Burgemeesterszoon die zelf ook burgemeester werd en een mooie carrière afsloot als Commissaris van de Koningin van Friesland. Gepokt en gemazeld in het collegiaal bestuur als hij was, schafte hij de troon waarop zijn voorgangers hadden gezeteld af en bemoeide hij zich met alle beleidsterreinen. Was de laatste CdK die bij burgemeestersvacatures consequent de echtgenotes van de sollicitanten betrok in zijn beoordeling. Dynamische persoonlijkheid die het openbaar bestuur bedreef als een spel. In Friesland geacht als goed voorzitter en vriendelijke bestuurder met een natuurlijk gezag. Werd eenmaal (in 1967) genoemd als CHU-minister voor Binnenlandse Zaken.