liberaal
functie(s) in de periode 1868-1870: minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Theodorus Marinus
titulatuur en naam
Mr. Th.M. Roest van Limburg Theodorus Marinus
geboorteplaats en -datum
Rotterdam, 8 juli 1806
overlijdensplaats en -datum
Florence (Italië), 3 maart 1887
levensbeschouwing
Remonstrants (gedoopt)
Partij/stroming
stroming(en)
liberaal
Hoofdfuncties/beroepen
- advocaat te Rotterdam, vanaf 1832
- aspirant-ambtenaar ministerie van Koloniën
- aspirant-ambtenaar ministerie van Buitenlandse Zaken
- redacteur "Arnhemsche Courant", van september 1837 tot 1 december 1841
- gezantschapsraad, ministerie van Buitenlandse Zaken, van 1 januari 1842 tot april 1843
- secretaris Nederlands gezantschap te Wenen, van 3 april 1843 tot maart 1846
- op non-actief na weigering functie van zaakgelastigde in Athene (ging langdurig op reis naar Parijs en Brussel), van 1846 tot 1851 (f. 800,- wachtgeld per jaar)
- zaakgelastigde te Lissabon, van 1 augustus 1851 tot 1856
- gezant te Washington, van 15 oktober 1856 tot 8 juni 1868
- minister van Buitenlandse Zaken ad interim, van 8 juni 1868 tot 1 september 1868 (ad interim vanwege diplomatieke beleefdheid)
- minister van Buitenlandse Zaken, van 1 september 1868 tot 12 december 1870
Nevenfuncties
publicist "Arnhemsche Courant", vanaf 1 januari 1835 (meest kritische liberale oppositieblad van C.A. Thieme)
Opleiding
primair onderwijs
- lagere school te Antwerpen
voortgezet onderwijs
- Erasmiaansch Gymnasium te Rotterdam
academische studie
- rechten (kandidaats), Universiteit van Luik, tot 26 juli 1827 (cum laude)
- rechten, Universiteit van Gent, van 1828 tot 1829 (non sine laudibus; colleges o.a. van Thorbecke)
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 12 oktober 1830 tot 26 november 1831
Activiteiten
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1869 het wetsvoorstel tot Goedkeuring van de herziene Rijnvaartakte (Akte van Mannheim) tot stand. Het verdrag was onder zijn voorganger tot stand gekomen.
Wetenswaardigheden
algemeen
- Kon als gezant pas definitief tot minister worden benoemd na kennisgeving aan de Amerikaanse regering
- Minister van Buitenlandse Zaken tijdens de Frans-Duitse oorlog (1870-1871)
- Liet veel over aan zijn secretaris Van Lansberge
- Al in juli 1870 wilde hij opstappen
- In Tweede Kamer had men weinig vertrouwen in hem. De Kamer bracht een kritisch verslag uit over zijn begroting 1871. Zo was er ontstemming over de wijze waarop hij de Nederlandse handelsbelangen had behartigd en werd hem onvoldoende kennis van de aard van de buitenlandse betrekkingen verweten. Een belangrijk punt van kritiek was verder de wijze waarop hij een conflict met Venezuela had aangepakt. Op 2 november 1870 vroeg hij om ontslag. Dat werd hem in december eervol verleend, nog voor het kabinet-Van Bosse/Fock aftrad. De verdediging van een kredietwet liet hij over aan minister a.i. Van Mulken.
- Na zijn aftreden was hij in het buitenland woonachtig
uit de privésfeer
- Na zijn studietijd volgde een lange periode van solliciteren. Daarbij benaderde hij voortdurend Thorbecke voor introducties.
- Solliciteerde tevergeefs naar de functies van vrederechter in Zaandam en Goes
- Solliciteerde in 1835 tevergeefs naar de functie van onderdirecteur van de Koninklijke bibliotheek in 's-Gravenhage
- In 1836 was het door hem opgerichte tijdschrift "De Spiegel" een mislukking
- Kreeg een ambtelijke functie aan Buitenlandse Zaken om zo zijn gevreesde oppositie kwijt te raken, doch dit mislukte. Gedurende enkele jaren verbleef hij voornamelijk in het buitenland.
- Weigerde in 1871 een benoeming tot minister-resident in Constantinopel
- Hij was gehuwd met een Amerikaanse
- Zijn schoonvader, Lewis Cass (1782-1866), was officier (generaal), diplomaat en staatsman. Hij was in 1831-1836 minister van Oorlog, in 1836-1842 ambassadeur in Parijs, in 1849-1857 senator en in 1857-1860 minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten. In 1848 verloor hij de presidentsverkiezingen van Zachary Taylor.
anekdotes en citaten
- De Belgische gezant Beaulieu omschreef hem als "Le type des ministres paresseux" [een luie minister]
woonplaats(en)/adres(sen)
- Rotterdam, van 8 juli 1806 tot 1811
- Antwerpen, van 1811 tot 1817
- Rotterdam, Leuvehaven 49, vanaf 1817
- Rotterdam, Zuidblaak B30, van december 1831 tot januari 1837
- Arnhem, van januari 1837 tot januari 1841
- Parijs, van januari 1841 tot 1843
- Wenen, van 1843 tot 1845
- 's-Gravenhage, van 1848 tot augustus 1851
- Lissabon, van augustus 1851 tot oktober 1856
- Washington, van oktober 1856 tot oktober 1867
- 's-Gravenhage, Kneuterdijk 8, van 1868 tot 1871
- Florence, vanaf 1871
vermogenspositie
vermogend; opvolger in vicariën van grootvader, vanaf 1837
militaire dienst
- vrijwillige jager der Leidsche Hogeschool te Eindhoven, tot 1831 (nam deel aan de Tiendaagse Veldtocht)
Publicaties van/over
lijst van publicaties
- "De jure reipublicae cum deficientibus ab alia republica provinciis, velut cum civitate sui juris, agendi" (dissertatie, 1831)
- vertaalde "Il principe" (1834)
literatuur/documentatie
- Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel X, 824
- M.W. Jurriaanse, "De Nederlandse ministers van Buitenlandse Zaken 1813-1900"
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Stonington (Maine, VS), 23 augustus 1858
echtgeno(o)t(e)/partner
I. Cass, Isabella
kinderen
kinderloos
vader
J.A. Roest van Limburg, Jacob Adriaan
geboorteplaats en/of -datum
Rotterdam, 19 maart 1784
beroep vader
wijnkoper te Rotterdam
moeder
S.C. Rochussen, Sara Cornelia
geboorteplaats en/of -datum
Rotterdam, 24 mei 1781
broers en zusters
10 kinderen, waarvan 3 jong gestorven (was zelf het tweede kind, nadat de eerste als baby was overleden)
beroep grootvader (vaderskant)
koopman te Rotterdam (firmant wijnkoperij)
familierelaties