Jhr. C. Hartsen

C. Hartsen
bron: Fotoarchief Eerste Kamer

Amsterdamse koopman die in 1888 in het eerste coalitiekabinet, het kabinet-Mackay, minister van Buitenlandse Zaken werd, omdat er nauwelijks geschikte antirevolutionaire kandidaten waren. Telg van een voornaam doopsgezind handelsgeslacht. Als behartiger van de Amsterdamse handelsbelangen in 1859 tot Eerste Kamerlid gekozen. Voorstander van vrijhandel, maar op andere gebieden, met name op koloniaal gebied, zeer conservatief. Werd in 1871 vervangen door een liberaal. Tijdens zijn ministerschap speelden kwesties over de handel met Congo en met Frankrijk over de grens tussen Frans Guyana en Suriname. De liberalen waren kritisch over zijn beleid. Schoonzoon van Jacob van Lennep en schoonvader van Theo Heemskerk.

conservatief
functie(s) in de periode 1859-1891: lid Eerste Kamer, minister, staatsraad in buitengewone dienst

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Partijpolitieke functies
  5. Nevenfuncties
  6. Opleiding
  7. Activiteiten
  8. Wetenswaardigheden
  9. Publicaties van/over
  10. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Cornelis

titulatuur en naam

Jhr. C. Hartsen Cornelis

geboorteplaats en -datum

Amsterdam, 23 januari 1823

overlijdensplaats en -datum

Hilversum, 11 oktober 1895

levensbeschouwing

Doopsgezind

Partij/stroming

stroming(en)

conservatief

Hoofdfuncties/beroepen

  • lid koopmanshuis "Gebroeders Hartsen", kooplieden, assuradeurs en reders te Amsterdam
  • directeur koopmanshuis "Gebroeders Hartsen" te Amsterdam, vanaf 1 december 1846
  • lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1859 tot 17 september 1877 (voor Noord-Holland)
  • staatsraad in buitengewone dienst, Raad van State, van 1 oktober 1877 tot 1 mei 1884 (benoemd bij K.B. van 29 september 1877)
  • minister van Buitenlandse Zaken, van 21 april 1888 tot 21 augustus 1891
  • lid gemeenteraad van 's-Gravenhage, van 18 augustus 1893 tot 11 oktober 1895

Partijpolitieke functies

overzicht

  • lid conservatieve kiesvereeniging "Vaderland en Koning" te 's-Gravenhage

Nevenfuncties

  • commissaris Vaderlandsche Fonds tot aanmoediging van 's lands zeedienst, vanaf 1849
  • rijkscommissaris Entrepot-Dok te Amsterdam, van 1852 tot maart 1884
  • lid Kamer van Koophandel te Amsterdam, van november 1853 tot 1866 (houdt zich bezig met bestudering kanaalplan)
  • lid Raad van Commissarissen KNSM (Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij), van 1869 tot 1876
  • ondervoorzitter hoofdcommissie nijverheid, kunst en landbouw ter voorbereiding van het Nederlandsche paviljoen op de wereldtentoonstelling te Parijs, vanaf 27 januari 1877
  • voorzitter internationale jury voor de toekenning der bekroningen op de koloniale tentoonstelling te Amsterdam, oktober 1883
  • lid Raad van Commissarissen dagblad "Het Vaderland" te 's-Gravenhage, 1895

afgeleide functies, presidia etc.

  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van oktober 1863 tot december 1863
  • lid Gemengde Commissie voor de Stenographie (namens de Eerste Kamer), van 18 september 1866 tot 17 september 1877
  • lid Centrale Afdeling (Eerste Kamer der Staten-Generaal), van december 1872 tot mei 1873

Opleiding

stages e.d.

  • stages bij handelshuizen in het buitenland

Activiteiten

als parlementariër

  • Sprak in de Eerste Kamer onder meer over handelsaangelegenheden en koloniale zaken
  • Behoorde in 1860 tot de 20 leden die tegen de (verworpen) ontwerp-wet over aanleg en exploitatie van de Noorder- en Zuiderspoorwegen stemden
  • Behoorde in 1861 tot de 13 leden die tegen de ontwerp-Wet op de Raad van State stemden
  • Stemde in 1862 tegen de ontwerp-wetten tot opheffing van de slavernij in Suriname en tot afschaffing der slavernij in Nederlands West-Indië
  • Stemde in 1868 tegen het (verworpen) voorstel van 5 liberale leden om een adres aan de Koning te zenden over een mogelijk derde Kamerontbinding
  • Stemde in 1869 tegen het voorstel tot afschaffing van het dagbladzegel
  • Stemde in 1870 tegen het voorstel tot afschaffing van de doodstraf
  • Behoorde in 1870 tot de meerderheid die bewerkstelligde dat de begroting van Nederlands-Indië werd verworpen, wat leidde tot het aftreden van minister De Waal
  • Behoorde in 1874 tot de zeven leden die tegen het initiatiefwetsvoorstel-Van Houten stemden over beperking van kinderarbeid

als bewindspersoon (beleidsmatig)

  • Tijdens zijn ministerschap werd (in oktober 1888) een internationale overeenkomst gesloten over het te allen tijde en aan alle mogendheden toestaan van vrije doorgang door het Suezkanaal
  • Kreeg in 1888 te maken met een geschil met Frankrijk over de grens van Frans Guyana met Suriname (de rivier de Lawa dan wel de Tapanahoni). Rusland werd gevraagd als arbiter op te treden, maar vanwege Franse voorwaarden was de tsaar daartoe aanvankelijk niet bereid. In 1890 stemde Nederland alsnog in met de Franse arbitragevoorwaarden.
  • Zette zich in voor totstandkoming van het Brusselse tractaat over maatregelen tot wering van slavernij en over de kusthandel en voor een conventie over de visserij en drankverkoop op de Noordzee.
  • Stemde eind 1890 in met het Congo-tractaat, nadat Nederland zich lang had verzet tegen het heffen van invoerrechten in de Congo op sterke drank en wapens als uitzondering op de algemene handelsvrijheid
  • Hij had veel aandacht voor arbitrage als middel tot beslechting of voorkoming van internationale geschillen. Verder bewerkstelligde hij in 1889 dat Nederlands vee weer vrij op de Engelse markt werd toegelaten.

Wetenswaardigheden

algemeen

  • Had veel belangstelling voor Nederlands-Indië. Pleitte voor snellere verbinding door snelzeilende klipperschepen.
  • Voorstander van vrijhandel; tegen protectie van Nederlandse suiker ten nadele van koloniale rietsuiker
  • Pleitte in 1862 voor een Nederlandse Oostspoorweg van Amsterdam naar Anholt
  • Tegenstander van de verovering van Atjeh
  • Had goede contacten met J. Heemskerk Azn., die hem om advies vroeg bij de grote regeringscrisis in 1867

uit de privésfeer

  • Zijn broer was lid van Provinciale Staten van Noord-Holland en voorzitter van de Amsterdamse Kamer van Koophandel
  • Zijn vader was gemeenteraadslid in Amsterdam en lid van Provinciale Staten van Noord-Holland
  • Vader Pieter werd in 1841 verheven in de Nederlands adel; inlijving in de adel geschiedde op 3 juli 1844

verkiezingen

  • Versloeg in 1859 bij de periodieke verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Noord-Holland in een derde stemronde 37 tegen 31 stemmen A.F. Insinger
  • Werd in 1868 bij de periodieke verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Noord-Holland met 36 van de 68 stemmen herkozen
  • Werd in 1877 bij de periodieke verkiezing van Eerste Kamerleden in Provinciale Staten van Noord-Holland in de tweede stemmingsronde met 38 tegen 29 stemmen verslagen door jhr. A.V. Teding van Berkhout
  • Werd in 1886 bij de algemene verkiezingen voor de Tweede Kamer in het district Alkmaar verslagen door de liberalen W. van der Kaay en J.L. de Bruyn Kops
  • Werd in 1887 bij een tussentijdse verkiezing in het district Alkmaar verslagen door I.A. Levy (lib.)
  • Werd in 1888 bij de algemene verkiezingen in het district Alkmaar na herstemming verslagen door W. van der Kaay (lib.)
  • Eindigde in 1893 bij een tussentijdse verkiezing in het district Beverwijk als derde achter J. van Loenen Martinet (rad.) en Th.L.M.H. Borret (r.k.)

niet-aanvaarde politieke functies

  • minister van Koloniën, 1867 (geweigerd om zakelijke en persoonlijke redenen)
  • lid Raad van State (benoemd bij K.B. van 13 maart 1884; ingetrokken bij K.B. van 4 april 1884)
  • minister van Financiën, april 1888 (geweigerd)

pseudoniemen, bij-, koos- en schuilnamen

"Koloniale Kees" (spotnaam van tegenstanders tijdens zijn ministerschap)

woonplaats(en)/adres(sen)

  • Amsterdam, Keizersgracht 277, van januari 1823 tot 1825
  • Amsterdam, Herengracht 338, van 1825 tot 1888
  • 's-Gravenhage, Zeestraat 76, van 1888 tot 14 oktober 1895
  • Hilversum, Huize Bouwzicht, van 1873 tot 14 oktober 1895 (buitenhuis)

ridderorden

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 19 februari 1867
  • Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, oktober 1883

buitenlandse onderscheidingen

Spaanse decoratie (n.a.v. ratificatie handelsverdrag)

overige onderscheidingen en prijzen

Ridder tweede klasse, Orde van de Gouden Leeuw van het Huis van Nassau, 30 april 1879

Publicaties van/over

lijst van publicaties

artikelen in "Dagblad van Zuid-Holland"

literatuur/documentatie

  • M.W. Jurriaanse, "De Nederlandse Ministers van Buitenlandse Zaken 1813-1900"
  • H. van Felius en H.J. Metselaars, "Noordhollandse Statenleden 1840-1919"

Biografisch Woordenboek(en)

biografie opgenomen in het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te Amsterdam, 23 augustus 1850

echtgeno(o)t(e)/partner

S.C.W. van Lennep, Sara Cornelia Wilhelmina

beroep echtgeno(o)t(e)/partner

dame du palais van H.M. de koningin-moeder

kinderen

1 zoon en 2 dochters

vader

Jhr. P. Hartsen, Pieter

geboorteplaats en/of -datum

Amsterdam, 6 september 1789

beroep vader

  • koopman
  • directeur van de "Hollandsche Sociëteit van Levensverzekeringen" (nevenbedrijf van koopmanshuis Gebr. Hartsen)

moeder

M. Hodshon, Maria

geboorteplaats en/of -datum

Amsterdam, 18 mei 1792

broers en zusters

1 broer en 3 zusters

beroep grootvader (vaderskant)

directeur assurantiefirma Gebr. Hartsen

familierelaties