Rechter uit de Betuwe, die vier jaar namens Gelderland in de Tweede Kamer zat. Maakte in 1814 ook deel uit van de Notabelenvergadering en had lange tijd zitting in Provinciale Staten van Gelderland. Was daarin een gematigd opposant tegen de financiele politiek van de koning. Zijn voorvaders waren, net als hij, ambtsjonker van de Neder-Betuwe.