Amsterdamse koopman die in 1888 in het eerste coalitiekabinet, het kabinet-Mackay, minister van Buitenlandse Zaken werd, omdat er nauwelijks geschikte antirevolutionaire kandidaten waren. Telg van een voornaam doopsgezind handelsgeslacht. Als behartiger van de Amsterdamse handelsbelangen in 1859 tot Eerste Kamerlid gekozen. Voorstander van vrijhandel, maar op andere gebieden, met name op koloniaal gebied, zeer conservatief. Werd in 1871 vervangen door een liberaal. Tijdens zijn ministerschap speelden kwesties over de handel met Congo en met Frankrijk over de grens tussen Frans Guyana en Suriname. De liberalen waren kritisch over zijn beleid. Schoonzoon van Jacob van Lennep en schoonvader van Theo Heemskerk.