Democratische ficties

Geen overdracht van stemmen door Kamerleden bij stemmingen: een fictie (er wordt immers veelal fractiegewijs gestemd). Invloed van kiezers op grondwetsherzieningen: een fictie. Erkenning van het primaat van de rechtstreeks gekozen Tweede Kamer boven de Eerste Kamer: een fictie. Flexibele spelregels (en zelfs ficties) zijn bij uitstek onderdeel van ons staatkundig bestel, maar zijn ze altijd wenselijk en moeten partijen ze in stand houden?
 
Een aantal van deze flexibele regels heeft betrekking op de Eerste Kamer. Al eerder wees ik erop dat het begrip 'primaat van de Tweede Kamer' weliswaar wordt gebruikt, maar dat over invulling en betekenis ervan verschillend wordt gedacht. Moet de Eerste Kamer(meerderheid) bijvoorbeeld maar zaken slikken omdat de Tweede Kamer nu eenmaal het primaat heeft? Als de Tweede Kamer een wetsvoorstel tot grondwetswijziging in tweede lezing met de vereiste tweederde meerderheid heeft aangenomen, dient de Senaat zich daar dan maar te schikken? Ik denk dat er veel partijen zijn die dat niet onderschrijven.
 
De gewijzigde volgorde in de Grondwet van de opsomming van de Kamers en de discussie over de onmogelijkheid van ontbinding van de Senaat leidden in 1981 tot de conclusie dat de Eerste Kamer in rangorde na de Tweede Kamer komt en dus terughoudendheid moest betrachten in haar handelen (of iedereen dat onderschreef, is iets anders). 
 
Partijen ter linkerzijde (toen PvdA, PPR en D66) hadden weinig vertrouwen dat er zo'n opstelling zou zijn. Zij zagen de Eerste Kamer liever verdwijnen, maar in ieder geval moest de beslissende stem bij wetgeving niet zonder meer bij haar liggen door invoering van een terugzendrecht. Of zij er – nu politieke verhoudingen anders zijn – nog zo over denkt, is onduidelijk. Het lijkt evenwel van niet. PRO vindt de Eerste Kamer nu blijkbaar – alle eerdere kritiek ten spijt – heel belangrijk. Zij schoof immers wederom een kandidaat naar voren voor het lijsttrekkerschap bij de Eerste Kamerverkiezingen. Zij (Mariëtte Hamer) gaat een lijst aanvoeren waaruit de Statenleden in mei 2027 hun keuze moeten maken. Ja, maar onze leden moeten nu eenmaal de lijsttrekker 'kiezen', zegt de partij. 
 
Door ruim vóór die verkiezingen en zelfs vóór de Statenverkiezingen met een lijst te komen, lijken 'gewone' kiezers invloed te krijgen op de samenstelling van de Eerste Kamer. 'Lijsttrekkers'  bij de Senaatsverkiezingen – andere partijen volgen dezelfde lijn – nemen inmiddels als regel deel aan verkiezingsdebatten (vast om 'hun' kiezers, Statenleden, te overtuigen?). Het is een fictie van de bovenste plank. Het gaat lijnrecht in tegen de eerdere positie ten opzichte van de Eerste Kamer.
 
Niks terughoudendheid van Eerste Kamer(leden), niks primaat Tweede Kamer, niks indirecte verkiezing. Dat de verkiezingen primair om de samenstelling van Provinciale Staten gaan en dat die ondersneeuwen, jammer dan. Dat partijen die vurig verdediger van een sterke Eerste Kamer zijn dat prima vinden, het zij zo. Maar dat een partij dat doet die – mijns inziens terecht – (grote) vraagtekens zet bij de positie of zelfs het bestaan van die Kamer, is feitelijk toch een ongerijmdheid.