ARP
functie(s) in de periode 1926-1929: minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Hendrik
titulatuur en naam
Mr. H. van der Vegte Hendrik
geboorteplaats en -datum
Zwolle, 15 augustus 1868
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 29 augustus 1933
levensbeschouwing
Gereformeerd
Partij/stroming
partij(en)
ARP (Anti-Revolutionaire Partij)
Hoofdfuncties/beroepen
- advocaat en procureur te Zwolle, van 1893 tot 1926
- lid gemeenteraad van Zwolle, van 3 september 1895 tot 3 juli 1907
- wethouder (van onderwijs) van Zwolle, van 22 maart 1897 tot 3 juli 1907
- lid Provinciale Staten van Overijssel, van 3 juli 1901 tot 8 maart 1926 (1901-1919 voor het kiesdistrict Kampen)
- rechter-plaatsvervanger Arrondissementsrechtbank te Zwolle, van 16 juli 1905 tot 8 maart 1926
- lid Gedeputeerde Staten (belast met waterstaat) van Overijssel, van 3 juli 1907 tot 8 maart 1926
- directeur "Van der Vegte bankiers" te Zwolle, van 1911 tot maart 1926
- minister van Waterstaat, van 8 maart 1926 tot 10 augustus 1929
- advocaat en procureur te Zwolle, van 1929 tot augustus 1933 (geassocieerd met Mr. Lindeboom)
Nevenfuncties
- deken Orde van Advocaten te Zwolle
- lid Raad van Toezicht en Discipline Orde van Advocaten te Zwolle
- voorzitter Huurcommissie te Zwolle
- voorzitter Commissie van Beroep, Schoolraad voor de School met den Bijbel te Zwolle
- voorzitter Commissie van Beheer, Gerefermeerde Kerk te Zwolle
- voorzitter Voogdijraad te Zwolle, van 19 januari 1910 tot 8 maart 1926
- lid (voorlopig) bestuur Vereeniging "Landbouwopvoeding", vanaf mei 1911
- voorzitter College van Regenten, Gevangenis te Zwolle, van 16 november 1909 tot 8 maart 1926
- voorzitter Vereeniging tot Christelijke verzorging van zenuwlijders (vele jaren)
- lid Staatscommissie ter uitvoering van de Crisis-enquêtewet, vanaf januari 1919
- lid Staatscommissie inzake herziening van de Nederlandse Burgerlijke Wetgeving, van 13 september 1919 tot april 1926
- plaatsvervangend deputaat Gereformeerde Kerk voor de correspondentie met de hoge overheid, vanaf 1923
- lid Raad van Commissarissen "Algemeene Exploratie Maatschappij", omstreeks 1930
- lid Staatscommissie voor het vervoer (Staatscommissie-Patijn), vanaf maart 1930 (onderzoek economisch dienstbaar maken land-, water- en spoorwegen)
- lid Raad van Commissarissen N.V. Glasfabriek "Leerdam", van september 1930 tot 29 augustus 1933
- lid gewestelijk bestuur NPV (Nederlandsche Padvinders Vereeniging), omstreeks 1931
- lid Raad van Commissarissen Noordooster Locaalspoorweg, van juni 1932 tot 29 augustus 1933
- lid Raad van Commissarissen Nederlandsche Spoorwegen, van 1 mei 1932 tot 29 augustus 1933
- lid Onderwijsraad en voorzitter commissie inzake studiebeurzen, omstreeks 1933
afgeleide functies, presidia etc.
ondervoorzitter van de ministerraad (kabinet-De Geer I), van 1 april 1927 tot 10 augustus 1929
Opleiding
academische studie
- rechtsgeleerdheid (gepromoveerd op dissertatie), Rijksuniversiteit Leiden, van 19 oktober 1888 tot 26 juni 1893
Activiteiten
als bewindspersoon (beleidsmatig)
- Bracht in 1927 het (eerste) rijkswegenplan uit. Nieuw geplande rijkswegen zijn onder meer die tussen Alkmaar en Den Helder, tussen Arnhem en Gorinchem, tussen Rijswijk en Rotterdam en tussen Tilburg en Eindhoven. Gepland is verder een brug bij Vreeswijk en een nieuw tracé tussen Utrecht en Amsterdam.
- Diende in 1928 een wetsvoorstel Algemene regelen ter zake van de electriciteitsvoorziening in, waardoor concessieverlening aan andere dan provinciale bedrijven mogelijk moest worden. Zijn opvolger Reymer trok het voorstel in 1931 in.
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1926 de Luchtvaartwet tot stand. Deze bevatte regels over het uitoefenen van de luchtvaart, de registratie van vliegtuigen, de bekwaamheid van de bemanning en de aanleg van luchtvaartterreinen. Luchtvaart (met vliegtuigen, luchtschepen of ballons) mocht geen gevaar opleveren voor de openbare orde of veiligheid. Bij AMvB konden regels worden gesteld om bebouwing rond luchtvaartterreinen te verbieden. Het wetsvoorstel (ontwerp-Vlieg- en Luchtvaartwet) was in 1911 ingediend door minister L. Regout.
- Bracht in 1926 samen met minister De Geer de Motorrijtuigenbelastingwet (heffen van een belasting en treffen van verdere voorzieningen ten behoeve van openbare verkeerswegen te land) tot stand, waarbij de wegenbelasting werd ingevoerd waarvan de opbrengsten ten goede kwamen aan het wegenfonds. De belasting werd geheven van motorrijtuigen op grond van het gewicht van de voertuigen. De in 1924 tijdelijk ingestelde rijwielbelasting werd een blijvende retributie.
- Bracht in 1927 samen met minister Donner de wet tot opheffing van privaatrechtelijke belemmeringen tot stand. Deze bepaalde dat de overheid kon vorderen dat particulieren werkzaamheden in bijvoorbeeld hun grond moesten gedogen, zonder dat er werd onteigend. Het moest dan gaan op werkzaamheden waarvan het algemeen nut uitdrukkelijk was vastgesteld. Er was wel recht op schadevergoeding.
- Bracht in 1927 een wet tot instelling van de Postraad tot stand, die toezicht moest houden op het nieuw ingestelde Staatsbedrijf der Post, Telegrafie en Telefonie (voorheen Staatsbedrijf der Posterijen en Telegrafie)
- Bracht in 1928 een eerste wettelijke regeling voor de radio-omroep tot stand door een wijziging van de Telefoon- en Telegraafwet 1904. Er werd een Radioraad ingesteld. Bij AMvB konden maatregelen worden genomen ten aanzien van de zendtijdverdeling.
- Bracht in 1928 wetten tot stand waarbij het beheer van de Vissershaven te IJmuiden en van de Staatsmijnen in Limburg onder de Comptabiliteitswet kwam te vallen
Wetenswaardigheden
algemeen
- Zette zich als gedeputeerde onder andere in voor aanleg van het elektriciteitsnet in de gehele provincie Overijssel
uit de privésfeer
- De familie Van der Vegte had in Zwolle een bankiersfirma. De familie De Cock stamde uit een burgemeestersgeslacht uit Groningen. Beide families behoorden tot de afscheidingsbeweging. Hij was een kleinzoon van ds. H. de Cock, de voorman van de Christelijk-afscheidenen.
verkiezingen
- Werd in 1912 bij de Tweede Kamerverkiezingen in het district Ommen verslagen door Æ. baron Mackay Thzn., en toen deze zijn benoeming niet had aangenomen, bij nieuwe verkiezingen door C.J.A. Bichon van IJsselmonde (onafhankelijk c.h.)
niet-aanvaarde politieke functies
- burgemeester van Rotterdam (tweemaal)
- Commissaris van de Koningin in Overijssel, 1925
woonplaats(en)/adres(sen)
's-Gravenhage, Frederik Hendriklaan 4, omstreeks 1928
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 28 mei 1921 (i.v.m. bezoek koningin aan Overijssel)
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"De verzekering der arbeiders tegen invaliditeit en den ouden dag in Duitschland" (dissertatie, 1892)
literatuur/documentatie
- Wie is dat? 1931
- "Het Vaderland", 29 augustus 1933
- T.M. Schelhaas e.a. (red.), "De afgescheidenen van 1834 en hun nageslacht" (Kampen, 1984)
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te 's-Gravenhage, 24 augustus 1916
echtgeno(o)t(e)/partner
J. Visser, Jeltje
vader
L. van der Vegte, Lubbartus
geboorteplaats en/of -datum
Zwolle, 8 februari 1837
moeder
J. de Cock, Jantje
geboorteplaats en/of -datum
Smilde, 20 januari 1836
beroep grootvader (vaderskant)
bankbeambte
beroep grootvader (moederskant)
predikant