Eerste naoorlogse minister van Onderwijs. Was in 's-Heerenberg hervormd predikant en werd in 1918 in Groningen hoogleraar geschiedenis van de godsdiensten. Publiceerde veel en was een vooraanstaand theoloog. Grote kenner van kerkmuziek. Schoonzoon van een CHU-Tweede Kamerlid, maar werd als aanhanger van de doorbraakgedachte zelf in 1946 lid van de PvdA. Stelde als minister in het kabinet-Schermerhorn/Drees diverse partijgenoten aan in de top van zijn departement. Streefde een actieve cultuurpolitiek en vorming van een nationale omroep na. Kon echter niet veel van zijn vernieuwingsideeën tot stand brengen.