VVD-senator en provinciebestuurder. Zoon van een gedeputeerde van Overijssel en telg van een oud Overijssels adelsgeslacht. Werd na griffier van de Tweede Kamer te zijn geweest in 1931 Commissaris van de Koningin in Drenthe. Voerde tijdens de bezetting passief verzet door vaak afwezig te zijn. Toen hij te lang onvindbaar was, werd hij ontslagen. Na zijn pensionering in 1951 Eerste Kamerlid voor de VVD. Hield zich in de Senaat met uiteenlopende zaken bezig, maar was in het bijzonder deskundig op het gebied van verkeer en waterstaat. Prettige causeur, die zijn redevoeringen lardeerde met geestige beelden en anekdotes. Zijn broer was eveneens Commissaris van de Koningin.
VVD
functie(s) in de periode 1920-1963: lid Eerste Kamer, Commissaris van de Koning(in), Griffier Tweede Kamer
ondervoorzitter Zuiderzeeraad, van 1 september 1961 tot 5 juni 1963
lid Raad van Commissarissen Friesch-Groningsche Hypotheekbank N.V., omstreeks februari 1960 tot 1 mei 1964
lid Raad van Commissarissen V.A.M. (Vuil Afvoer Maatschappij) te Wijster, omstreeks 1962
lid Raad van Commissarissen ontginningsmaatschappij "De drie provinciën", omstreeks 1962
afgeleide functies, presidia etc.
voorzitter commissie van rapporteurs voor de ontwerp-Deltawet (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van november 1957 tot mei 1958
voorzitter vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 5 november 1957 tot 20 september 1960
voorzitter commissie van voorbereiding voor de begroting van Verkeer en Waterstaat 1958 (Eerste Kamer der Staten-Generaal)
lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1961 tot mei 1962
comités van aanbeveling, erefuncties etc.
erevoorzitter Drents Genootschap
Opleiding
voortgezet onderwijs
Stedelijk Gymnasium te Zwolle, van 1898 tot juni 1904
academische studie
rechtswetenschap (gepromoveerd op stellingen), Rijksuniversiteit Leiden, van 21 september 1904 tot 9 december 1909
staatswetenschap (gepromoveerd op dissertatie), Rijksuniversiteit Leiden, tot 29 februari 1912
Activiteiten
als parlementariër
Hield zich in de Eerste Kamer onder meer bezig met justitie, binnenlandse zaken, verkeer en waterstaat, volkshuisvesting, sociale zaken, maatschappelijk werk en defensie
Was in 1953 woordvoerder van zijn fractie bij de behandeling van de ontwerp-Zondagswet
Interpelleerde op 4 juni 1958 minister Samkalden over uit Indonesië afkomstige personen, die als verstekelingen hadden gepoogd toegang te krijgen tot Nederland, en die waren teruggezonden
opvallend stemgedrag
In 1952 stemden hij en Louwes als enigen van hun fractie tegen het voorstel in eerste lezing tot wijziging van de grondwettelijke bepalingen over buitenlandse betrekkingen
In 1953 stemden hij en Molenaar als enigen van hun fractie tegen de ontwerp-Zondagswet
Behoorde in 1958 met Molenaar, Van Riel en De Wilde tot de leden van de VVD-fractie die tegen de ontwerp-Pachtwet stemden
Stemde in 1962 als enige van zijn fractie tegen het wetsvoorstel tot voorlopige indeling van de Noordoostpolder bij Overijssel
In 1962 stemden hij en Baas als enigen van hun fractie vóór de ontwerp-Wet premie kerkenbouw
Wetenswaardigheden
algemeen
Was in 1947 actief in het Comité-Oud waarin voormalig vrijzinnig-democraten oprichting van een nieuwe liberale voorbereidden
Zette zich als Commissaris der Koningin in voor stroomlijning van het waterschapsbestel in de provincies, onder andere door fusies van de vele kleine waterschappen. Bevorderde - samen met onder anderen burgemeester Gaarlandt van Emmen - de industrievestiging in zijn provincie. Maakte zich verder sterk voor verbetering van de infrastructuur en bevordering van het toerisme.
Leidde in 1950 de fusie van drie Drentse ontginningsmaatschappijen
uit de privésfeer
Hielp tijdens de bezetting bij de huisvesting van geallieerde piloten en verleende ook enkele keren onderdak aan gestrande parachutisten
Zijn vader was lid van Gedeputeerde staten van Overijssel
Zijn grootvader van vaderskant was lid van Provinciale Staten van Overijssel
anekdotes en citaten
Hij bepleitte - maar niet namens zijn fractie - voor meisjesstudenten de verplichting om enige tijd in een gezin te werken als huishoudelijke hulp.
verkiezingen
Werd in 1951, 1952, 1956 en 1960 gekozen door Groep II: Gelderland, Overijssel, Groningen en Drenthe
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 augustus 1922
Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau, 2 juli 1951
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"Stemplicht" (dissertatie, 1912)
literatuur/documentatie
Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld (1938)
K.H. Lambers, "Bij het afscheid van Mr.Dr. R.H. baron de Vos van Steenwijk als Commissaris der Koningin in Drenthe", in: Nieuwe Drentse Volksalmanak, 69 (1952), 7
K. Kuiken, "Verstandige eenvoud. De familie De Vos van Steenwijk (1850-2000), in: Jaarboek Centraal Bureau voor de Genealogie, 61 (2007), 171
Wie is dat? 1948, 1956
"Mr.dr. R.H. baron de Vos van Steenwijk. Humor en vasthoudendheid", Algemeen Handelsblad, 15 juni 1964
Familie/gezin
echtgeno(o)t(e)/partner
J.M. van Roijen, Josina Margaretha
kinderen
2 dochters en 1 zoon
vader
Mr. C. baron de Vos van Steenwijk, Carel
geboorteplaats en/of -datum
De Wijk, 20 mei 1852
moeder
J.A.E. van Nes van Meerkerk, Johanna Aleida Engelina