Voorman van de Liberalen vóór en in de Tweede Wereldoorlog, die als principeel bestrijder van onrecht omkwam in Duitse gevangenschap. Zoon van een advocaat. Promoveerde in 1927 op een volkenrechtelijk onderwerp. Na advocaat te zijn geweest al op jonge leeftijd hoogleraar volkenrecht in Leiden. Werd als 35-jarige voorzitter van de Liberale Staatspartij. Fel bestrijder van Nazi-Duitsland en pleitbezorger van een ruimer vluchtelingenbeleid. Bleef zich na mei 1940 openlijk inzetten voor vrijheid en recht en veroordeelde een toegevende houding jegens de bezetter. Protesteerde openlijk tegen anti-Joodse maatregelen, zoals de ariërverklaring. Overleed kort voor de bevrijding aan vlektyfus in het concentratiekamp Bergen-Belsen.