ARP, antirevolutionair, Vrij-AR, CHP, CHU
functie(s) in de periode 1888-1913: lid Tweede Kamer, minister
Personalia
voornamen (roepnaam)
Jacob Petrus
titulatuur en naam
J.P. Havelaar Jacob Petrus
geboorteplaats en -datum
Rotterdam, 23 januari 1840
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 7 april 1918
levensbeschouwing
Partij/stroming
partij(en)
- ARP (Anti-Revolutionaire Partij), tot 1894
- VAR (Vrij-Antirevolutionaire Partij), van 1897 tot 16 april 1903
- CHP (Christelijk-Historische Partij), van 16 april 1903 tot 9 juli 1908
- CHU (Christelijk-Historische Unie), vanaf 9 juli 1908
Hoofdfuncties/beroepen
- civiel-ingenieur Rijkswaterstaat te Tilburg, vanaf 1865
- lid gemeenteraad van Utrecht, van 20 januari 1876 tot 1 januari 1879
- chef technische dienst, Hoogheemraadschap Lekdijk-Bovendams, van 1876 tot 1 januari 1879 (kameraar)
- chef Provinciale Waterstaat (ingenieur, in 1884 hoofdingenieur) te Assen, van 1 januari 1879 tot april 1888
- minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 21 april 1888 tot 21 augustus 1891
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 december 1891 tot 1 mei 1893 (voor het kiesdistrict Gouda)
- lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 1 november 1892 tot 6 mei 1902 (voor het kiesdistrict Ridderkerk)
- lid gemeenteraad van 's-Gravenhage, van 28 maart 1893 tot 3 oktober 1893
- directeur-generaal der Posterijen en Telegraphie, van 1 mei 1893 tot 1 mei 1905 (bij KB van 15 september 1902 verlof vanwege lidmaatschap Eerste Kamer)
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1902 tot 23 juli 1904 (voor Zuid-Holland)
- lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1904 tot 8 februari 1913 (voor Zuid-Holland)
Nevenfuncties
lid Raad van Commissarissen Eerste Nederlandsche maatschappij tot verzekering op het leven tegen ongevallen en invaliditeit, omstreeks september 1902
afgeleide functies, presidia etc.
- (tijdelijk) secretaris van de ministerraad (kabinet-Mackay), van 21 april 1888 tot 21 augustus 1891
- lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1904 tot december 1906
- lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1907 tot december 1909
- lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van april 1910 tot december 1910
- lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van april 1911 tot juli 1911
- lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1911 tot september 1912
Opleiding
hoger beroepsonderwijs
- officiersopleiding KIM (Koninklijk Instituut der Marine) te Willemsoord, vanaf 1855
- adelborst derde klasse, vanaf 3 februari 1857
- Koninklijke Academie van burgerlijke ingenieurs te Delft, van 1857 tot 23 juni 1864
Activiteiten
als parlementariër
- Sprak in de Tweede Kamer vooral over waterstaat (spoorwegen, havens, telefonie)
- Sprak enkele keren als Eerste Kamerlid, vooral over waterstaat en defensie, maar ook over justitiële onderwerpen en mijnbouw
opvallend stemgedrag
- Behoorde in 1907 tot de twaalf leden van de rechterzijde die tegen de ontwerp-Wet op het arbeidscontract stemden
als bewindspersoon (wetgeving)
- Bracht in 1889 samen met minister Ruijs van Beerenbroek de Boterwet tot stand, die bepalingen bevatte over het tegengaan van bedrog in de boterhandel. Margarine (kunstboter) mocht alleen worden verkocht als duidelijk was aangegeven dat het niet om zuivere boter ging.
- Bracht in 1889 een wet tot stand inzake de regeling van de dienst en het gebruik van lokaalspoorwegen. Het ging hierbij om treinvervoer met een snelheid van tussen de twintig en veertig kilometer per uur. Via nadere regelgeving kon bij algemene maatregelen van bestuur worden afgeweken van de Spoorwegwet. Op treinvervoer langzamer dan twintig kilometer per uur was die wet niet van toepassing. De wet regelde verder de strafbaarstelling van overtreding van regels.
- Bracht in 1890 samen met minister Godin de Beaufort een wet tot stand ter bekrachtiging van overeenkomsten met de NRS (Nederlandsche Rhijnspoorwegmaatschap), de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen en de HIJSM (Hollandsche IJzeren Stoomwegmaatschappij). De wet bepaalde door welke maatschappij lijnen zouden worden geëxploiteerd. De lijnen van de NRS werden aan de SS gegund en lijnen van SS en HIJSM herverdeeld.
- Bracht in 1891 de Binnenaanvaringswet tot stand, die de lagere overheden belastte met het stellen van regels ter voorkoming van aanvaringen op binnenwateren
- Bracht in 1891 samen met minister Ruijs van Beerenbroek de wet tot vaststelling van bepalingen betreffende 's Rijkswaterstaatswerken tot stand. Deze maakte door straffen te handhaven regels mogelijk ten aanzien van het varen op openbare wateren, het gebruik maken van o.a. veren, duikers, sluizen, bruggen en dammen, het gebruik maken van zeestranden, duinen, dijken en oevers en ten aanzien van baggeren en graven, alsmede het vissen van schelpdieren.
- Bracht in 1891 de Wet tot regeling van de brievenposterij tot stand. Deze wet verving de Postwet uit 1850 en stelde onder andere nieuwe posttarieven vast voor het verzenden van brieven, gedrukte stukken en nieuwsbladen. Verder regelde de wet onder meer de mogelijkheid tot het laten aantekenen van poststukken en aansprakelijkheid voor schade.
Wetenswaardigheden
algemeen
- In Tilburg was hij onder meer belast met plannen voor de riolering in 1869. Hij was voorts belast met de scheepvaartverbinding Vecht-Eem in 1873, de drinkwaterleiding in Utrecht (1875), de bevaarmaking van de Regge (1876), de kanalisatie van de Leij (1876), bouwsluizen in Soestdijk (1877) en een ontwerp voor een algemeen net van tramwegen (1878).
- Kreeg in 1875 de leiding van grondboringen in het zuidelijk deel van de Zuiderzee, ter voorbereiding van mogelijke inpoldering
- Werd in 1901 door Kuyper aangezocht als minister van een nieuw in te stellen ministerie van Landbouw. Daarmee had de taak van Kuyper als minister van Binnenlandse Zaken ontlast moeten worden. Zijn dokter raadde Havelaar echter een ministerschap af, waarna Landbouw werd overgeheveld naar Waterstaat, Handel en Nijverheid.
- Nam in 1913 ontslag als Eerste Kamerlid vanwege toenemende doofheid
uit de privésfeer
- Zijn vader was wethouder van Rheden (1851-1860)
- Een dochter van hem was gehuwd met een zoon van jhr. G.J.Th. Beelaerts van Blokland, lid en voorzitter Tweede Kamer
verkiezingen
- Versloeg in 1891 bij een tussentijdse verkiezing in het district Gouda Ph. van der Breggen (lib.)
- Versloeg in 1902 bij de periodieke verkiezingen voor de Eerste Kamer in Provinciale Staten van Zuid-Holland met 44 tegen 30 stemmen W.H. de Beaufort (lib.)
- Versloeg in 1904 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Zuid-Holland met 46 tegen 32 stemmen N.G. Pierson (lib.)
- Versloeg in 1907 bij de periodieke verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Zuid-Holland met 46 tegen 21 stemmen C. Pijnacker Hordijk (lib.)
niet-aanvaarde politieke functies
- minister van Landbouw, juli 1901 (geweigerd)
woonplaats(en)/adres(sen)
- Assen, tot juli 1888
- 's-Gravenhage, van juli 1888 tot 7 april 1918
- 's-Gravenhage, Daendelsstraat 30, omstreeks 1913
ridderorden
- Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 31 augustus 1898
- Grootkruis Orde van de Eikenkroon
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
- Wie is dat? 1901
- Onze Afgevaardigden, 1905, 1909
- Ned. Patriciaat, 1925
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Deventer, 13 maart 1868
echtgeno(o)t(e)/partner
Jkvr. F.A.M.E.A. des Tombe, Françoise Anna Maria Emelia Andrea
kinderen
2 dochters en 1 zoon (en 1 jong-gestorven kind)
vader
M.E. Havelaar, Marinus Elisa
geboorteplaats en/of -datum
Rotterdam, 28 juni 1800
beroep vader
moeder
D.E.M. Tschiffély, Dorothée Emilie Marie
geboorteplaats en/of -datum
Bern (Zwits.), 22 augustus 1816
broers en zusters
2 broers
beroep grootvader (vaderskant)
- koopman
- lid stedelijke raad van Rotterdam
familierelaties