PvdA-Tweede Kamerlid in de jaren zestig van de twintigste eeuw. Na zijn rechtenstudie advocaat in Amsterdam en vanaf 1953 twaalf jaar wethouder van onder meer volkshuisvesting in de hoofdstad. Kwam begin 1963 in de Tweede Kamer, waarvan eerder zijn vader lid was, en bleef met enige onderbrekingen tot mei 1971 lid. Scherpzinnig jurist, deskundig op het gebied van gemeentefinanciën, privaat en fiscaal recht en volkshuisvesting. In april 1971 schoof de PvdA hem naar voren als schaduwminister van Financiën. Sloot zijn loopbaan af als staatsraad. Erudiet man. Behoorde tot de Barneveldjoden en overleefde deportatie in de Tweede Wereldoorlog.