacius

geboorteplaats en -datum

Groningen, 26 juni 1804

overlijdensplaats en -datum

Neerlangbroek (gem. Langbroek), 21 juni 1879

begraafplaats en -datum

Harich, 28 juni 1879 (familiegraf)

levensbeschouwing

Nederlands Hervormd

Partij/stroming

stroming(en)

  • 'pragmatisch liberaal'
  • liberaal (vanaf omstreeks 1860)

Hoofdfuncties/beroepen

  • luitenant-ter-zee, van 1826 tot 1834
  • landeigenaar
  • grietman van Gaasterland, van 1 september 1835 tot 1 augustus 1851
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 13 februari 1849 tot 20 augustus 1850 (voor Friesland)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 7 oktober 1850 tot 21 juni 1879 (voor Friesland)
  • burgemeester van Gaasterland, van 1 augustus 1851 tot 1 juli 1853
  • burgemeester van Gaasterland, van 1 juli 1857 tot 1 juli 1863

Nevenfuncties

  • lid Comité voor den Noord-Hollandsch-Frieschen Spoorwegen, vanaf 27 november 1862
  • lid Raad van Toezicht Paleis van Volksvlijt te Amsterdam, omstreeks 1875

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1851 tot februari 1852
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), september 1851
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van april 1855 tot oktober 1856
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van april 1859 tot mei 1859
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van augustus 1860 tot september 1860
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van mei 1861 tot augustus 1861
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van juni 1862 tot september 1862
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1865 tot december 1865
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van juni 1868 tot september 1868
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1868 tot juli 1869
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1869 tot november 1869
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1869 tot maart 1870
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van mei 1870 tot september 1870
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1870 tot juli 1871
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van januari 1872 tot mei 1872
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1873 tot oktober 1873
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van juni 1874 tot maart 1875
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van november 1875 tot juni 1876
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1876 tot november 1876
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van maart 1877 tot mei 1878
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1878 tot januari 1879

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak in de Eerste Kamer onder meer over waterstaat, binnenlandse zaken, onderwijs en militaire aangelegenheden
  • Behoorde in 1850 tot de zes leden die tegen de ontwerp-Postwet (vaststelling briefporto en regeling brievenposterij) stemden
  • Stemde in 1851 tegen de ontwerp-Onteigeningswet
  • Stemde in 1852 tegen het Verdrag met België inzake handel en scheepvaart en het wetsvoorstel inzake jacht en visserij
  • Stemde (als enige) tegen het wetsvoorstel inzake de ministeriële verantwoordelijkheid
  • Stemde in 1854 als enige tegen het wetsvoorstel tot vaststelling van het reglement op het beleid der regering van Nederlandsch-Indië
  • Stemde in 1854 tegen het wetsvoorstel tot invoering van celstraffen
  • Stemde in 1855 tegen de ontwerp-Wet vereniging en vergadering
  • Stemde tegen de ontwerp-Wet inzake het armbestuur
  • Behoorde in 1859 tot de 16 leden die vóór een (verworpen) wetsvoorstel stemden over herziening van het tarief voor in- en uitvoerrechten
  • Behoorde in 1860 tot de 20 leden die tegen de (verworpen) ontwerp-wet over aanleg en exploitatie van de Noorder- en Zuiderspoorwegen stemden
  • Behoorde in 1861 tot de zes leden die tegen de ontwerp-Militiewet stemden
  • Behoorde in 1862 tot de vier Eerste Kamerleden die vóór de (verworpen) begroting van Koloniën voor 1863 stemden. De verwerping leidde tot het aftreden van minister Uhlenbeck.
  • Was in 1868 mede-initiatiefnemer tot het bijeenroepen van de Eerste Kamer, om een adres te kunnen opstellen waarin erbij de koning moest worden aangedrongen de Tweede Kamer niet voor de derde achtereenvolgende maal te ontbinden
  • Stemde in 1869 vóór het voorstel tot afschaffing van het dagbladzegel
  • Stemde in 1870 vóór het voorstel tot afschaffing van de doodstraf
  • Behoorde in 1874 tot de vier leden die tegen de ontwerp-Hogeronderwijswet stemden

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Nam in juli 1857 ontslag als Eerste Kamerlid, omdat hij was herbenoemd als burgemeester en meende dat dit een bezodigd staatsambt was. Hij werd op 23 juli door de Staten van Friesland met 21 van de 41 stemmen opnieuw gekozen.

uit de privésfeer

  • Zijn vermogen nam aanzienlijk toe door zijn huwelijk met de rijke erfdochter van de familie Rengers
  • Volgde in 1835 zijn oudere broer Wicher op als grietman van Gaasterland

verkiezingen

  • Werd in 1853 bij de periodieke verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Friesland met 31 van de 44 stemmen herkozen
  • Werd in 1862 bij de periodieke verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Friesland met 35 van de 46 stemmen herkozen
  • Werd in 1871 bij de periodieke verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Friesland met 36 van de 42 stemmen herkozen

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Balk, Huize Rijs, omstreeks 1875
  • Neerlangbroek, kasteel Lunenburg

ridderorden

  • Ridder vierde klasse, Militaire Willemsorde
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • S. Rodenhuis en G. Kingma, "Adeldom verplicht. De geschiedenis van de familie Van Swinderen in Gaasterland" (2010)
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel X, 1006

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

  • gehuwd te Rijs, 3 maart 1834 (echtgenote overleden 21 september 1859)
  • gehuwd (tweede huwelijk) te Amsterdam, 17 december 1863

echtgeno(o)t(e)/partner

C.J. barones Rengers, Constantia Johanna

2e echtgeno(o)t(e)/partner

Jkvr. G.J. van Iddekinge, Gabriëlle Johanna

kinderen

2 dochters en 1 zoon (uit eerste huwelijk)

vader

Jhr.Mr. O. van Swinderen van Rensuma, Oncko

geboorteplaats en/of -datum

Groningen, 23 juli 1775

moeder

Q.J.J. Gerlacius, Quirina Jacoba Johanna

geboorteplaats en/of -datum

Groningen, 31 mei 1775

beroep grootvader (vaderskant)

  • gildregtsheer
  • monstercommissaris
  • gezworene der stad Groningen

familierelaties