Vooraanstaande staatsman uit een Haarlemse regentenfamilie en minister in de Bataafs-Franse tijd en onder Willem I. Werd onder Lodewijk Napoleon belast met de opstelling van het Wetboek van Strafrecht. Maakte in 1814 en 1815 deel uit van de Grondwetscommissies. Daarna Commissaris-Generaal in Nederlands-Indiė en vervolgens minister van Financiėn en van Marine en Koloniėn. Nam ontslag nadat het cultuurstelsel werd ingevoerd.