Terwijl het minderheidskabinet als collectief naarstig steun zocht voor de begrotingsplannen, mocht één minister vast in de arena voelen hoe het is om een oppositionele meerderheid te temmen. Minister van Justitie en Veiligheid David van Weel (VVD) moest zich in de Tweede Kamer verantwoorden over een verschil van inzicht tussen zijn ministerie en de Algemene Rekenkamer over het aantal aangiften bij de politie dat onbehandeld op de plank was blijven liggen. Waar de Rekenkamer 10.000 onbehandelde aangiftes van ernstige misdrijven telde, kwam de minister op basis van cijfers van de politie op een aanmerkelijk lager getal uit.
Daarmee leek hij de criminaliteitscijfers te bagatelliseren én kwam de informatiepositie van de Kamer in het geding. Had de minister de Kamer op het verkeerde been gezet, zoals de Rekenkamer veronderstelde?1) Via De Telegraaf – altijd scherp op crime – en een interview met de president van de Rekenkamer bij ‘Sven op 1’ ging de bal rollen. Van Weel moest zijn bezoek aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York voortijdig afbreken voor een spoeddebat met de Tweede Kamer.
Debatten waarin een bewindspersoon door het stof moet, vertonen rituele trekken. Die waren ook bij dit debat met minister Van Weel duidelijk waarneembaar. De felste oppositiepartijen openden het bal door de minister scherpe verwijten te maken. Opmerkelijk genoeg waren fracties die zich de afgelopen jaren zeer kritisch hebben uitgelaten over Hoge Colleges van Staat en adviescolleges daar ineens zeer mee ingenomen. Volgens Caroline van der Plas (BBB) was het ‘niet Pipo de Clown’ die zei dat de minister de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd, maar de Algemene Rekenkamer. ‘Dat is een van de hoogste colleges die we hebben. De Algemene Rekenkamer!’
Naast grieven brachten oppositiefracties ook pijnlijke episodes uit de carrière van de bewindspersoon in herinnering, met als doel een patroon zichtbaar te maken. In dit geval betrof dat de misser die de minister (en de korpsleiding) had gemaakt in de zaak rond de vermoorde Lisa uit Abcoude, toen 1700 agenten was verweten onnodig in het dossier te hebben gesnuffeld. De minister bleek destijds twee politiesystemen door elkaar te hebben gehaald, het algemeen meldingssysteem en het moorddossier, en verontschuldigde zich hierover, niet in de laatste plaats tegenover het politieapparaat. De coalitiepartijen namen in het debat de rol van kritische maar loyale volger op zich. Zij stelden verdiepende vragen, waarmee zij de minister de kans boden een verantwoord verweer op te bouwen.
De eerste termijn van de minister bestond, geheel volgens het boekje, voornamelijk uit het terugkoppen van de hem toegeworpen eieren en tomaten. Nee, hij had de Kamer niet misleid, zoals hij in zijn brief aan de Kamer al had uitgelegd hanteerde de Rekenkamer en de politie verschillende rekenmethoden. Er was sprake geweest van een ‘verhaspeling’, later werd dat een ‘nuancering’ die de minister had willen aanbrengen in de cijfers. Het was nu eenmaal zo dat er aangiften waren die te weinig aanknopingspunten boden voor opvolging, dat zag de politie en het OM ook liever anders. Ook probeerde de minister het met een excuses ‘voor het ontstane beeld’, maar daar kreeg hij de handen niet voor op elkaar.
De ‘sorry’ mocht in dit geval niet te vroeg komen. Meteen ruiterlijk toegeven zou het politieapparaat kwetsen dat hij al eens eerder schade had toegebracht. Bovendien leek de minister ervan overtuigd te zijn dat zijn argumenten hout sneden. Hoewel de oppositie in overtal was, rekende hij wellicht op steun die er niet was. Te lang wachten was dus ook gevaarlijk: kwam de ‘sorry’ te laat dan zou het debat kunnen ontsporen met alle gevolgen voor de minister, zijn partij en de regeringscoalitie. Inmiddels had Geert Wilders (PVV) zich bij het Kamergezelschap gevoegd, wat sommige leden als een veeg teken zagen. Het deed vrezen voor een (nachtelijke) hoofdelijke stemming over de door de PVV ingediende motie van wantrouwen.
Meteen aan het begin van zijn tweede termijn haalde de minister bakzeil met een empathische sorry: ‘Het is klip-en-klaar dat u zich misleid heeft gevoeld, dat u zich op het verkeerde been gezet heeft gevoeld. (…) Mijn excuses.’ Hij beloofde beterschap en zou in overleg gaan met Rekenkamer om tot een ‘geharmoniseerd beeld’ te komen van de methoden en de cijfers. Daarmee was na vijf lange uren debatteren de kous af, de motie van wantrouwen kreeg slechts steun van PVV en FvD.
Moraal van het verhaal: de minister in een minderheidskabinet moet als meegevoerde partner bij deze rituele dans heel goed op zijn tellen passen en niet op gevoelige tenen gaan staan. Een misstap kan fatale gevolgen hebben: het bal kan eindigen in een val.