Een belangrijke taak van politiek en bestuur is het oplossen van maatschappelijke problemen. Dat kan bijvoorbeeld door wijziging van beleid, al dan niet vastgelegd in wetgeving. Zaken zijn soms complexer dan ze op het eerste gezicht lijken en dat kan ertoe leiden dat oplossingen langer op zich laten wachten. Het stikstofprobleem is misschien wel het meest sprekende voorbeeld. Maar toch, soms lukt het. Dat was ook onlangs het geval. Alleen de media zwegen en dus weet 'niemand' het. Waarover ging dat?
Het toeslagenschandaal werd in belangrijke mate veroorzaakt door een keihard fraudebeleid, waarin iedere fout - ook al kwam die niet uit onwil, maar uit onkunde voort - genadeloos werd afgestraft. Het ging onder meer om uitgekeerde toeslagen, waarover achteraf verantwoording moest worden afgelegd en die eventueel moesten worden terugbetaald. Het fraudebeleid zoals dat rond 2010-2013 was ontwikkeld, omvatte echter meer strenge regels in de sociale zekerheid zoals vastgelegd in een Fraudewet.
Toen onder meer de Nationale ombudsman zich kritisch had uitgelaten over de hardheid van de wetgeving kwam minister Lodewijk Asscher in 2016 met enige versoepelingen (de zogeheten Fraudewet II). Er kwam onderscheid tussen verwijtbare en niet-verwijtbare overtredingen, waarbij het mogelijk werd te waarschuwen. Het boetebedrag werd gekoppeld aan de mate van verwijtbaarheid: 100 procent bij opzet, 75 procent bij grove schuld, 50% bij normale verwijtbaarheid en 25% bij verminderde verwijtbaarheid.
Die 'verzachtingen' hielpen slechts ten dele (en al helemaal niet voor de toeslagen). Dat bleek toen er enkele jaren later berichten in de media verschenen over hoge boetes in de bijstand (Participatiewet). Een treffend voorbeeld was een bijstandsgerechtigde die duizenden euro's moest terugbetalen, omdat haar ouders haar geregeld boodschappen schonken. Vele politici spraken onmiddellijk schande van de harde aanpak en Kamerleden van SP, D66, PvdA en GroenLinks stelden in december 2020 en januari 2021 Kamervragen aan toenmalig staatssecretaris Bas van 't Wout. Hij zei de zorgen serieus te nemen en beloofde snel aan oplossingen te gaan werken.
De verontwaardiging was overigens opmerkelijk in het licht van in 2012 en 2013 aangenomen wetgeving. In 2013 kwam de Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit tot stand. In beide Kamers aangenomen met algemene stemmen. Voor bestrijding van fraude in de bijstand was de in 2012 (in de Tweede Kamer met steun van GroenLinks!) tot stand gekomen Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving (Fraudewet I) cruciaal. Fraudeurs moesten voortaan alles terugbetalen, zouden een hoge boete krijgen en liepen het risico dat hun uitkering zou worden stopgezet. Gemeenten werden verplicht de sancties uit te voeren. De wetgeving van Asscher zorgde in 2016 slechts voor een zekere 'verzachting'.
Niettemin bleek in 2020 dus dat het stelsel soms tot onevenredig harde uitkomsten kon leiden. Het maken van een foutje kon nog steeds tot een flinke boete en hoge terugvordering leiden. Dat werd bevestigd door de parlementaire enquête fraudebeleid en dienstverlening. In haar verslag drong de enquêtecommissie aan op aanpassing. De Tweede Kamer steunde dat in meerderheid (alleen de PVV was tegen).
En zie: op 4 juli 2025 diende minister Eddy van Hijum het wetsvoorstel Handhaving Sociale Zekerheid in. Wetswijziging moest zorgen voor een menselijkere overheid. Mensen zouden niet meer meteen worden gestraft bij het maken van een foutje en uitvoerders zouden ruimte krijgen om af te zien van een sanctie of boete, als iemand daarmee juist meer in de problemen zou komen. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel een jaar later aan en de Eerste Kamer deed dat op 27 oktober jl. In beide Kamers stemden FVD, BBB en JA21 tegen, in de Tweede Kamer ook Groep-Markuszower en het lid Keijzer.
Het succes van Van Hijum en de huidige minister Thierry Aartsen bleef, ondanks de ophef in 2020, onopgemerkt. Ophef over een wantoestand, maar zwijgen over oplossingen: een wat treurig beeld.