Mr. A.F.K. Hartogh

A.F.K. Hartogh
bron: Onze Afgevaardigden

Amsterdamse advocaat die in de Tweede Kamer tot de vooruitstrevende liberalen behoorde. Vooraanstaand juridisch specialist, die via een initiatiefwetsvoorstel een omvangrijke herziening van het procesrecht tot stand bracht. Maakte naar aanleiding van de zogenaamde Hogerhuisaffaire (waarbij twee broers ten onrechte waren veroordeeld wegens diefstal) revisie van een vonnis mogelijk.

liberaal, Liberale Unie, vooruitstrevende kamerclub, vrijzinnig-democratische kamerclub
functie(s) in de periode 1886-1901: lid Tweede Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Abraham Frans Karel

titulatuur en naam

Mr. A.F.K. Hartogh Abraham Frans Karel

geboorteplaats en -datum

Amsterdam, 29 december 1844

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 13 februari 1901

levensbeschouwing

Israëlitisch (Nederlands-Israëlitisch)

Partij/stroming

stroming(en)

Takkiaan, 1894

partij(en)

Liberale Unie

lid tussentijds gevormde fractie(s)

  • Kiesrecht-Kamerclub, van september 1893 tot maart 1894
  • Vooruitstrevend-Liberale Kamerclub, van mei 1894 tot 21 september 1897
  • Vrijzinnig-Democratische Kamerclub, van 22 september 1897 tot 13 februari 1901

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat te Amsterdam, van 1869 tot april 1896
  • lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 5 juli 1883 tot 1 april 1896 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 14 juli 1886 tot 17 augustus 1887 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1887 tot 27 maart 1888 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 20 maart 1894 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 1894 tot 21 september 1897 (voor het kiesdistrict Amsterdam)
  • advocaat te 's-Gravenhage, van april 1896 tot 13 februari 1901
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 september 1897 tot 13 februari 1901 (voor het kiesdistrict Amsterdam III)

Nevenfuncties

  • tweede secretaris Commissie van toezicht op het lager onderwijs te Amsterdam, omstreeks 1883
  • medewerker "De Nederlander", omstreeks 1894
  • lid Staatscommissie tot herziening van het Burgerlijk Wetboek, vanaf 1899
  • lid Nederlands Comité voor Transvaal, vanaf januari 1900

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Gemengde Commissie voor de Stenographie (namens de Tweede Kamer), van 28 september 1897 tot 13 januari 1901
  • voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk IV (Justitie) 1898 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van maart 1898 tot september 1898
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1899 tot november 1899

Opleiding

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Leiden, van 1 oktober 1864 tot 12 juni 1869

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak in de Tweede Kamer vooral over justitiële onderwerpen
  • Was in 1889 mede-indiener van het wetsvoorstel tot invoering van een progressieve inkomstenbelasting. Het voorstel werd door de Tweede Kamer verworpen.
  • Diende in 1893 een omvangrijk initiatiefwetsvoorstel in tot herziening van het burgerlijk procesrecht (o.a. invoering summiere behandeling, afschaffing verplichte betekening van vonnissen, uitbreiding bevoegdheid tot voorlopige tenuitvoerlegging van vonnissen). In de Eerste Kamer werd het voorstel medeverdedigd door M.J. Pijnappel, die in de Tweede Kamer voorzitter van de Commissie van Voorbereiding was geweest. Het voorstel werd in 1896 wet.
  • Maakte in 1899 via een in 1898 samen met Harte (r.k.), De Savornin Lohman (vrij-a.r.), Rethaan Macaré (lib.) en Tydeman (lib.) ingediend initiatiefvoorstel revisie van een vonnis mogelijk

opvallend stemgedrag

  • Behoorde in 1886 tot de zeven liberalen die bij de behandeling van het initiatiefvoorstel-Schaepman over het grondwettelijk onderwijsartikel vóór het verzoenende amendement-Greeve/Vos de Wael stemden en daarna vóór het initiatiefvoorstel
  • Stemde in 1887 bij de grondwetsherziening vóór een (verworpen) amendement-Van Houten/De Ruiter Zijlker om in de Grondwet op te nemen dat de regeling van het kiesrecht aan de gewone wetgever zou worden overgelaten
  • Stemde in 1896 tegen de ontwerp-Kieswet van Van Houten

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer

  • Twee van zijn dochters waren gehuwd met zoons van F.S. van Nierop, Eerste Kamerlid
  • Verhuisde in 1896 naar Den Haag vanwege de gezondheidstoestand van zijn echtgenote

verkiezingen

  • Werd in 1886, 1887, 1888, 1891 en 1894 bij de algemene verkiezingen in het kiesdistrict Amsterdam in de eerste stemmingsronde gekozen
  • Versloeg in 1897 in het district Amsterdam III na herstemming W. Hovy (arp)

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Amsterdam, tot april 1896
  • 's-Gravenhage, vanaf april 1896

Publicaties van/over

lijst van publicaties

"De aansprakelijkheid van den Staat voor onrechtmatige daden zijner ambtenaren" (dissertatie, 1869)

literatuur/documentatie

  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel VI, 714
  • H. van Felius en H.J. Metselaars, "Noordhollandse Statenleden 1840-1919"
  • Onze Afgevaardigden, 1897

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te 's-Gravenhage, 10 juli 1873

echtgeno(o)t(e)/partner

C.H. Enthoven, Catharina Henriëtte

kinderen

o.a. een zoon en 2 dochters

vader

Mr. H.A. Hartogh, Hendrik Alexander

geboorteplaats en/of -datum

's-Gravenhage, 6 september 1815

beroep vader

  • advocaat
  • officier van justitie

moeder

F. Enthoven, Fanny

geboorteplaats en/of -datum

's-Gravenhage, 30 januari 1817