Jurist, exponent van een prominente Alkmaarse regentenfamilie. Patriottisch gezind bestuurder tijdens stadhouder Willem V. Werd vanwege zijn lidmaatschap van het Comité ter defensie van Holland en Utrecht op 11 oktober 1787 door de Staten uit alle ambtsbetrekkingen gezet, zoals prinses Wilhelmina had geëist. Speelde vanaf 1795 echter weer een rol als bestuurder, jurist of volksvertegenwoordiger onder alle besturen die ons land tot 1813 kende. Had in 1814 zitting in de Notabelenvergadering en was nadien lid van Gedeputeerde Staten.