Officier en krijgshistoricus, die opklom tot chef van de Generale Staf. Werd in 1908 minister van Oorlog in het rechtse kabinet-Heemskerk. Verbeterde de oefening van dienstplichtigen en kwam met plannen voor verbetering van de kustverdediging. Kon die echter niet voltooien, omdat hij vanwege gezondheidsredenen moest aftreden. Stond als officier en minister goed aangeschreven, maar was voor alles militair en sommigen beschouwden hem als nogal zelfingenomen.