Bekwame archivaris en griffier van de Staten van Drenthe, die als liberaal Kamerlid tot de getrouwen van Kappeyne van de Coppello behoorde en twee keer minister was. Werd in 1871 Tweede Kamerlid voor het district Assen als opvolger van Thorbecke. Behoorde al snel tot de leidinggevende liberalen en werd minister van Justitie in het kabinet-Kappeyne van de Coppello. Na zijn aftreden staatsraad en Gouverneur van Suriname. Keerde in 1888 terug als Kamerlid voor Emmen en werd opnieuw één van de leiders van de liberale fractie. Maakte verder deel uit van de parlementaire enquêtecommissie naar de toestanden in fabrieken en werkplaatsen. In 1891 minister van Justitie in het kabinet-Van Tienhoven. Bracht de Faillissementswet tot stand.