J.W. Bergansius

J.W. Bergansius
bron: Het Geheugen van Nederland

Katholieke officier die tweemaal minister van Oorlog (in de kabinetten-Mackay en -Kuyper) was. Doorliep diverse functies bij de artillerie, onder meer als commandant van de Stelling van Amsterdam en van de vestingartillerie. Zag in 1891 zijn poging mislukken om de plaatsvervanging bij de militie af te schaffen, vooral door verzet van zijn geloofsgenoten. Krachtig, ijverig en deskundige bewindsman. Stond in hoog aanzien bij koningin Wilhelmina, die hem op persoonlijk gezag de titel minister van staat verleende uit waardering voor zijn optreden bij de Spoorwegstaking van 1903. Besloot zijn loopbaan als lid van de Raad van State.

Rooms-Katholieken
functie(s) in de periode 1888-1908: minister, lid Raad van State

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Johannes Willem

titulatuur en naam

J.W. Bergansius Johannes Willem

geboorteplaats en -datum

Delft, 14 augustus 1836

overlijdensplaats en -datum

's-Gravenhage, 22 juli 1913

levensbeschouwing

Rooms-Katholiek

Partij/stroming

stroming(en)

R.K. (Rooms-Katholieken)

Hoofdfuncties/beroepen

  • tweede luitenant, derde regiment vestingartillerie, van 30 juni 1856 tot 1 augustus 1858
  • eerste luitenant, eerste regiment vestingartillerie, van 1 augustus 1858 tot 1860
  • docent scheikunde, Pyrotechnische School te Delft, van 1860 tot juni 1860
  • opzichter pyrotechnische werkplaats, Pyrotechnische School te Delft, van juni 1860 tot 1868
  • ambtenaar Bureau der Artillerie, ministerie van Oorlog, van 1868 tot april 1876
  • commandant, achtste compagnie, eerste regiment vestingartillerie te Delft, van april 1876 tot 1 februari 1880
  • commandant, vierde afdeling vestingartillerie te Zwolle, van 1 februari 1880 tot 1 mei 1884
  • directeur Artillerie-Schietschool te Zwolle, van 1 mei 1884 tot 1 april 1887
  • directeur Artillerie-Inrichtingen te Delft, van 1 april 1887 tot april 1888
  • minister van Oorlog, van 21 april 1888 tot 21 augustus 1891
  • commandant van de stelling van Amsterdam, van 1 december 1891 tot 1 mei 1892
  • bevelhebber in Noord-Holland en noordelijk Zuid-Holland, van 1 december 1891 tot 1 mei 1892
  • commandant der vestingartillerie, van 1 mei 1892 tot 1 maart 1894
  • inspecteur van het wapen der artillerie, van 1 maart 1894 tot 1 november 1898 (op eigen verzoek met pensioen na overlijden van zijn echtgenote)
  • gepensioneerd, van 1 november 1898 tot 1 augustus 1901
  • minister van Oorlog, van 1 augustus 1901 tot 16 augustus 1905
  • waarnemend minister van Koloniën, van 15 februari 1902 tot 30 april 1902 (vanwege ziekte van minister Van Asch van Wijck)
  • minister van Koloniën ad interim, van 10 september 1902 tot 25 september 1902 (na het overlijden van minister Van Asch van Wijck)
  • minister van Marine ad interim, van 12 december 1902 tot 16 maart 1903 (na het overlijden van minister Kruys)
  • lid Raad van State, van 1 september 1905 tot 1 juli 1908 (benoemd bij K.B. van 28 augustus 1905; eervol ontslag op verzoek bij K.B. van 20 juni 1908)

ambtstitel

  • minister van staat, van 20 maart 1903 tot 22 juli 1913

officiersrangen

  • tweede luitenant der artillerie, van 1 juli 1856 tot 1 augustus 1858
  • eerste luitenant der artillerie, van 1 augustus 1858 tot 15 april 1867
  • kapitein der artillerie, van 15 april 1867 tot 1 februari 1880
  • majoor der artillerie, van 1 februari 1880 tot 1 mei 1884
  • luitenant-kolonel der artillerie, van 1 mei 1884 tot 1 april 1887
  • kolonel der artillerie, van 1 april 1887 tot 1 mei 1890
  • generaal-majoor der artillerie, van 1 mei 1890 tot februari 1896
  • luitenant-generaal der artillerie, van februari 1896 tot 1 augustus 1901

Nevenfuncties

  • lid commissie van proefneming voor keuring en onderzoek van materieel en munitie, vanaf juni 1872
  • lid Permanent Technisch Comité Stelling van Amsterdam, vanaf 1886
  • voorzitter Staatscommissie ter voorbereiding van een algemene dienstplichtwet, van 10 juni 1888 tot maart 1889
  • voorzitter commissie voor keuring van de pantserkoepels voor het fort Pampus, 1892
  • lid commissie van advies over de sterkte van de Stelling van Amsterdam, vanaf maart 1893
  • adjudant in buitengewone dienst koningin Wilhelmina, vanaf 31 augustus 1898
  • voorzitter Vereeniging ter Beoefening der Krijgswetenschap, van 1899 tot 1901

afgeleide functies, presidia etc.

  • ondervoorzitter van de ministerraad (kabinet-Kuyper), van 1 augustus 1901 tot 16 augustus 1905
  • lid afdeling Oorlog (Raad van State)

Opleiding

hoger beroepsonderwijs

  • officiersopleiding KMA (Koninklijke Militaire Academie) te Breda, van 1852 tot 30 juni 1856

Activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)

  • Stelde in 1888 een staatscommissie in, die moest adviseren over de legerorganisatie en de dienstplicht. Hijzelf werd daarvan voorzitter. Tot de leden behoorden zowel Kamerleden als (hoofd)officieren en onder hen waren voor- en tegenstanders van afschaffing van de plaatsvervanging.
  • Diende in 1890 samen met de ministers De Savornin Lohman en Dyserinck een ontwerp-Wet tot regeling van de krijgsdienst in. In het wetsvoorstel was de persoonlijke dienstplicht als uitgangspunt genomen. Het voorstel behelsde verder de instelling van een legermacht van 116.000 man, met daarnaast een Landweer, en een jaarlijks contigent van 15.000 dienstplichtigen. Het wetsvoorstel werd - na schorsing van de behandeling in de Tweede Kamer - in 1891 door zijn opvolger ingetrokken.
  • Was tijdens het kabinet-Kuyper verantwoordelijk voor de invoering van snelvuurgeschut bij het leger en voor de invoering van de in 1901 tot stand gekomen Militiewet

als bewindspersoon (wetgeving)

  • Bracht in 1890 de Wet op het militair onderwijs tot stand, die het onderwijs regelt aan de Hogere Krijgsschool te 's-Gravenhage, de Koninklijke Militaire Academie te Breda, de Cadettenschool te Alkmaar en de Hoofdcursus (voor de dienst in de koloniën) te Kampen. De in 1890 opgerichte Hogere Krijgsschool was een nieuwe driejarige opleiding voor troepenleiding en dienst bij de generale staf.
  • Bracht in 1902 de Pensioen- en bevorderingswetten voor militairen tot stand

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Hij was in tegenstelling tot de meeste van zijn geloofsgenoten voorstander van persoonlijke dienstplicht

uit de privésfeer

  • Stamde uit een katholieke familie van beroepsmilitairen
  • Een zus van zijn echtgenote was gehuwd met van J. van Stolk, Tweede Kamerlid
  • In 1866 ontving hij een tevredenheidsbetuiging van de minister voor een opstel over schietkatoen
  • Nam in juni 1908 vanwege zijn gezondheid ontslag als staatsraad
  • De laatste zes jaar van zijn leven bracht hij teruggetrokken door, grotendeels verlamd en sprakeloos door beroerte. Koningin Wilhelmina vergat hem niet en liet zich regelmatig, soms met Juliaantje, langs zijn huis rijden om hem wuivend een koninklijke groet te brengen, hetgeen een uitzonderlijke conciliatie moet zijn geweest voor de geteisterde staatsman.

verkiezingen

  • Werd in 1897 bij de Tweede Kamerverkiezingen in het district Utrecht II na herstemming verslagen door J.N. Bastert (cons.-lib.). Derde kandidaat was oud-minister A.L.W. Seyffardt (lib.).
  • Versloeg in 1901 in het district Elst P. Rink (l.u.)

niet-aanvaarde politieke functies

  • lid Tweede Kamer, juli 1901 (niet aangenomen in verband met zijn benoeming tot minister)

ridderorden

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, november 1884
  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 augustus 1898

buitenlandse onderscheidingen

4 buitenlandse onderscheidingen

Publicaties van/over

lijst van publicaties

"Handboek ter vervaardiging der ernstvuurwerken" (1862)

literatuur/documentatie

  • G.A.M. Beekelaar, "Bergansius, Johannes Willem (1836-1913)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel III, 46
  • G.A.M. Beekelaar, "Daarom verzoek ik u ook mijn nuance in het kabinet te nemen. De katholieke ministers in het kabinet", in: D.Th. Kuiper en G.J. Schutte, "Het kabinet-Kuyper 1901-1905" (2001), 119-125
  • Wie is dat? 1901

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Delft, 9 oktober 1867 (echtgenote overleden 23 juli 1898)

echtgeno(o)t(e)/partner

H.L.M. van Berckel, Henrica Ludovica Maria

kinderen

7 zoons en 8 dochters

vader

J.J. Bergansius, Johannes Josephus

geboorteplaats en/of -datum

Utrecht, 5 maart 1796

beroep vader

onderofficier der artillerie (sergeant-majoor)

moeder

M.E. Schull, Maria Elizabeth

geboorteplaats en/of -datum

Weesp, 5 maart 1801

familierelaties