Antirevolutionaire bewonderaar van Thorbecke, die kort lid was van de Tweede Kamer. Nam tijdens de oorlog een principieel afwijzende houding aan jegens de bezetter en werd geïnterneerd. Na de bevrijding hoogleraar parlementaire geschiedenis in Leiden en later in het staatsrecht aan de Vrije Universiteit. Was aanvankelijk tamelijk vooruitstrevend, maar werd in 1956 als vertegenwoordiger van de conservatieve vleugel van de ARP gekozen. Weigerde in dat jaar een ministerschap op Overzeese Gebiedsdelen.