Kampense advocaat en notabele die vóór 1795 tot de patriotten behoorde en zowel tijdens de Bataafs-Franse Tijd als onder Willem I diverse bestuursfuncties bekleedde. Was lid van de Nationale Vergaderingen, maar werd na de staatsgreep van januari 1798 als federalist gevangen gezet. Keerde in 1800 terug als bestuurder en was onder meer commissaris-generaal in Kaapstad. Onder Lodewijk Napoleon was hij lid van de Staatsraad en landdrost van Maasland. Na 1813 was hij president van de provisionele Rekenkamer en lid van de Notabelenvergadering die over de ontwerp-Grondwet besliste. Willem I benoemde hem in 1820 tot Eerste Kamerlid. Was actief in de vrijmetselarij.