Mr. R. Melvil baron van Lynden

R. Melvil baron van Lynden
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Telg uit een Utrechts adellijk geslacht en halfbroer van C.Th. van Lynden van Sandenburg. Sinds 1877 rechter in Utrecht en in 1901 secretaris-generaal van het pas opgerichte Hof van Arbitrage. Was tevens antirevolutionair Eerste Kamerlid, Statenlid en raadslid in Utrecht. Zijn ministerschap van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Kuyper was een mislukking, omdat hij volledig werd overvleugeld door Kuyper. Werd in 1904 min of meer onder curatele geplaatst van een diplomaat en trad begin 1905 af.

antirevolutionair, ARP
functie(s) in de periode 1887-1905: lid Eerste Kamer, minister

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Robert

titulatuur en naam

Mr. R. Melvil baron van Lynden Robert

geboorteplaats en -datum

Amsterdam, 6 maart 1843

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 27 april 1910

begraafplaats en -datum

Neerlangbroek, 2 mei 1910 (familiegraf)

levensbeschouwing

Nederlands Hervormd

Partij/stroming

partij(en)

ARP (Anti-Revolutionaire Partij)

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat te Utrecht, van 1868 tot 15 mei 1877
  • rechter-plaatsvervanger Arrondissementsrechtbank te Utrecht, van 1 maart 1875 tot 15 juni 1877
  • rechter Arrondissementsrechtbank te Utrecht, van 15 juni 1877 tot 1 november 1900
  • lid Provinciale Staten van Utrecht, van 4 juli 1883 tot december 1887 (voor het kiesdistrict Amerongen)
  • lid gemeenteraad van Utrecht, van 4 september 1883 tot 1 januari 1901
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 28 december 1887 tot 27 maart 1888 (voor de provincie Utrecht)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 1 augustus 1901 (voor de provincie Utrecht)
  • secretaris-generaal van het Internationaal Hof van Arbitrage, van 1 januari 1901 tot 1 augustus 1901
  • minister van Buitenlandse Zaken, van 1 augustus 1901 tot 9 maart 1905

Nevenfuncties

  • kapitein der dienstdoende schutterij te Utrecht, van 1869 tot 1890
  • kerkvoogd Nederduitse Hervormde gemeente te Utrecht, omstreeks 1870 (nog in 1890)
  • hoogheemraad Hoogheemraadschap van de Lekdijk Bovendams, van 1 februari 1872 tot 1 augustus 1901
  • secretaris Provinciaal Utrechtsch Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen, van 1874 tot 1901
  • voorzitter waterschap Driebergen, van 1 januari 1882 tot 1 augustus 1902
  • lid curatorium Stedelijk Gymnasium te Utrecht, omstreeks 1887
  • lid Staatscommissie ter voorbereiding van de dienstplichtwet (Staatscommissie-Bergansius), van 10 juni 1888 tot mei 1890
  • lid bestuur Vereeniging Nederlansch Mettray, afdeling Utrecht, omstreeks 1889
  • voorzitter Nederlandsche Gustaaf Adolf Vereeniging, afdeling Utrecht, omstreeks 1889
  • lid Comité voor Utrecht tot stichting van een Herstellingsoord voor Drankzuchtigen, omstreeks 1889

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1893 tot mei 1894
  • voorzitter Commissie voor de Verzoekschriften (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 20 september 1899 tot september 1900

Opleiding

voortgezet onderwijs

  • gymnasium te Utrecht

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op stellingen), Hogeschool te Utrecht, van september 1860 tot 24 juli 1868

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak als Eerste Kamerlid onder meer over buitenlandse zaken, financiën, justitiële aangelegenheden, landbouw en waterstaat
  • Stemde in 1892 tegen de ontwerp-Wet inzake de vermogensbelasting van minister Pierson
  • Stemde in 1896 tegen de ontwerp-Kieswet van Van Houten
  • Stemde in 1899 tegen de ontwerp-Oorlogswet
  • Stemde in 1899 tegen het wetsvoorstel over afschaffing van de rijkstollen
  • Stemde in 1900 tegen de ontwerp-Leerplichtwet
  • Stemde in 1900 tegen de (tweede) ontwerp-Ongevallenwet

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Werd in 1890 op 27 oktober geïnstalleerd als Eerste Kamerlid
  • Als minister geen sterke figuur door diplomatieke onervarenheid. Kuyper had sterke invloed op het buitenlands beleid en werd vanwege vele buitenlandse reizen en zijn invloed wel minister van 'buitenlandse reizen' genoemd.
  • Tegen hem werd (mogelijk door Kuyper zelf) in 1904 een intrige opgezet, waarbij de diplomaat J.D.C. baron van Heeckeren van Kell betrokken werd, en die tot zijn val moest leiden. Van Heeckeren weigerde echter medewerking.
  • Vond in februari 1904 dat aan Van Heeckeren van Kell ontslag moest worden verleend, nadat die zijn instructies had genegeerd. De ministerraad stemde daar echter niet mee in. Van Heeckeren vroeg een maand later zelf ontslag.
  • Kreeg in 1904 de diplomaat W.F.H. von Weckherlin als adviseur (of liever: 'toezichthouder') opgedrongen, nadat hij zichzelf onmogelijk had gemaakt vanwege een diplomatieke rel met Rusland rond de Japans-Russische oorlog. Hij sloot de territoriale wateren van Nederlands-Indië voor de Russische vloot, wat door de Russen als een schending van de neutraliteit werd gezien. De door hem verzonden nota aan de Russen moest op last van de ministerraad worden teruggenomen. Von Weckherlin was een zwager van minister De Marez Oyens en bevriend met Kuyper.
  • Van Lynden diende op 20 februari 1905 zijn ontslag in uit onvrede over de 'onder-curatele-stelling'. Hij werd op 9 maart opgevolgd door zijn zwager, de diplomaat Van Weede van Berencamp.

uit de privésfeer

  • Zijn echtgenote was grootmeesteres van koningin Wilhelmina

anekdotes en citaten

  • Zou in 1901 graag minister zijn geworden, omdat de betrekking van secretaris-generaal van het Permanente Hof van Arbitrage hem en zijn echtgenote geen toegang bood tot de 'cercle' op de hofbals

verkiezingen

  • Was in 1886 en 1887 antirevolutionair Tweede Kamerkandidaat in het district Arnhem, maar werd verslagen door de liberalen W. Rooseboom en Ph.W. van der Sleyden
  • Versloeg in 1887 bij een tussentijdse verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Utrecht met 24 tegen 13 stemmen jhr. J. Huydecoper van Maarsseveen
  • Werd in 1888 bij de Tweede Kamerverkiezingen in het district Arnhem verslagen door W. Rooseboom (lib.)
  • Versloeg in 1888 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Utrecht met 25 tegen 14 stemmen jhr. J. Huydecoper van Maarseveen (lib.)
  • Werd in 1890 bij de periodieke verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Utrecht met 28 van de 37 stemmen herkozen
  • Werd in 1899 bij de periodieke verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Utrecht herkozen

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Utrecht, Maliesingel 3, omstreeks 1889 tot 1901
  • 's-Gravenhage, vanaf 1901

ridderorden

Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 29 augustus 1894

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.

lid Historisch Genootschap te Utrecht

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • Mr. Antonio, "Minister Melvil van Lynden, Parlementaire Portretten, Nieuwe Reeks XXXIX, De Telegraaf, 10 augustus 1901
  • Rijks Geschiedkundige Publicatiën: "Dagboeken en aantekeningen van Willem Hendrik de Beaufort 1874-1918", (bewerkt door J.P. de Valk en M. van Faasen), RGP kleine serie 73, band 1 (1993), 503-504
  • R. Kuiper, "De valse grondtoon. Het buitenlands beleid van het kabinet-Kuyper", in: D.Th. Kuiper en G.J. Schutte, "Het kabinet-Kuyper 1901-1905" (2001)
  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel V, 328
  • C.B. Wels, "Lijnden, Robert baron van (1843-1910)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 364
  • Onze Afgevaardigden, 1897

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

archivalia

archief-Melvil van Lynden, Nationaal Archief

archivalia via site Nationaal Archief

vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Utrecht, 19 september 1872

echtgeno(o)t(e)/partner

Jkvr. C.J. van Weede, Catharina Johanna

vader

Mr. F.A.A.C. baron van Lynden van Sandenburg, Frederik August Alexander Carel

geboorteplaats en/of -datum

Utrecht, 18 oktober 1801

moeder

C. Melvil, Catherina (tweede echtgenote van vader)

geboorteplaats en/of -datum

Amsterdam, 10 november 1805

beroep moeder

grootmeesteres der koningin

broers en zusters

2 broers

halfbroers en -zusters

1 halfbroer en 2 halfzusters

beroep grootvader (vaderskant)

  • gecommitteerde ter admiraliteit
  • lid Gedeputeerde Staten van Utrecht

beroep grootvader (moederskant)

landeigenaar

familierelaties