Arbeiderszoon, die de eerste academicus werd in de leiding van de vakbeweging. Was na directeur van het wetenschappelijk bureau te zijn geweest tweede voorzitter en vanaf 1958 voorzitter van het NVV en bleef dat zeven jaar. Zeer dominante en invloedrijke man in de PvdA, die sinds 1952 als woordvoerder over sociaaleconomische onderwerpen gezag had in de Tweede Kamer. Ondanks zijn felle oppositie tegen het kabinet-De Quay onderhield hij een goede relatie met minister De Pous met wie hij samen in de collegebanken had gezeten. Als burgemeester vroegtijdig afgekeurd.