Zoon van een antirevolutionair Tweede Kamerlid, die na een loopbaan in het bedrijfsleven zonder veel bestuurlijke ervaring in 1925 Commissaris van de Koningin in Gelderland werd. Zette zich zowel als Commissaris als nadien sterk in voor het cultuur- en natuurbehoud in Gelderland. Tijdens de oorlog bleef hij op zijn post hoewel het verzet er bij hem op aandrong om af te treden. Werd na de oorlog op non-actief gezet en kreeg in 1946 eervol ontslag. Godsdienstige man met een zakelijke instelling.