Amsterdamse bestuurder uit een voornaam (geadeld) regentengeslacht. Was in 1814 met 25 jaar en vier maanden het jongste lid van de Notabelenvergadering. Behoorde in de Tweede Kamer aanvankelijk tot de leden die kritisch waren over het financiële beleid van koning Willem I. In een tweede periode (1833-1849) had hij conservatievere neigingen en keerde hij zich tegen veel hervormingen in 1848. Vervulde in Amsterdam diverse bestuursambten en functies in het financiële en economische leven van de hoofdstad.