Mr. W.A. Bergsma

W.A. Bergsma
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Fries die lange tijd actief was in de Haagse politiek. Na de advocatuur en het burgemeesterschap van een plattelandsgemeente afgevaardigde voor het district Dokkum. Kwam daar vooral op voor de Friese belangen en maakte deel uit van de enquêtecommissie besmettelijke longziekte. Sloot zich aan bij de factie der Kappeynianen (jong- of vooruitstrevend liberalen). In 1884 werd hij vervangen door een gematigde liberaal. In 1894 werd hij Eerste Kamerlid en hij bleef dat tot zijn dood in 1901. Bewegelijke, drukke, levenslustige man.

liberaal, Kappeynianen
functie(s) in de periode 1871-1901: lid Tweede Kamer, lid Eerste Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Willem Adriaan

titulatuur en naam

Mr. W.A. Bergsma Willem Adriaan

geboorteplaats en -datum

Idaard (grietenij Idaarderadeel), 28 september 1829

overlijdensplaats en -datum

Dronrijp (gem. Menaldumadeel), 15 maart 1901

levensbeschouwing

Nederlands Hervormd

Partij/stroming

stroming(en)

  • liberaal
  • Kappeyniaan, van 1879 tot 1884

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat te Leeuwarden, van 1854 tot 15 maart 1901
  • burgemeester van Menaldumadeel, van 1 september 1858 tot 15 maart 1901
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 18 september 1871 tot 11 oktober 1884 (voor het kiesdistrict Dokkum)
  • lid Provinciale Staten van Friesland, van 4 juli 1888 tot september 1894 (voor het kiesdistrict Leeuwarden)
  • dijkgraaf waterschap "Vijf deelen zeedijken Binnendijks", van 1 april 1893 tot 15 maart 1901
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1894 tot 15 maart 1901 (voor Friesland)

Nevenfuncties

  • voorzitter Volksonderwijs afdeling te 's-Gravenhage, omstreeks 1876
  • lid bestuur en ondervoorzitter Zuiderzee-Vereeniging
  • lid bestuur Vereeniging voor Lijkverbranding, omstreeks 1899
  • diverse functies op sociaal en economisch gebied

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid parlementaire enquetecommissie besmettelijke longziekte onder rundvee (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van 26 april 1877 tot 28 maart 1878
  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk V (Binnenlandse Zaken) 1879 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk IV (Justitie) 1880 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk V (Binnenlandse Zaken) 1884 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van april 1897 tot september 1897

Opleiding

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Groningen, van 31 augustus 1848 tot 22 maart 1854

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak in Tweede en Eerste Kamer over uiteenlopende onderwerpen, zoals onderwijs, waterstaat, landbouw, financiën en binnenlandse zaken
  • Verdediger van de Friese belangen
  • Interpelleerde in 1897 minister Van der Sleyden over het wetsvoorstel houdende aanvulling en verbetering van de Boterwet
  • Interpelleerde in 1897 (in de Eerste Kamer) minister De Beaufort over sluiting van de Belgische grens voor vee uit Nederland

opvallend stemgedrag

  • Behoorde in 1872 tot de 27 leden die vóór artikel 1 stemden van de ontwerp-wet over invoering van een inkomstenbelasting. Verwerping van het artikel was voor minister Blussé reden het wetsontwerp in te trekken.
  • Was in 1874 één van de acht liberalen die tegen artikel 1 van de ontwerp-Censuswet stemde, waardoor dit voorstel sneuvelde
  • Behoorde in 1880 tot de veertien leden die tegen de toelating van Schaepman als Kamerlid waren

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Werd in 1884 als liberaal Kamerkandidaat vervangen, omdat hij tegen de klassenbelasting had gestemd. Door de liberale kiesvereniging Dokkum werden in 1884 twee nieuwe kandidaten gekozen: E.J. Attema en E.B. Kielstra, die hem en W.J. van Welderen baron Rengers bij de kandidaatstelling versloegen.

uit de privésfeer

  • Zijn vader was grietman en burgemeester van Idaarderadeel (1845-1851 en 1851-1881) en lid van Provinciale Staten van Friesland (1853-1881)

verkiezingen

  • Versloeg in 1871 bij de periodieke verkiezingen in het district Dokkum L.W.Ch. Keuchenius (a.r.) en D.J.V. baron van Sytzama
  • Versloeg in 1875 bij de periodieke verkiezingen B.J. Gratama (a.r.)
  • Versloeg in 1879 bij de periodieke verkiezingen A.J. Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren (a.r.)
  • Versloeg in 1883 bij de periodieke verkiezingen U.H. Huber (a.r.)
  • Werd in 1896 bij de periodieke verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Friesland met 30 van de 48 stemmen herkozen

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Leeuwarden, tot september 1858
  • Dronrijp, vanaf 1858
  • 's-Gravenhage, Hooigracht 5, omstreeks 1876
  • Dronrijp, omstreeks 1883 tot 15 maart 1901

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IX, 58
  • Ned. Patriciaat, 1927

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Groningen, 18 april 1859

echtgeno(o)t(e)/partner

Jkvr. O.E.H. Wichers, Octavia Elisabeth Henriëtta

kinderen

kinderloos

vader

Mr. C. Bergsma, Cornelis

geboorteplaats en/of -datum

Leeuwarden, 8 juni 1799

beroep vader

  • vrederechter
  • grietman en burgemeester

moeder

H. van Enschut, Helena

geboorteplaats en/of -datum

Arnhem, 19 augustus 1804

beroep grootvader (moederskant)

  • hoogleraar te Harderwijk, vanaf 1806
  • hoogleraar te Groningen, vanaf 1815
  • hoogleraar te Utrecht, vanaf 1822

familierelaties