Amsterdamse bestuurder die tevens bewindhebber was bij de West- en Oost-Inidsche Compagniën. Zijn vader was raadsheer (rechter) en zijn schoonvader had een koffieplantage in Suriname. Hij had zitting in de Vergadering van Notabelen van 1814 en was daarin met ruim 80 jaar het oudste lid. In 1815 werd hij in de adelstand verheven.