Mr. J.J. (Coos) Cremers

J.J. Cremers
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Groningse advocaat en notaris uit een katholieke notabelenfamilie, die lange tijd een vooraanstaand liberaal Eerste Kamerlid was. Nam in 1868 met vier anderen het initiatief om de Eerste Kamer een adres op te laten stellen aan de koning om hem te verzoeken een nieuw kabinet te formeren. Na de breuk tussen liberalen en katholieken en omdat hij tegen afschaffing van de doodstraf had gestemd, verloor hij in 1877 zijn Kamerzetel. Hij werd echter wel direct tot Statenlid gekozen. In 1879 keerde hij terug naar de Senaat. Broer van de liberale politicus E.J.J.B. Cremers, die zeventien jaar jonger was dan hij.

liberaal
functie(s) in de periode 1850-1882: lid Eerste Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Jacobus Johannes (Coos)

titulatuur en naam

Mr. J.J. Cremers Jacobus Johannes (Coos)

geboorteplaats en -datum

Groningen, 15 december 1806

overlijdensplaats en -datum

Groningen, 5 maart 1882

levensbeschouwing

Rooms-Katholiek

Partij/stroming

stroming(en)

'pragmatisch liberaal'

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat te Groningen, vanaf 1831
  • notaris te Groningen, van 22 februari 1834 tot 10 november 1864
  • lid Provinciale Staten van Groningen, van 3 juli 1849 tot december 1850 (in 1849-1850 voor de stad Groningen; in 1850 voor het kiesdistrict Groningen)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 16 december 1850 tot 17 september 1877 (voor de provincie Groningen)
  • lid gemeenteraad van Groningen, van september 1865 tot 5 maart 1882
  • lid Provinciale Staten van Groningen, van 4 juli 1877 tot september 1879 (voor het kiesdistrict Groningen)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1879 tot 5 maart 1882 (voor de provincie Groningen)

Nevenfuncties

rentmeester Genootschap "Pro excelendo jure patrio" te Groningen, omstreeks 1862

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1861 tot december 1861
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van mei 1870 tot juli 1870
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van juli 1871 tot september 1871
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1874 tot november 1874
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1876 tot maart 1877
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van januari 1882 tot maart 1882

Opleiding

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Groningen, van 2 juli 1822 tot 3 juli 1830

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak in de Eerste Kamer onder meer over koloniale zaken, waterstaat, spoorwegen en binnenlandse zaken
  • Was in 1868 de voornaamste initiatiefnemer tot het bijeenroepen van de Eerste Kamer, om een adres te kunnen opstellen waarin er bij de koning moest worden aangedrongen de Tweede Kamer niet voor de derde achtereenvolgende maal te ontbinden; mede-initiatiefnemers waren de leden Van Eysinga, Hein, Nobel en Van Swinderen

opvallend stemgedrag

  • Stemde in 1851 tegen de ontwerp-Onteigeningswet
  • Behoorde in 1859 tot de 16 leden die vóór een (verworpen) wetsvoorstel stemden over herziening van het tarief voor in- en uitvoerrechten
  • Behoorde in 1860 tot de 17 leden die vóór de (verworpen) ontwerp-wet over aanleg en exploitatie van de Noorder- en Zuiderspoorwegen stemden
  • Behoorde in 1860 tot de vijf leden die tegen de ontwerp-wet aanleg van spoorwegen voor rekening van de staat stemden
  • Stemde in 1862 tegen de ontwerp-wetten tot opheffing van de slavernij in Suriname en tot afschaffing der slavernij in Nederlands West-Indië
  • Behoorde in 1863 tot de 14 leden die vóór de (verworpen) begroting van Buitenlandse Zaken voor 1864 stemden. De verwerping leidde tot het aftreden van minister Van der Maesen de Sombreff.
  • Stemde in 1865 tegen de ontwerp-Wet op het Geneeskundig Staatstoezicht en tegen het wetsvoorstel over uitoefening van de geneeskunde
  • Stemde in 1868 als enige liberaal tegen de ontwerp-Wet voorzieningen tegen besmettelijke ziekten
  • Behoorde in 1870 als één van de weinige liberalen tot de meerderheid die bewerkstelligde dat de begroting van Nederlands-Indië werd verworpen, wat leidde tot het aftreden van minister De Waal
  • Stemde in 1870 tegen het voorstel tot afschaffing van de doodstraf
  • Behoorde in 1871 tot de 12 leden die tegen de begroting van Buitenlandse Zaken stemden vanwege het door amendering schrappen van de post voor het gezantschap bij de paus

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Werd in 1850 tot Eerste Kamerlid gekozen, nadat H.J. Meijer zijn benoeming niet had aangenomen
  • Behalve zijn stem tegen het afschaffen van de doodstraf speelde bij zijn niet-herverkiezing als Eerste Kamerlid in 1877 mee, dat de katholieke liberalen bij de Tweede Kamerverkiezingen in enkele Brabantse districten niet waren herkozen

uit de privésfeer

  • Na het overlijden van zijn zoon achtte hij het niet meer nodig hard te werken om geld te verdienen
  • Zijn vader was president-burgemeester van Groningen en lid van Provinciale Staten van Groningen

verkiezingen

  • Versloeg in 1850 bij de verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Groningen met 22 tegen 17 stemmen H.J. Engelkens
  • Werd in 1859 bij de periodieke verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Groningen met 35 van de 38 stemmen herkozen
  • Werd in 1868 bij de periodieke verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Groningen herkozen
  • Werd in 1877 bij de periodieke verkiezing voor de Eerste Kamer in Provinciale Staten van Groningen in de tweede stemmingsronde met 25 van de 44 stemmen verslagen door W. de Sitter
  • Werd in 1880 bij de verkiezingen van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Groningen bij de eerste stemming gekozen. Hij kreeg 24 van de 41 stemmen. B. van Roijen kreeg negen stemmen, zes anderen samen zeven.

woonplaats(en)/adres(sen)

Groningen

ridderorden

  • Ridder vierde klasse, Militaire Willemsorde
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 27 mei 1873

militaire dienst

  • vrijwilliger Groningse Schutterij, vanaf 1831 (nam deel aan de Tiendaagsche Veldtocht)

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IX, 181
  • Ned. Patriciaat, 1952

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Groningen, 15 juli 1840

echtgeno(o)t(e)/partner

J.W.G. Cremers, Johanna Wilhelmina Gerarda (achternicht)

kinderen

1 zoon (in 1864 overleden op 14-jarige leeftijd)

vader

Mr. F.J.J. Cremers, Franciscus Jacobus Johannes

geboorteplaats en/of -datum

Groningen, september 1779 (gedoopt 2 september)

beroep vader

notaris

moeder

R.A.M. Draper, Reinera Anna Maria

geboorteplaats en/of -datum

Groningen, 11 maart 1787

broers en zusters

2 zussen en 1 broer

beroep grootvader (moederskant)

  • advocaat
  • raad van gedeputeerden bij het Hof van Stad en Lande van Groningen

familierelaties