Juridische en staatsrechtelijke expert van de ARP-Tweede Kamerfractie tussen 1913 en 1933 die zowel voor mee- als tegenstanders als vraagbaak gold. Aanvankelijk leraar en later administratief rechter. Enige jaren de tweede man van de ARP-fractie. Was scherp in het debat en daardoor gevreesd bij politieke tegenstanders. Na de oorlog nog korte tijd Eerste Kamerlid. Uiterst werkzaam, maar hij verloor zich soms in details. Bekend door zijn wat ongelukkige maidenspeech als Kamerlid over 'schending van de Grondwet' door het woord 'Saluut' in de aanhef van wetten.