Terug naar 'Openbaar, tenzij...'

Wat betekent een minderheidskabinet voor de werkwijze van de Tweede Kamer? Voor de formele procedures niets. Toch biedt deze constellatie de kans om met frisse blik te kijken naar de mogelijkheden van de Kamer om nieuwe richting te geven aan het samenspel met de regering – en invloed uit te oefenen, bevrijd van het juk van een dominante meerderheid.

De rol van Kamercommissies verdient hierbij bijzondere aandacht, als de plaats waar compromisvorming op onderwerpen kan worden begeleid en kritisch gevolgd.1) Een krachtig opererende commissie kan fungeren als katalysator en waakhond in het proces van akkoordvorming.

Eén manier om de Kamercommissie te versterken, is om haar activiteiten structureel in een cyclus te organiseren met verschillende stadia: van informatie-inwinning naar inspraak, naar debat en besluitvorming. De Kamer kan zich hiervoor laten inspireren door gemeenteraden, die deze werkwijze met succes toepassen.2)

Ruimte voor besloten overleg – met openbaar verslag achteraf – zou hierbij een waardevolle toevoeging zijn, zo leert het parlementaire verleden.

Openbaarheid van commissiedebatten is nog een relatief jong fenomeen. Pas in 1980 maakte de Tweede Kamer de omslag van ‘besloten, tenzij…’ naar ‘openbaar, tenzij…’. Het merendeel van de commissievergaderingen werd vanaf dat moment vrij toegankelijk voor pers en publiek. Inmiddels is alles openbaar, op procedureel overleg na.

Openbaarheid is op democratische gronden een groot goed. Toch besefte de Tweede Kamer destijds ook dat er iets belangrijks verloren zou gaan, zodra het voorbereidende overleg aan de openbaarheid werd prijsgegeven.

In de periode na 1945 zochten regering en parlement elkaar veel vaker op dan vóór de oorlog. Niet alleen voor de behandeling van begrotingen en wetsontwerpen, maar van tijd tot tijd ook naar aanleiding van nota’s, brieven en verslagen.

De commissiekamers bleken zich hiervoor veel beter te lenen dan de plenaire zaal. In de beslotenheid van de commissie konden de Kamerleden het kabinet op meer structurele basis en tegelijkertijd informeler vragen om tekst en uitleg. Zulk commissieoverleg sprak weliswaar minder tot de verbeelding dan een plenair debat, maar leverde wel grote hoeveelheden inlichtingen op en leidde tot meer systematische verantwoording. Volgens de voorvechters van sterkere parlementaire controle, zoals de PvdA en de ARP, kon de Kamer op deze wijze veel meer invloed uitoefenen dan met geïmproviseerde vragen en zwaar overladen begrotingsdebatten.

Na 1945 groeide ook de waardering voor de Kamercommissie als plek waar compromissen werden gesmeed. Dat had alles te maken met de geheel eigen sfeer van het werken in commissieverband. Het samenkomen op basis van gedeelde specialismen, de gelegenheid tot direct contact met bewindspersonen, de onderhandelingsmogelijkheden, de vaak meer vriendschappelijke verhoudingen, de informele werkwijze, maar bovenal de relatieve beslotenheid waarin het werk kon worden gedaan: dit alles zorgde voor een eigen commissiecultuur waaraan de leden veel belang hechtten. 

De commissie was het enige gremium waar ‘nog sprake is van een wederzijdse beïnvloeding en van de mogelijkheid elkaar te overtuigen’, zo verwoordde KVP-Kamerlid Van Rijckevorsel het. ‘Dit weegt voor mij veel zwaarder dan het voordeel van de openbaarheid.’

De enquêtes die geregeld onder Kamerleden werden afgenomen, bevestigden dat de leden een vergadering achter gesloten deuren wezenlijk anders waardeerden dan openbare debatten – zowel wat betreft sfeer als wat betreft productiviteit. ‘Men is er met de specialisten onder elkaar, de atmosfeer is minder politiek geladen.’ Het is er ‘gemoedelijker’, de compromisbereidheid groter. ‘Men is meer bereid te tonen dat men iets niet weet, men wil luisteren, men spreekt zakelijker.’ Ook deskundige leden van kleinere fracties voelden zich er gehoord en konden vanuit een meer gelijkwaardige positie invloed uitoefenen. In besloten commissievergaderingen hoefden de leden ook niet te vrezen voor gezichtsverlies bij kiezers of pers. ‘Het is de enige plaats waar je je kunt laten overtuigen van je ongelijk.’

Tot ver in de twintigste eeuw zochten Kamerleden voor het bemiddelen tussen standpunten en het zoeken naar compromissen met voldoende draagvlak de commissiekamers op. Kamercommissies werden om die reden ook wel de ‘schakelkamers van de politiek’ genoemd: de plek van waaruit het samenspel tussen regering en parlement werd geregisseerd.3)

In een tijd waarin wederzijds wantrouwen de verhoudingen kleurt, is het wellicht de moeite waard om deze ervaringen nog eens te overwegen – omwille van de kwaliteit van het parlementaire proces. Schakelkamers van de politiek. Zou het niet mooi zijn, als die term weer in gebruik raakt?

Columns


1) Zie Corné Smit, Minderheidskabinetten in Nederland en Denemarken (dissertatie; Leiden 2025), met name hoofdstuk 7.

2) Zie bijvoorbeeld de driewekelijkse cyclus van ‘Politieke Avonden’ in de Nijmeegse gemeenteraad. Na elke derde Politieke Avond, waarin de raad besluiten neemt, begint de cyclus opnieuw.

3) Meer uitgebreid hierover in mijn dissertatie Macht der gewoonte. Regels en rituelen in de Tweede Kamer sinds 1945 (Nijmegen 2018) hoofdstuk 7, p. 468-493 (‘De Kamercommissie als alternatief podium’).