Ch.J.A. baron van Nagell van Ampsen

Ch.J.A. baron van Nagell van Ampsen
bron: RKD

Landeigenaar, die op kasteel Ampsen bij Laren (Gld.) woonde en die als Tweede Kamerlid allengs opschoof van oppositioneel naar regeringsgezind. Stemde in de jaren 1830 geregeld tegen de begroting, maar keerde zich in 1848 tegen de voorstellen tot grondwetsherziening. Zoon van een minister en vader van een Eerste Kamerlid.

financiële oppositie, onafhankelijk ten tijde van Willem II, behoudend (vóór 1848)
functie(s) in de periode 1822-1849: lid Tweede Kamer

Inhoud

  1. Personalia
  2. Partij/stroming
  3. Hoofdfuncties/beroepen
  4. Nevenfuncties
  5. Activiteiten
  6. Wetenswaardigheden
  7. Publicaties van/over
  8. Familie/gezin

Personalia

voornamen (roepnaam)

Christien Jaques Adrien

titulatuur en naam

Ch.J.A. baron van Nagell van Ampsen Christien Jaques Adrien

geboorteplaats en -datum

's-Gravenhage, 26 juni 1784

overlijdensplaats en -datum

Laren (Gld.), 2 oktober 1883

Partij/stroming

stroming(en)

  • "financiële oppositie" (ten tijde van koning Willem I en koning Willem II)
  • conservatief (na 1845)

Hoofdfuncties/beroepen

  • landeigenaar
  • raad in het generaal-commissariaat departement Boven-IJssel, van januari 1814 tot augustus 1814
  • lid Provinciale Staten van Gelderland, van 19 september 1814 tot 21 oktober 1822 (voor de landelijke stand, district Zutphen)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 oktober 1822 tot 13 februari 1849 (voor Gelderland)

Nevenfuncties

  • kamerheer in buitengewone dienst, vanaf 10 februari 1814
  • lid Ridderschap van Gelderland, vanaf 9 december 1814

Activiteiten

als parlementariër

  • Behoorde in 1827 tot de vijf noordelijke leden die tegen de ontwerp-Wet op de schutterijen stemden
  • Beantwoordde in 1830 de vraag of tot scheiding van Noord en Zuid moest worden overgegaan met "ja"
  • Behoorde in 1831 tot de 20 leden die tegen een wetsvoorstel stemden over een vrijwillige en verplichte geldlening
  • Behoorde in 1833 tot de 16 leden die tegen de begroting 1834/1835 stemden. Stemde tevens tegen de ontwerp-Wet op de middelen.
  • Behoorde in 1835 tot de 15 leden die tegen de begroting 1836/1837 stemden. Stemde wel vóór de ontwerp-Wet op de middelen.
  • Behoorde in 1837 tot de 21 leden die tegen de begroting 1838/1839 stemden. Stemde wel vóór de ontwerp-Wet op de middelen.
  • Behoorde in 1839 tot de zes leden die tegen de geldlening voor droogmaking van de Haarlemmermeer stemden
  • Behoorde in 1839 tot de 14 leden die tegen de voorlopige begroting 1840 stemden
  • Stemde in 1840 tegen het voorstel inzake het bij wet regelen van het stemrecht, tegen de periodieke aftreding van stedelijke raden en tegen de invoering van de strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid
  • Behoorde in 1843 tot de 24 leden die tegen hoofdstuk I van de begroting voor 1844 en 1845 stemden. De begroting werd met 33 tegen 24 stemmen aangenomen.
  • Stemde in 1843 geregeld tegen begrotingshoofdstukken, nadien niet meer
  • Behoorde in 1844 tot de 25 leden die tegen de ontwerp-wet inzake de (vrijwillige) geldlening en buitengewone belasting op bezittingen stemden. Het voorstel werd met 32 tegen 25 stemmen aangenomen.
  • Behoorde in 1844 tot de 15 leden die tegen een aanvulling van de instructie aan de Algemene Rekenkamer stemden, omdat die tot onvoldoende verbetering van het toezicht zou leiden
  • Behoorde in 1844 tot de meerderheid die tegen een wetsvoorstel stemde over het doen van huiszoekingen in het kader van de accijns op vlees. Het wetsvoorstel werd met 27 tegen 26 stemmen verworpen.
  • Behoorde in 1845 tot de 24 leden die tegen het wetsvoorstel over het tarief voor in-, uit- en doorvoerde stemden. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 24 stemmen aangenomen.
  • Behoorde in 1845 tot de 29 leden die tegen de (verworpen) begroting van Onvoorziene Uitgaven voor 1846 en 1847 stemden
  • Behoorde in 1845 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel inzake onteigening ten algemene nutte stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 20 stemmen verworpen.
  • Stemde in 1848 tegen de hoofdstukken I, III (inzake de Staten-Generaal), IV, VI, XI, alsmede de additionele artikelen van de nieuwe Grondwet

Wetenswaardigheden

uit de privésfeer

  • Bewerkstelligde door aankoop van grond de komst van een spoorwegstation in de nabijheid van zijn kasteel
  • Zijn zoon Justinus was gehuwd met een dochter van W.A. baron Schimmelpenninck van der Oye, minister, gouverneur en Eerste en Tweede Kamerlid

woonplaats(en)/adres(sen)

Laren (Gld.), kasteel Ampsen

ridderorden

  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 1834
  • Grootofficier in de Orde van de Eikenkroon, 1847

predicaten/adellijke titels

  • jonkheer, 9 december 1814
  • baron, 25 mei 1822

bezit van heerlijkheden

  • heer van de beide Ampsen

Publicaties van/over

literatuur/documentatie

Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, deel VIII, 1199

Familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm

gehuwd te 's-Gravenhage, 15 augustus 1820

echtgeno(o)t(e)/partner

J.M.W. barones Rengers, Justina Maria Wilhelmina

kinderen

1 zoon en 1 dochter

vader

A.W.Ch. baron van Nagell van Ampsen, Anne Willem Carel

geboorteplaats en/of -datum

's-Gravenhage, 4 januari 1756

moeder

A.C.E. du Tour, Anna Catharina Elisabeth

geboorteplaats en/of -datum

's-Gravenhage, 21 maart 1761

familierelaties