Jhr.Mr. J. Huydecoper van Maarsseveen

J. Huydecoper van Maarsseveen
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Utrechts Eerste Kamerlid uit een oorspronkelijk Amsterdamse patriciërsfamilie. Woonde als landeigenaar in Maarsseveen nabij de Vecht. Gold aanvankelijk als behoudend en stemde bijvoorbeeld tegen afschaffing van het dagbladzegel. Onder invloed van de schoolstrijd allengs meer liberaal geworden. In de 32 jaar dat hij Kamerlid was tamelijk actief en later enige jaren lid van de Huishoudelijke Commissie.

'pragmatisch' liberaal, liberaal
functie(s) in de periode 1858-1890: lid Eerste Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Opleiding
  6. Activiteiten
  7. Wetenswaardigheden
  8. Publicaties van/over
  9. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Joan

titulatuur en naam

Jhr.Mr. J. Huydecoper van Maarsseveen Joan

geboorteplaats en -datum

Amsterdam, 10 mei 1821

overlijdensplaats en -datum

Maarsseveen (gem. Maarssen, Utr.), 29 november 1890

levensbeschouwing

Nederlands Hervormd

Partij/stroming

stroming(en)

  • conservatief (tot omstreeks 1870)
  • 'pragmatisch liberaal' (na 1870)

Hoofdfuncties/beroepen

  • advocaat te Amsterdam, van 1847 tot 1848
  • lid Provinciale Staten van Utrecht, van 5 juli 1853 tot 26 mei 1858 (voor het kiesdistrict Breukelen)
  • lid gemeenteraad van Maarsseveen, van september 1853 tot 1 april 1856
  • burgemeester van Maarsseveen, van 1 april 1856 tot 1 april 1868
  • burgemeester van Maarssen, van 1 april 1856 tot 1 april 1868
  • burgemeester van Maarssenbroek, van 1 april 1856 tot 1 juli 1857 (gemeente verenigd met Maarssen)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 26 mei 1858 tot 11 oktober 1884 (voor de provincie Utrecht)
  • dijkgraaf Hoogheemraadschap van de Lekdijk Bovendams, van 1 september 1882 tot 29 november 1890
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 17 november 1884 tot 17 augustus 1887 (voor de provincie Utrecht)
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 29 november 1890 (voor Zuid-Holland)

Nevenfuncties

  • hoogheemraad waterschap Zeeburg en Diemerdijk, van 19 januari 1848 tot 9 mei 1856
  • hoogheemraad College van de Lekdijk Bovendams, van 1854 tot 9 mei 1856
  • president-concessionaris voor de droogmaking van de Maarsseveense Plassen

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1881 tot november 1881
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van juli 1882 tot september 1882
  • lid Commissie voor Huishoudelijke aangelegenheden (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 23 januari 1884 tot 17 juli 1887
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van september 1886 tot december 1886
  • lid Commissie voor Huishoudelijke aangelegenheden (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van 2 mei 1888 tot 29 november 1890

Opleiding

academische studie

  • Romeins en hedendaags recht (gepromoveerd op dissertatie), Hogeschool te Utrecht, van 8 april 1839 tot 3 mei 1847

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak in de Eerste Kamer onder meer over binnenlandse zaken, justitie, Surinaamse aangelegenheden en waterstaat
  • Stemde steeds tegen wetsvoorstellen over de afkoopbaarstelling van de Tienden
  • Behoorde in 1860 tot de 20 leden die tegen de (verworpen) ontwerp-wet over aanleg en exploitatie van de Noorder- en Zuiderspoorwegen stemden
  • Behoorde in 1861 tot de 13 leden die tegen de ontwerp-Wet op de Raad van State stemden
  • Stemde in 1865 tegen de ontwerp-geneeskundige wetten (verkrijgen bevoegdheid van geneeskundige etc., uitoefening der geneeskunst, Wet op het geneeskundig staatstoezicht). Keerde zich onder meer tegen de uitsluiting van homeopatie.
  • Stemde in 1868 tegen het (verworpen) voorstel van 5 liberale leden om een adres aan de Koning te zenden over een mogelijk derde Kamerontbinding
  • Stemde in 1869 tegen het voorstel tot afschaffing van het dagbladzegel
  • Stemde in 1870 tegen de Agrarische Wet van minister De Waal
  • Stemde in 1870 vóór het voorstel tot afschaffing van de doodstraf
  • Behoorde in 1870 tot de meerderheid die bewerkstelligde dat de begroting van Nederlands-Indië werd verworpen, wat leidde tot het aftreden van minister De Waal
  • Stemde in 1875, in tegenstelling tot de liberalen, tegen een motie-Duymaer van Twist die een door de Staat getekende overeenkomst met de Rhijnspoorwegmaatschappij niet in het algemeen belang noemde. Aanneming van de motie was voor het kabinet reden tot ontslagaanvrage.
  • Behoorde in 1889 tot de minderheid van 16 liberalen die vóór de wijziging van de Lager-onderwijswet van het kabinet-Mackay stemde
  • Behoorde in 1890 tot de zes liberalen die voor de (verworpen) begroting van Koloniën stemden. De verwerping leidde tot het aftreden van minister Keuchenius.

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer

  • Een broer van hem was burgemeester van Zeist (1863-1882)
  • Zijn vader was lid van Provinciale Staten van Noord-Holland en gemeenteraadslid in Amsterdam
  • Zijn echtgenote was een kleindochter van Ph. Ram, Tweede Kamerlid

verkiezingen

  • Versloeg in 1858 bij een tussentijdse verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Utrecht in de derde stemmingsronde met 22 tegen 14 stemmen J. baron Taets van Amerongen van Natewisch
  • Werd in 1859 bij de periodieke verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Utrecht met 25 van de 39 stemmen herkozen
  • Werd in 1868 bij de periodieke verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Utrecht met 30 van de 36 stemmen herkozen
  • Werd in 1877 bij de periodieke verkiezing van een Eerste Kamerlid in Provinciale Staten van Utrecht met 28 van de 33 stemmen herkozen
  • Werd in 1884 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Utrecht met 21 van de 40 stemmen gekozen. Op W.K.F.P. graaf van Bylandt werden 17 stemmen uitgebracht.
  • Werd in 1887 bij de verkiezing van Eerste Kamerleden na de ontbinding in Provinciale Staten van Utrecht verslagen door zowel jhr. P.J. Elout van Soeterwoude (arp) als jhr. L.C.Ch.O.M. van Nispen (r.k.). Hij kreeg bij beide stemmingen 16 stemmen.
  • Versloeg in 1888 bij de Eerste Kamerverkiezingen in Provinciale Staten van Zuid-Holland met 50 tegen 18 stemmen C.J. Snijders

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Amsterdam, tot 1850
  • Maarsseveen, Huize Goudestein, vanaf 1850

ridderorden

Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 12 mei 1874

bezit van heerlijkheden

  • heer van Maarsseveen

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

  • Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel IX, 430
  • Levensbericht door J.N. Bastert, in: Utrechtsch Jaarboekje, 1892

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Utrecht, 26 juli 1849

echtgeno(o)t(e)/partner

Jkvr. L.R.J.A. Ram, Louise Reiniere Jeanne Antoinette

kinderen

4 zonen en 1 dochter (1 zoon jong gestorven)

vader

Jhr. J.E. Huydecoper van Maarsseveen, Jan Elias

geboorteplaats en/of -datum

Amsterdam, 18 januari 1798

beroep vader

landeigenaar

moeder

M.I.A.J.Ch. barones Taets van Amerongen, Maria Isabella Anna Josepha Charlotte

geboorteplaats en/of -datum

Utrecht, 15 maart 1802

broers en zusters

4 broers en 4 zusters (zelf de oudste)

beroep grootvader (vaderskant)

burgemeester

beroep grootvader (moederskant)

lid Gedeputeerde Staten van Utrecht

familierelaties