Mr. W.H.J.Th. van Basten Batenburg

W.H.J.Th. van Basten Batenburg

Welgestelde katholieke afgevaardigde uit een vooraanstaande Gelderse familie. Begon zijn loopbaan als gemeentesecretaris van Lichtenvoorde, waar zijn grootvader burgemeester en vader wethouder waren. Doorliep daarna een rechterlijke loopbaan. Behoorde als Kamerlid niet tot de 'veelsprekers' en hield zich hoofdzakelijk met justitie bezig.

Bahlmanniaan ('Centrum') , Rooms-Katholieken, Algemeene Bond (RKSP)
functie(s) in de periode 1894-1923: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Willem Henricus Jacobus Theodorus

titulatuur en naam

Mr. W.H.J.Th. van Basten Batenburg Willem Henricus Jacobus Theodorus

geboorteplaats en -datum

Lichtenvoorde, 13 november 1862

overlijdensplaats en -datum

Utrecht, 2 oktober 1936

levensbeschouwing

Rooms-Katholiek

Partij/stroming

stroming(en)

R.K. (Rooms-Katholieken)

Hoofdfuncties/beroepen

  • gemeentesecretaris van Lichtenvoorde, van 1 december 1886 tot 1 juni 1889
  • advocaat en procureur te Roermond, van 1889 tot 1 april 1891
  • kantonrechter-plaatsvervanger, kanton Roermond, van 1 februari 1890 tot 1 april 1891
  • ambtenaar voor de kantons Oss en Heusden en Waalwijk en Oirschot, Openbaar Ministerie te 's-Hertogenbosch, van 1 april 1891 tot 1 juni 1899
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 september 1894 tot 18 mei 1899 (voor het kiesdistrict Elst)
  • rechter Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch, van 1 juni 1899 tot 1 maart 1903
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 20 juni 1899 tot 17 september 1901 (voor het kiesdistrict Elst)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 2 december 1901 tot 21 maart 1903 (voor Gelderland)
  • lid Centrale Raad van Beroep (voor de Ongevallenwet), van 16 april 1903 tot 1 januari 1933 (benoemd bij K.B. van 28 februari 1903)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1907 tot 18 september 1923 (voor Gelderland)

Nevenfuncties

  • tweede luitenant a la suite, dienstdoende schutterij te Haarlem, vanaf december 1890
  • lid Commissie van Toezicht Rijksopvoedingsgesticht voor meisjes te Utrecht, vanaf 14 maart 1910
  • lid Raad van Commissarissen Nationaal Spaarfonds te 's-Gravenhage (medeoprichter)
  • lid hoofdstembureau Kamerkring Utrecht, vanaf 1918
  • regent "Sint Anthonius Gasthuis" te Utrecht
  • lid curatorium "Sint Bonifaciuslyceum" te Utrecht

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • gymnasium te Oldenzaal

academische studie

  • rechtswetenschap (niet voltooid), Rijksuniversiteit Utrecht
  • rechtswetenschap (gepromoveerd op dissertatie), Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, tot 23 december 1887

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak in de Tweede Kamer slechts enkele malen, voornamelijk over justitie en kiesrecht
  • Sprak in de Eerste Kamer vooral over justitiële aangelegenheden

opvallend stemgedrag

  • Behoorde in 1901 tot de zes katholieken die vóór de ontwerp-Militiewet stemden
  • Behoorde in 1923 tot de minderheid van zijn fractie die tegen de ontwerp-Arbeidsgeschillenwet van minister Aalberse stemde

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Werd in 1894 wegens onregelmatigheden bij de verkiezingen aanvankelijk niet toegelaten als Tweede Kamerlid, maar haalde bij nieuwe verkiezingen opnieuw de overwinning

uit de privésfeer

  • Medeoprichter van de steenfabriek Tiglia te Tegelen
  • Zijn echtgenote was een nicht van A.J. Jurgens, Eerste Kamerlid
  • Zijn oudste broer was lid van Gedeputeerde Staten van Limburg, zijn middelste broer was burgemeester van Tegelen en zijn jongste broer burgemeester van Lichtenvoorde en lid van Gedeputeerde Staten van Gelderland.
  • Een zoon van hem was gehuwd met een dochter van O.M.F. Haffmans, Eerste Kamerlid
  • Zijn vader was wethouder van Lichtenvoorde

verkiezingen

  • Versloeg zowel in april als juni 1894 in het district Elst na herstemming E.D. de Meester (lib.). In april 1894 was het zittende lid G.W. baron van Dedem (a.r.) de derde kandidaat.
  • Versloeg in 1897 P. Rink (lib.) en A.D. Duys (arp)
  • Versloeg in 1901 bij een tussentijdse verkiezing voor een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Gelderland met 37 tegen 20 stemmen jhr. G.A. van Nispen (lib.)
  • Werd in 1910 bij de periodieke verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Gelderland met 39 van de 58 stemmen herkozen
  • Werd in 1919 bij de periodieke verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Gelderland met 33 van de 56 stemmen herkozen
  • Werd in 1922 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Gelderland met 33 van de 57 stemmen herkozen. Op F.M. Wibaut (sdap) werden elf stemmen uitgebracht en op A.J. baron van Nagell van Ampsen tien.

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Roermond, van 1889 tot 1891
  • 's-Hertogenbosch, van 1891 tot 1903
  • Utrecht, Buys Ballotstraat 1, vanaf 1903 (nog in 1917)

ridderorden

Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 augustus 1903

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

lid Sociëteiten Amicitia/De Zwarte Arend te 's-Hertogenbosch

Publicaties van/over

lijst van publicaties

"Gerechterlijke uitwinning van onroerend goed" (dissertatie, 1887)

literatuur/documentatie

  • Onze Afgevaardigden, 1897, 1901, 1905, 1909 en 1913
  • Ned. Patriciaat, 1918

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Oss, 17 mei 1892

echtgeno(o)t(e)/partner

M.Th. Jurgens, Maria Theodora

kinderen

3 zoons

vader

J.B.A. van Basten Batenburg, Johan Bernard Antony

geboorteplaats en/of -datum

Lichtenvoorde, 23 april 1821

beroep vader

rentenier, landeigenaar

moeder

F.L.M. Bovens, Francisca Ludovica Martina

geboorteplaats en/of -datum

Maashees, 23 augustus 1833

beroep grootvader (vaderskant)

  • arts
  • burgemeester van Lichtenvoorde
  • koopman

beroep grootvader (moederskant)

reder te Maashees

familierelaties