Ook vakantie is politiek

Premier Jetten zal deze zomer waarschijnlijk terughoudend zijn met het delen van vakantiefoto’s op sociale media. Vorige zomer grepen politieke tegenstanders de Instagram-post van zijn romantische weekendje weg direct aan om zijn integriteit te betwisten. Ze probeerden hem af te schilderen als een bevoorrecht zondagskind, terwijl gewone Nederlanders amper de middelen zouden hebben om zich op te laden.

Vakantiekiekjes kunnen politici behoorlijk in verlegenheid brengen. Bij de oosterburen weten ze daar alles van. In de zomer van 2001 liet de Duitse minister van Defensie, Rudolf Scharping (SPD), zich fotograferen terwijl hij ontspannen aan het zwemmen was met gravin Pilati op Mallorca. Dit gebeurde kort nadat hij soldaten op missie naar Macedonië had gestuurd en alle vakantieverloven van de Bundeswehr ingetrokken. Scharping onderbrak zijn tripje weliswaar voor een kabinetsvergadering in Berlijn en een bezoek aan het oorlogsgebied, maar keerde daarna terug naar zijn vakantiebestemming. De foto’s bezorgden hem, behalve hoon van de troepen, ook de bijnaam Bin Baden (‘Ben zwemmen’).

De affaire-Sharping diende een paar jaar later als inspiratie voor een heerlijk boekje met historische foto’s van vakantievierende Politiker.1) Zoals die van Friedrich Ebert, de eerste president van de Weimar Republiek, die zich in 1919 in zwembroek liet fotograferen terwijl hij verkoeling zocht in de Oostzee. Een ongebruikelijk beeld voor die tijd, en bovenal een aantasting van het presidentiële ambt: het tonen van zo’n ontspannen privémoment paste niet bij de toenmalige normen van waardigheid en afstandelijkheid die van leiders werden verwacht. Rechtse groeperingen gebruikten de foto jarenlang om het imago van Ebert en de Republiek te schaden.

In Nederland nam de aandacht voor het vakantiegedrag van politiek prominente personen vanaf de jaren zestig een hoge vlucht, toen de relatie tussen pers en politiek ingrijpend veranderde – onder meer door grotere journalistieke onafhankelijkheid en toenemende kiezersmobiliteit. Journalisten wilden de mens achter de politicus onthullen, terwijl politici nieuwe mogelijkheden ontdekten om hun zichtbaarheid te vergroten en met kiezers te communiceren. Populaire mediaformats boden de kans om zich van hun ‘authentieke’, persoonlijke kant te laten zien – en zo nieuwe verbinding te zoeken.

Sindsdien zijn berichten over vakantievierende politici een vast bestanddeel van het zomernieuws. Zo leerden we Jo Cals midden jaren zestig kennen als een enthousiaste vakantieganger, met trips naar Zwitserland en Zuid-Spanje. In de winter na de fameuze val van zijn kabinet baarde hij enig opzien met een vier weken durende reis naar Curaçao. De afgezwaaide premier vertrok op het hoogtepunt van de verkiezingscampagne, en zou als gevolg van zijn reis niet kunnen stemmen. ‘Zijn vrouw, die in het nieuwe huis in Den Haag op de kinderen blijft passen, heeft een volmacht om voor hem een stem uit te brengen’, schreef een krant.

Joop den Uyl, Ruud Lubbers en Wim Kok kozen, net als veel Nederlanders in hun tijd, voor kamperen. Wim Kok verwierf in 1991 in een ludieke lobby-actie van de RAI zelfs de titel ‘Kampeerder van het jaar’. Mark Rutte ging als man van gewoontes jaarlijks met dezelfde club vrienden naar dezelfde stek – iets moderner, net zo degelijk en betrouwbaar.

Authenticiteit en emotionele betrokkenheid zijn politiek kapitaal geworden, en het tonen van de privé-persoonlijkheid in het openbaar een strategie. Toch profiteren niet alle politici in gelijke mate van deze ontwikkeling. Dat was begin jaren zestig al zo. Mannelijke politici die persoonlijke momenten deelden, werden geprezen om hun ‘menselijkheid’. Vrouwelijke collega’s liepen het risico er hun imago mee te schaden: te grote nadruk op het persoonlijke en het emotionele was een teken van zwakte. Een politicus moest zich kunnen ‘vermannen’, was ook toen al de norm.2)

Vakanties blijken voor politici hoe dan ook een lastig te ensceneren aangelegenheid. In de zomer van 1976 besloot Den Uyl de tent op te zetten in Scandinavië, mede omdat de kans herkend te worden daar iets kleiner was dan op een camping in Frankrijk. Gedoe kwam er niettemin. Door de Lockheed-crisis moest Den Uyl haastig terugkeren naar Den Haag. Defensie haalde hem op met een eigen vliegtuig. Dat leidde tot een bescheiden mediastormpje en kritische vragen van oppositiepartij VVD. 

Had de premier, juist in tijden van economische malaise, niet een lijnvlucht kunnen nemen? Een columnist noteerde snedig: ‘Er is een onverklaarbare tegenstelling tussen de ernst, waarmee de minister-president iedereen op het hart bindt dat we zuinig moeten zijn, en de lichtvaardigheid waarmee deze man zich laat vervoeren.’

De vakantievierende politicus is gewaarschuwd.  

Columns


1) Markus Caspers, Bin baden! Deutsche Politiker im Urlaub (Hannover 2010).

2) Carla van Baalen, ‘Cry if I want to? Politici in tranen’, Jaarboek Parlementaire Geschiedenis (Den Haag 2003) p. 36-45; Harm Kaal, Popular Politicians. The interaction between politics and popular culture in the Netherlands, 1950s-1980s’, Cultural & Social History, 15 (2018) 4, p. 595-616. Zeer lezenswaardig is ook Betto van Waarden, Politicians and Mass Media in the Age of Empire (Cambridge 2025) over de opkomst van massamedia en hun invloed op de politiek eind negentiende eeuw.