Conservatieve Eerste Kamervoorzitter uit het midden van de negentiende eeuw. Zoon van de president van de Hoge Raad. Begon zijn carrière als plaatsvervanger van de procureur-generaal bij het Hooggerechtshof en was daarna advocaat-generaal, raadsheer, vicepresident en president van het Haagse gerechtshof. Vertrouweling van koning Willem III. Werd door de koning regelmatig ingeschakeld om te helpen voorkomen dat te liberale voorstellen werden aanvaard. Van hem werd gezegd dat hij op de Kamerleden neerkeek, zoals hij als rechter neerkeek op de boeven die voor zijn balie verschenen.