Burgemeesterszoon die zelf ook 23 jaar burgemeester was voor hij in 1957 commissaris van de Koningin van Gelderland werd. Trof op het Provinciehuis in Arnhem een college van zeer verdienstelijke gedeputeerden, dat hem de eerste jaren zo veel mogelijk buiten de zaken hield. Fungeerde in de statenvergadering als een technisch voorzitter, die niet aan de discussies deelnam. Vond de profielschets voor burgemeesters schijnheilig en was tegen het meepraten van de gemeenteraad over burgemeesterkandidaten. Beschouwelijk ingesteld partijloze liberaal met veel belangstelling voor de natuurbescherming.