Hij beloofde dat hij niet met een kettingzaag zou gaan zwaaien.1 Toch liegt de deze week verschenen voortgangsbrief Slagvaardige overheid van staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Eric van der Burg (VVD) er niet om.2 Het is de bedoeling de overheid ‘slimmer, kleiner en eenvoudiger’ te maken en daarmee de komende jaren 3,5 miljard euro te besparen. Daarmee verdwijnen tot 2035 zo’n 25.000 voltijdbanen bij de Rijksoverheid, zestien procent van het totale aantal rijksambtenaren. Dat is geen aantal dat de staatssecretaris met wat wieden en schoffelen uit begrotingen gaat harken. Grof snoeiwerk is de enige mogelijkheid om tot dit beoogde resultaat te komen. Daarbij is wel de vraag wat mag bloeien en wat op de composthoop gaat.
Van der Burg ziet vier besparingsmogelijkheden. Ten eerste vereenvoudiging: minder regels, minder maatwerk. Ten tweede verbetering van de dienstverlening, waarbij hij zijn hoop vestigt op digitalisering en de toepassing van AI. Ten derde productiviteitsverhoging van de rijksdienst, wat neerkomt op het verlagen van de overheadskosten en meer doen in minder tijd. En tot slot het ‘doorbreken van Haagse muren’.
Wie over zijn schouder de geschiedenis inkijkt, ziet een reeks bezuinigingsoperaties. Opmerkelijk zijn de parallellen met de vroege jaren tachtig van de twintigste eeuw. Net als nu heerste ook bij het kabinet-Lubbers I de gedachte dat de overheid gebaat was bij efficiency. De zogenoemde ‘grote operaties’ moesten leiden tot deregulering, privatisering en afslanking van het overheidsapparaat en daarmee tot een kleinere overheid.
Daarnaast was er zowel toen als nu groot vertrouwen in technologie. Waar tegenwoordig hooggespannen verwachtingen leven over de mogelijkheden van AI, was in de jaren tachtig automatisering de hoop voor de toekomst. In 1984 berichtte staatssecretaris van Binnenlandse Zaken Marius van Amelsvoort in zijn Jaaroverzicht Informatievoorziening in de Rijksdienst aan de Tweede Kamer over de vorderingen. Hij constateerde dat het invoeren van geautomatiseerde systemen bij de rijksoverheid niet tot een besparing op arbeidsplaatsen had geleid. Wel was de dienstverlening aan de burger verbeterd en was er geïnvesteerd in computersystemen en in deskundig personeel. Het is overigens wonderlijk dat in de plannen van Van der Burg tot dusver geen geld is gereserveerd voor investeringen in AI-tools. Onderhoud aan en toezicht op ict is onontbeerlijk, daarover kunnen ze bij de Belastingdienst meepraten.
Ook het aantal adviesorganen was in de jaren tachtig een doorn in het oog. De speciaal hiervoor aangestelde regeringscommissaris voor de reorganisatie van de rijksdienst Herman Tjeenk Willink schreef stoer in zijn eerste jaarverslag in november 1982 dat alle externe adviesorganen met uitzondering die in de Grondwet genoemde, binnen zes jaar werden opgeheven. Dit snoeiwerk leverde kennelijk onvoldoende resultaat, want in de jaren negentig zou een commissie onder leiding van Gerrit de Jong (CDA) de opdracht krijgen het woud aan overheidsadviesorganen drastisch te verminderen.
Het afbreken van de Haagse muren kent eveneens een precedent. Kort voor het aantreden van Lubbers had de commissie hoofdstructuur Rijksdienst onder leiding van Henk Vonhoff (VVD) al geconstateerd dat de departementen leden aan ‘verkokering’, wat dringend verholpen moest worden.
Tot slot is het opvallend dat zowel toen als nu inspiratie werd gehaald uit het Verenigd Koninkrijk. In de CDA-VVD-coalitie onder leiding van Ruud Lubbers waren sommige bewindspersonen zeer gecharmeerd van de aanpak van de prime minister Margaret Thatcher, die als leider van de Conservatieve partij stevig de bezem haalde door de Britse overheidsuitgaven. Het kabinet-Jetten is, getuige de voortgangsbrief, enthousiast over het werk van Michael Barber, How to run a government (so that citizens benefit and tax payers don’t go crazy). Dat is eigenlijk wel vreemd, want Barbers voornaamste boodschap is een andere dan het kabinet nu uitdraagt. Barber was onder Tony Blair verantwoordelijk voor de Prime Minister’s Delivery Unit, een eenheid die was opgericht om erop toe te zien dat de Britse regering Blairs belangrijkste campagneprioriteiten zou realiseren, waaronder onderwijs en gezondheidszorg. De eerste en belangrijkste stap bij het ‘runnen’ van een regering is volgens Barber een sterk beleid hebben. Met andere woorden: weten wat je doelen zijn, zodat je een strategie kunt ontwikkelen om daar te komen.
Juist daaraan lijkt het nu te ontbreken. Behalve dat de veiligheidssector (defensie en politie) is uitgezonderd van bezuinigingen, is nog onduidelijk welke scherpe keuzes er gemaakt gaan worden. Van den Burg zei zich vooral te bekommeren om het ‘wat’. Het ‘hoe’ laat hij over aan de afzonderlijke ministeries. Het mag geruststellend zijn dat Van der Burg niet als Javier Milei of Elon Musk met een ronkende kettingzaag het podium betreedt om de overheid te kortwieken, toch gaat van zijn plan iets onheilspellends uit. Wie tuiniert, weet dat je door gericht te snoeien overwoekering tegengaat en ruimte maakt voor licht bij planten die dat nodig hebben. Wie er lukraak met een botte bijl op inhakt, richt vooral schade aan.
- Bericht op Mastodon-account, 26 juni 2026, https://social.overheid.nl/@staatssecretarisbzk/116816696283563636.
- Voortgangsbrief Slagvaardige Overheid | Tweede Kamer der Staten-Generaal