Uit een Schotse familie van koopmannen en bankiers afkomstige Amsterdamse patriciër, die geruime tijd parlementslid was. Bekleedde ten tijde van de Republiek al regentenfuncties in Amsterdam en werd na de Bataafs-Franse tijd lid van de Notabelenvergadering. Had behalve in de Staten-Generaal en de Tweede Kamer ook zitting in de Amsterdamse raad. Gelieerd aan de regentenfamilies Van de Poll, Dedel en Van Weede en behorend tot de getrouwen van de koning. Een zoon van hem was opperhofmaarschalk.