Topambtenaar die tijdens de oorlogsjaren lang in functie bleef. Doorliep een ambtelijke loopbaan die eindigde als secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken. Fungeerde in de bezettingstijd als een minister zonder verkeer met koningin en parlement. Bracht toen belangrijke gemeentelijke herindelingen tot stand, zoals de uitbreiding van Rotterdam met randgemeenten. Wilde niets te maken hebben met de NSB, maar stond ook erg kritisch tegenover de illegaliteit en was toegeeflijk bij veel omstreden wensen van de bezetter. Had een grenzeloos optimisme over het verloop van de oorlog, omdat hij meende dat de Duitsers - net als de door hem bewonderde Napoleon - nooit heerschap op zee konden krijgen. De Barneveldjoden die uiteindelijk in Theresienstadt de oorlog overleefden, beschouwden hem als hun redder.