ARP
functie(s) in de periode 1901-1911: lid Eerste Kamer, minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Johannes Christiaan
titulatuur en naam
Mr. J.Ch. de Marez Oyens Johannes Christiaan
geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 21 januari 1845
overlijdensplaats en -datum
Partenkirchen (Dld.), 11 augustus 1911
levensbeschouwing
Nederlands Hervormd
Partij/stroming
partij(en)
ARP (Anti-Revolutionaire Partij)
Hoofdfuncties/beroepen
- advocaat te Amsterdam, van 1872 tot 1882
- kantonrechter-plaatsvervanger, derde kanton van Amsterdam, van 1 oktober 1875 tot 1 mei 1882
- procureur te Amsterdam, van 1879 tot 1 mei 1882
- chef bureau financiën (rang: referendaris), ministerie van Koloniën, van 1 mei 1882 tot 1 mei 1885
- chef afdeling handel en nijverheid (rang: administrateur), ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 1 mei 1885 tot 1 augustus 1901
- minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 1 augustus 1901 tot 16 augustus 1905
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 2 november 1910 tot 3 augustus 1911 (voor Zuid-Holland)
Nevenfuncties
- tweede luitenant der schutterij te Amsterdam, van 1873 tot januari 1877
- lid hoofdbestuur Amsterdam Patronaat voor behoeftige herstelde krankzinnigen in de provincie Noord-Holland, vanaf 1874
- voorzitter Staatscommissie van advies inzake de exploitatie van de Spoorwegen, van september 1908 tot 1 augustus 1911
- voorzitter Internationale Staatscommissie voor Vlaanderen
- voorzitter commissie als bedoeld in art. 201 Hoger-onderwijswet
- voorzitter Staatscommissie betreffende de organisatie der protestantse kerk in Nederlands-Indië, van 8 december 1910 tot 11 augustus 1911
afgeleide functies, presidia etc.
secretaris van de ministerraad (kabinet-Kuyper), van 1 augustus 1901 tot 16 augustus 1905
Opleiding
academische studie
- Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 28 september 1864 tot 27 januari 1872
Activiteiten
als parlementariër
- Sprak in de Eerste Kamer vooral over waterstaatszaken
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Stelde naar aanleiding van de Spoorwegstaking in 1903 de spoorweg-enquêtecommissie in, die onderzoek moest doen naar arbeidsverhoudingen in het spoorbedrijf
- Bepaalde in 1904 dat huwende vrouwen bij Posterijen en Telegrafie ontslag moest worden verleend. Zijn opvolger trok dit besluit in 1907 weer in.
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1902 de Bevoegdhedenwet Waterschappen tot stand, die besturen van waterschappen, veenschappen en veenpolders bevoegdheden verleende om ter voorkoming van gevaar noodmaatregelen te nemen. Het wetsvoorstel was in 1898 ingediend door minister Lely en in 1901 door hem verdedigd in de Tweede Kamer.
- Bracht in 1903 een wet over opsporing van delftsoffen tot stand, waarbij de opsporing van delfstoffen door particuliere maatschappijen voor zes jaar werd opgeschort
- Bracht in 1904 de Telegraaf- en Telefoonwet tot stand. Deze bevatte regels over de exploitatie en het gebruik van telegrafen en telefoons. Onder andere werd de wijze waarop de schadevergoeding voor het graven van kabels moest worden geregeld, vastgelegd. De telefoontarieven werden vastgesteld door de minister.
- Bracht in 1904 de Mijnwet [1903] tot stand, op grond waarvan via een a.m.v.b. het Mijnreglement 1906 kon worden ingevoerd. In het reglement stonden onder andere voorschriften over de veiligheid bij mijnontginning, zowel onder- als bovengronds. Geregeld werden onder meer inrichting van de mijn, verkeer op de terreinen, de toegang tot de schachten, de luchtverversing, de afvoer van water en gassen en het voorkomen van brand en ontploffing. Ook kwamen er regels over arbeid door jeudigde personen en vrouwen en over de arbeids- en rusttijden.
- Bracht in 1904 de Wet op de droogmakerijen en indijkingen tot stand. Deze bepaalde dat droogmakerijen en indijkingen die niet door het Rijk werden tot stand gebracht alleen mochten worden ondernomen na toestemming van Gedeputeerde Staten.
- Bracht in 1905 de Motor- en Rijwielwet tot stand. Deze voerde onder meer verkeersregels en -borden, het rijbewijs, rijwielpaden, het nummerbord, de maximumsnelheid, alsmede een leeftijdsgrens voor bestuurders van motorrijtuigen in. Er kwam een mogelijkheid tot beboeting en tot het ontnemen van de rijbevoegdheid. Snelheidswedstrijden voor motorrijtuigen of rijwielen werden op de openbare weg verboden.
Wetenswaardigheden
uit de privésfeer
- Solliciteerde in 1881 tevergeefs naar de functie van griffier van de Tweede Kamer
verkiezingen
- Versloeg in 1910 bij tussentijdse verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Zuid-Holland met 49 tegen 20 stemmen A. Plate (lib.)
woonplaats(en)/adres(sen)
- Amsterdam, tot 1882
- 's-Gravenhage, vanaf 1882
ridderorden
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 17 februari 1890
- Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 1 augustus 1911 (i.v.m. einde taak staatscommissie)
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid Historisch Genootschap te Utrecht
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"Koop en verkoop op de proef" (dissertatie, 1872)
literatuur/documentatie
- Mr. Antonio, "Minister De Marez Oyens", Parlementaire Portretten, Nieuwe Reeks LXXIII, De Telegraaf, 18 januari 1902
- Ned. Patriciaat, 1988
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te 's-Gravenhage, 8 september 1877
echtgeno(o)t(e)/partner
M.S.C. von Weckherlin, Maria Sophia Catharina
kinderen
4 zoons
vader
Mr. G.H. de Marez Oyens, Gerrit Hendrik
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 1 februari 1811
beroep vader
bankier (lid van de bankiersfirma "H. Oyens en Zonen" te Amsterdam)
moeder
A.M. Waller, Aletta Maria
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 2 maart 1810
broers en zusters
10 broers en/of zusters (zelf het zevende kind)
beroep grootvader (vaderskant)
bankier, effectenhandelaar
familierelaties