Patriotse regent en jeneverstoker uit Heusden. Vluchtte na de Pruisische inval van 1787 naar Saint-Omer, waar hij secretaris werd van de Directie over de patriotse vluchtelingengemeenschap, die onder leiding stond van Van Beyma. Speelde tijdens zijn ballingschap een actieve rol in de vele lastercampagnes tussen Van Beyma en Valckenaer. Steunde als lid van de Tweede Nationale Vergadering de radicale staatsgreep van januari 1798, en coördineerde vervolgens de activiteiten van de zuiveringscommissies, waarbij kiezerslijsten werden geschoond van tegenstanders van het nieuwe regime. Na de tegen-'coup' van Daendels in juni 1798 was zijn politieke rol uitgespeeld.